De Littéraire Witte Prijs 2020 voor Alfred Birney’s Niemand bleef

Persbericht:

De Littéraire Witte Prijs, van de Haagse Sociëteit de Witte, zal op 18 maart 2020 worden uitgereikt aan Alfred Birney voor het boek Niemand bleef, Dagboek van Meneer B. 2005-2011, dat verscheen in de eerbiedwaardige reeks Privé-domein van De Arbeiderspers. De tweejaarlijkse prijs, bestaande uit €5000,- en een legpenning, wordt dan voor de 21e maal uitgereikt. De eerste winnaar was Hella Haasse in 1977. Naast hoge literaire kwaliteit is ‘een zekere binding aan Den Haag’ een voorwaarde voor deze prijs.

De jury bestond uit drie leden van de Littéraire Tafel van de Sociëteit de Witte: Albert van der Schaaf (voorzitter), Marry Molenaar en Hildelies Pennington de Jongh – Balk.

Juryrapport (beknopt):

De jury was eensluidend van oordeel dat Niemand bleef de Littéraire Witte Prijs 2020 toekomt vanwege de niets ontziende eerlijkheid en openheid over ervaringen en gevoelens, waarmee hij de lezers toegang geeft tot zijn vruchtbaar schrijverschap, zijn ideeën, zijn familie- en liefdesleven, zijn (erotische) fantasieën, zijn vriendschappen, zijn essayistische beschouwingen over collega-schrijvers, zijn muzikale fascinatie, en vele andere kanten van zijn persoonlijkheid. Het boek is geschreven in een aansprekend, helder en van humor en zelfrelativering doortrokken proza.

Het dagboek van Meneer B. speelt vrijwel volledig in Den Haag, waar hij woont en werkt. Na een hartaanval fietst hij regelmatig zijn ‘cardio-revalidatie ronde’ over de Kerkhoflaan waar nog de sfeer hangt van Couperus, langs de Scheveningse gevangenis, waar hij de Littéraire Witte Prijswinnares (1989) Helga Ruebsamen tegenkomt, en vervolgens omhoog over de Scheveningse slag naar de boulevard, waar hij in het duin het verminkte gelaat ‘Light of the Moon’ bewondert en hij de spot drijft met de Sprookjesbeelden aan Zee.

Het dagboek van Meneer B. beslaat een periode tussen 2005 en 2011 waarin sprake is van een ontwikkeling in zijn schrijverschap van ghostwriter om den brode en, na herstel van zijn hartaanval, tot voltooiing van een ‘Rivieren trilogie’ waarna hij besluit tot het schrijven van een ‘duizelingwekkend’ boek, dat hij al op zijn twintigste had willen schrijven. Met dit boek, getiteld De tolk van Java, zou hij in 2017 bij het grote publiek doorbreken en zowel de Libris Literatuurprijs als de Henriette Roland Holst-prijs winnen. Zo kan dit dagboek ook worden gezien als een aanloop naar één van de meest belangwekkende Nederlandse romans van dit decennium.

Dit evenement betreft een besloten evenement, aanwezigheid is alleen toegestaan op uitnodiging.

Bron: Sociëteit de Witte

magazine de witte literaire prijs alfred birney

Toneelversie van De tolk van Java

Affiche De tolk van Java
Affiche De tolk van Java Toneelvoorstelling

Na schitterende vertolkingen van Max Havelaar, Heren van de Thee en De Stille Kracht sluit producent Hummelinck Stuurman haar vierluik over ons koloniale verleden in Nederlands-Indië af met De tolk van Java. Dit verhaal over vaders en zonen, naar de prachtige, autobiografische bestseller van Libris Literatuur Prijs-winnaar Alfred Birney, laat een tot nu toe onderbelicht perspectief zien: de trauma’s die vele gemengde Nederlandse en Indische gezinnen aan hun verleden overhielden. Alan’s gezin en zijn jeugd worden bepaald door een tirannieke vader. Wanneer Alan diens vroegere dagboeken over zijn leven in Indië gaat lezen, wankelen echter zijn sarcasme en haat. Is begrip mogelijk?

De tolk van Java is spannend, ontroerend en bij vlagen humoristisch. De voorstelling geeft inzicht in onze koloniale geschiedenis en het complexe mechanisme van hoe slachtoffers daders kunnen worden. Het ene moment vecht je met elkaar, om vervolgens lijnrecht tegenover elkaar te staan. Wat voor gevolgen heeft dit voor een mens, zijn omgeving en het leven dat nog voor ze ligt?

Na enkele try outs, waarvan de laatste in Den Haag in de Koninklijke Schouwburg op vrijdag de 15e november, ging de toneelwerking van de bestseller De tolk van Java in première op zaterdag de 16e november om 20:15 uur. Voor wie de indrukwekkende voorstelling heeft gemist: er volgt nog een derde in Den Haag, op vrijdag 21 januari 2020. In totaal worden er 50 voorstellingen door het hele land opgevoerd.

Voor de speeldata van 50 voorstellingen op diverse landelijke podia, bezoek de website van Hummelinck Stuurman Theaterbureau.

Recensies toneelversie:

‘Birneys boek is door Ignace Cornelissen uitstekend bewerkt voor theater.’ – Trouw ****

‘De toneelbewerking daarvan levert een indrukwekkende voorstelling op. Kippenvel.’ – Theaterkrant

‘Theaterbewerking De Tolk van Java maakt diepe indruk’ – TheaterParadijs

‘De tolk van Java’ van Theaterbureau Hummelinck Stuurman is gedurfd sober theater, dat op integere wijze de confrontatie met het verleden aangaat.’ – NRC ****

‘Het is aangrijpende materie, door Alfred Birney verwerkt in een pijnlijk boek, niet voor niets een bestseller en bekroond met de Libris Literatuurprijs. Maar de toneelversie stelt teleur. Zonde.’ – de Volkskrant **

‘Als je een roman van 540 bladzijden terugbrengt naar een toneelstuk van twee uur, moet er doorgestreept worden. Dat heeft theatermaker Ignace Cornelissen in de toneelbewerking voortreffelijk gedaan.’ – PZC

‘Met De tolk van Java, waarin Bruijning en Stheins excelleren, sluit producent Hummelinck Stuurman op waardige en gedurfde wijze haar vierluik over het koloniale verleden in Nederlands-Indië af.’ RTVA

Een gordel van smaragd? Van Multatuli tot Birney – een lezing

Op vrijdag 18 oktober 2019 vond in zaal 019 van het Lipsius-gebouw van de Universiteit Leiden de Derde Indische Letteren-lezing plaats met een voordracht van dr. Jacqueline Bel, universitair hoofddocent moderne Nederlandse letterkunde aan de Vrije Universiteit Amsterdam, onder de titel:

Een gordel van smaragd? Van Multatuli tot Birney

Hierboven een opname van het derde en laatste deel van de lezing. Van de volledige lezing zijn voor zover bekend (nog) geen opnames. Overigens verschijnt van de lezing mettertijd een artikel. De uitnodigingstekst voor bijwoning van de lezing luidde als volgt:

In het beroemde slot van de canonieke en kritische roman Max Havelaar uit 1860, waarin Multatuli koning Willem III erop wijst dat de Javaan in zijn naam wordt mishandeld, wordt de kolonie omschreven als ‘’t prachtig ryk van Insulinde dat zich daar slingert om den evenaar, als een gordel van smaragd…’ Later werd het gebruikelijk Nederlands-Indië aan te duiden als de ‘Gordel van smaragd’, een cliché met een tempo-doeloe-inkleuring van de tropische schoonheid van de Indonesische archipel en zijn inwoners.

Alfred Birney, auteur van de bestseller De tolk van Java (2016) ‘haat’ deze term dan ook, zo meldt hij in een interview uit 2018. Elders noteert hij: ‘Geen romantische verhalen over de Gordel van Smaragd met zijn groene sawa’s en mystieke sfeer, maar levendige vertellingen over multiculturele spanningen.’ Deze verschuiving in de betekenis roept vragen op. Wanneer werd de kritische visie in de Max Havelaar vervangen door een nostalgisch tempo-doeloe-verhaal? En in hoeverre staat de Indisch-Nederlandse literatuur nu in de kritische traditie van de Max Havelaar? Welke elementen komen terug in de Indische roman die na 1860 populair wordt in de (post)koloniale literatuur? In de derde Indische Letterenlezing zal Jacqueline Bel ingaan op deze vragen, waarbij zij een tocht maakt langs een aantal Indisch-Nederlandse romans van 1860 tot nu, van de Max Havelaar tot De tolk van Java.

Uitreiking Henriette Roland-Holst Prijs

De Maatschappij der Nederlandse Letterkunde te Leiden heeft in haar laatste bestuursvergadering, maart 2017, de Henriëtte Roland Holst-prijs 2017 toegekend aan Alfred Birney voor zijn roman De tolk van Java. Lees alles, inclusief het juryrapport, hierover op de website van de MdNL.

De prijs is uitgereikt tijdens een Laureatenmiddag op zaterdag 23 september 2017 tussen 14.00 en 17.00 uur in het Academiegebouw te Leiden.

De zomer van Alfred Birney

de zomer van alfred birneyReportage van een mislukte picknick met de jongens van Een Vandaag in De zomer van Alfred Birney. Het was te guur aan het strand om er op een kleedje uit de picknickmand te gaan snoepen. We doken een strandtent in, ze duwden me een gitaar van niks in mijn handen en zo begint een gezellige uitzending. Er ging nog meer mis: ik had op verzoek drie attributen meegenomen: een boek, een liedje op cd en een Chinese vaas, die in de romans Vogels rond een vrouw (1991) en De tolk van Java (2016) voorkomt. De redactie wilde de reportage een historische context geven en maakte de klassieke fout door Indische Nederlanders met Indonesiërs te verwarren. Dat gaf een enorme heisa onder voornamelijk Indo’s op Twitter en Facebook. De interviewer bood zijn excuses aan de klagers aan, maar dat vonden ze niet genoeg. Toen zelfs ik ter verantwoording werd geroepen door een stel wijsneuzen op Facebook heb ik mijn account maar even stil gelegd. En Twitter. Wat een rust, ik begin zowaar weer op een nieuw boek te broeden. In De tolk van Java staat geschreven op pagina 125 over Nederlands-Indië jaren dertig uit monde van de Tolk:

Er waren altijd meer ruzies tussen Indische families onderling dan tussen Indische, Hollandse of Javaanse families […] het was haat en nijd onderling.

Die merkwaardige vader van me at nooit in Indische restaurants of toko’s, niet op Java, niet in Holland en in Spanje evenmin. Hij zat altijd bij de Chinees. Chinese Indo’s zijn anders dan Indo’s. Eigenlijk horen ze helemaal nergens bij. Ook daarover gaat De tolk van Java. Dat dat niet door iedereen begrepen of gezien wordt, dat geeft niet. Wat blijft hangen is: oorlog is een hel.

Jet Steinz interviewde me vandaag over welke boek ik ga herlezen deze zomer

 

Jet Steinz vraagt aan zes hoogvliegers uit de CPNB Top-60 welk boek zij gaan herlezen deze zomer. Ze selecteerde mij omdat De tolk van Java al tien weken lang in de toptien staat, de eerste vier weken op nummer 1. Vandaag had ik haar een uur aan de lijn en ik vertelde haar over Het Hoofdkussenboek van Sei Shōnagon (清少納言), notities van een Japanse hofdame op het kruispunt van de tiende en elfde eeuw. Ik herlees dat boek elke zomer, als de zon schijnt, op mijn balkon. Het verslag van ons gesprek verschijnt over drie weken in de Volkskrant, dat zal zijn zaterdag 12 augustus in de weekendbijlage.

hoofdkussenboek
Het hoofdkussenboek

Mijn redacteur vertelde me onlangs dat uitgeverij Athenaeum het boek wil heruitgeven. De voortreffelijke vertaler Jos Vos, die onder meer Murasaki Shikibu’s Het verhaal van Genji onder handen nam, is aangezocht om de klus te klaren, aangezien wij het nog moeten doen met een vertaling uit het Engels, die niet helemaal deugt. Of deze informatie vertrouwelijk is, dat weet ik niet. Waarom zou dat? Het Hoofdkussenboek wordt al lang niet meer herdrukt en ikzelf moet het doen met een beduimelde pocketversie uit 2000. Ik kan bijna niet wachten op het off line beste blog aller tijden.

Le Banian

 
Le Banian
Le Banian

Le Banian, het literair-cultureel kwartaaltijdschrift van De Association franco-indonésienne Pasar Malam, gevestigd in Parijs, heeft op 7 december jl. zijn special over de postkoloniale literatuur in Nederland gelanceerd met een feestje op de Indonesische ambassade in Parijs. Er is een jaar lang onder de bezielende leiding van Johanna Lederer hard aan gewerkt door onder meer Dorien Kouijzer en vertaalster Anita Concas, met een financiële ondersteuning van het Nederlands Letterenfonds.

Mij was gevraagd een inleiding te schrijven, Adriaan van Dis het nawoord, terwijl de spekkoek wordt gevuld met stukken van Lizzy van Leeuwen, Marion Bloem, Ernst Jansz, Herman Keppy, Frans Lopulalan, Betty Roos en Jill Stolk. Ook van Adriaan van Dis en mij (uit Rivier de Brantas) zijn prozafragmenten opgenomen.

Indonesische bijdragen komen van Sitor Situmorang (Harianboho, 2 okt 1923 – Apeldoorn, 21 december 2014) en Sobron Aidit (Belitung, 1934 – Parijs, 2007). Het mooie tijdschrift in boekvorm wordt aangevuld met recensies en artikelen. Het nummer kost € 12,- excl. verzendkosten.

Belangstellenden voor de bundel verwijs ik naar de pagina van de Association franco-indonésienne Pasar Malam voor een volledige inhoudsopgave. Adriaan van Dis en ik zijn al jaren lid van deze club en nieuwe leden zijn altijd welkom. Voor maar € 25,- per jaar steun je de Association franco-indonésienne Pasar Malam en daarmee de Franse aandacht voor Indonesische en Indische kunstvormen. Er worden regelmatig bijeenkomsten georganiseerd etc. Een mailtje sturen aan Johanna Lederer via de site is genoeg. Zij is overigens meertalig… (Indonesisch, Nederlands, Frans, Engels).

*** Vlak na het schrijven van deze post las ik dat Sitor Situmorang vandaag stierf in Apeldoorn. Hij was geboren in Harianboho, Noord Tapanuli, Noord Sumatra, op 2 oktober 1923 en woonde met zijn Nederlandse vrouw in Apeldoorn.***

Manuscript

manuscript tolk van java
Manuscript De tolk van Java, 1e versie

Dit is een snapshot met een iPhone 4 van de eerste versie van mijn aanstaande roman, vers uitgeprint op 460 A4’tjes 70 grams papier, lettertype Times New Roman, regelafstand 1,5 – om kort te gaan: 195.974 woorden. Dat is een pak papier goed voor een paperback van 600 – 700 bladzijden. Zo’n dikke pil schreef ik nooit eerder.

Mijn dikste boek tot nu toe was Het verloren lied, een roman van ongeveer 80.000 woorden, goed voor een paperback van 320 bladzijden. Mijn dunste boek is de novelle Rivier de Lossie, in manuscript 21.501 woorden. Afgerond is mijn dunste boek dus 20.000 woorden lang en dit manuscript, dat ik hier op schoot heb, bijna tienmaal dikker met zo’n 200.000 woorden.

In een dun boek moet elke bladzijde goed zijn, je hebt eenvoudig geen tijd om een aantal zwakke bladzijden goed te maken. Met een dik boek heb je meer speling, je kunt jezelf wel wat minder sterk geschreven bladzijden veroorloven. Dat weet elke schrijver. Maar dan moet het wel een boek zijn met een sterk verhaal, anders smijten de lezers het in de hoek. Ik streef ernaar waar mogelijk flink te schrappen.

Ik schrijf mijn boeken meestal in drie versies. Met deze eerste versie op schoot ga ik het proberen te lezen zoals een lezer dat doet, dus zonder potlood erbij. Dat is al een hele kunst: net doen alsof je alles voor het eerst leest. Fouten laat ik staan, ik kijk alleen naar de voortgang van het verhaal. Aantekeningen maak ik niet. De compositie is goed, denk ik. Ik onthoud vanzelf wel waar het boek eventueel inzakt. Dit zijn spannende dagen voor me.

Ik zou niet weten hoelang ik precies aan dit enorme boek heb gewerkt. Er staan herschreven stukken in van twaalf jaar terug, een interview met mijn moeder en informatie uit de memoires van mijn vader gaan zelfs terug tot 1985. Ik ben aan dit manuscript begonnen direct na de publicatie van mijn essay De dubieuzen in 2012. Hier ligt dus het resultaat van twee jaar hard en intensief ’s nachts in afzondering werken. Ik zou die twee jaren niet graag overdoen…

Later meer over de voortgang, en de inhoud, van dit boek.

Inleiding Le Banian

De Association franco-indonésienne Pasar Malam, gevestigd in Parijs, geeft onder meer uit een literair-cultureel tijdschrift onder de naam Le Banian. Voorbereid wordt momenteel een special over de Nederlandse koloniale en postkoloniale literatuur. Mij is gevraagd een inleiding te schrijven en dat heb ik net af en verstuurd.

Adriaan van Dis schrijft het nawoord en er worden stukken opgenomen van ons en onze collega’s en nog een paar Indische schrijvers van de eerste generatie. Daarnaast is er ruimte voor artikelen over het culturele Indische leven in Nederland, de hernieuwde aandacht voor oorlogsexcessen gepleegd door Nederlanders in Indonesië en Indonesische schrijvers in Frankrijk en Nederland.
De vertalers gaan nu aan de slag. De uitgave van de bundel zal worden gevierd in december in Quai Voltaire aan de Seine.

De bundel kent vijf afdelingen:

I Non-fictie
Mijn introductie (historisch en literair) op de postkoloniale Nederlandstalige literatuur in verband met Indonesië.
Herinnering aan oorlogsgeweld in Indonesië weer in de actualiteit, gebaseerd op persberichten van de laatste jaren.
Lizzy van Leeuwen –  fragment uit Ons Indisch Erfgoed: het eerste Indische postkoloniale geschiedenisoverzicht van 1950 – 2000.

II Fictie
Acht schrijvers van de Tweede Generatie, acht prozafragmenten.

III Literatuur van Indonesiërs in Frankrijk en Nederland.

IV Indo cultuur in Nederland anno 2014
Over de Tong Tong Fair, Museum Bronbeek, Maandblad Moesson, Werkgroep Indische letteren etc.

V Nawoord Adriaan van Dis, waarin de schrijver een link legt tussen de Nederlandse en Franse postkoloniale literatuur