De zomer van Alfred Birney

Alfred Birney televisieuitzending Een Vandaag
Alfred Birney televisieuitzending Een Vandaag

Reportage van een mislukte picknick met de jongens van Een Vandaag in De zomer van Alfred Birney. Het was te guur aan het strand om er op een kleedje uit de picknickmand te gaan snoepen. We doken een strandtent in, ze duwden me een gitaar van niks in mijn handen en zo begint een gezellige uitzending. Er ging nog meer mis: ik had op verzoek drie attributen meegenomen: een boek, een liedje op cd en een Chinese vaas, die in de romans Vogels rond een vrouw (1991) en De tolk van Java (2016) voorkomt. De redactie wilde de reportage een historische context geven en maakte de klassieke fout door Indische Nederlanders met Indonesiërs te verwarren. Dat gaf een enorme heisa onder voornamelijk Indo’s op Twitter en Facebook. De interviewer bood zijn excuses aan de klagers aan, maar dat vonden ze niet genoeg. Toen zelfs ik ter verantwoording werd geroepen door een stel wijsneuzen op Facebook heb ik mijn account maar even stil gelegd. En Twitter. Wat een rust, ik begin zowaar weer op een nieuw boek te broeden. In De tolk van Java staat geschreven op pagina 125 over Nederlands-Indië jaren dertig uit monde van de Tolk:

Er waren altijd meer ruzies tussen Indische families onderling dan tussen Indische, Hollandse of Javaanse families […] het was haat en nijd onderling.

Die merkwaardige vader van me at nooit in Indische restaurants of toko’s, niet op Java, niet in Holland en in Spanje evenmin. Hij zat altijd bij de Chinees. Chinese Indo’s zijn anders dan Indo’s. Eigenlijk horen ze helemaal nergens bij. Ook daarover gaat De tolk van Java. Dat dat niet door iedereen begrepen of gezien wordt, dat geeft niet. Wat blijft hangen is: oorlog is een hel.

Jet Steinz interviewde me vandaag over welke boek ik ga herlezen deze zomer

Jet Steinz vraagt aan zes hoogvliegers uit de CPNB Top-60 welk boek zij gaan herlezen deze zomer. Ze selecteerde mij omdat De tolk van Java al tien weken lang in de toptien staat, de eerste vier weken op nummer 1. Vandaag had ik haar een uur aan de lijn en ik vertelde haar over Het Hoofdkussenboek van Sei Shōnagon (清少納言), notities van een Japanse hofdame op het kruispunt van de tiende en elfde eeuw. Ik herlees dat boek elke zomer, als de zon schijnt, op mijn balkon. Het verslag van ons gesprek verschijnt over drie weken in de Volkskrant, dat zal zijn zaterdag 12 augustus in de weekendbijlage.

Sei Shōnagon (清少納言) - Het Hoofdkussenboek
Sei Shōnagon (清少納言) – Het Hoofdkussenboek

Mijn redacteur vertelde me onlangs dat uitgeverij Athenaeum het boek wil heruitgeven. De voortreffelijke vertaler Jos Vos, die onder meer Murasaki Shikibu’s Het verhaal van Genji onder handen nam, is aangezocht om de klus te klaren, aangezien wij het nog moeten doen met een vertaling uit het Engels, die niet helemaal deugt. Of deze informatie vertrouwelijk is, dat weet ik niet. Waarom zou dat? Het Hoofdkussenboek wordt al lang niet meer herdrukt en ikzelf moet het doen met een beduimelde pocketversie uit 2000. Ik kan bijna niet wachten op het off line beste blog aller tijden.

Henriette Roland Holst-prijs 2017 voor Alfred Birney’s De tolk van Java

De Maatschappij der Nederlandse Letterkunde te Leiden heeft in haar laatste bestuursvergadering de Henriëtte Roland Holst-prijs 2017 toegekend aan Alfred Birney voor zijn roman De tolk van Java. Lees alles, inclusief het juryrapport, hierover op de website van de MdNL. De prijs wordt uitgereikt tijdens een Laureatenmiddag op zaterdag 23 september 2017 tussen 14.00 en 17.00 uur in het Academiegebouw te Leiden.

alfred birney podium
Alfred Birney tijdens een podium-interview over De tolk van Java 2016

Manuscript

manuscript tolk van java
manuscript 1e versie tolk van java

Dit is een snapshot met een iPhone 4 van de eerste versie van mijn aanstaande roman, vers uitgeprint op 460 A4’tjes 70 grams papier, lettertype Times New Roman, regelafstand 1,5 – om kort te gaan: 195.974 woorden. Dat is een pak papier goed voor een paperback van 600 – 700 bladzijden. Zo’n dikke pil schreef ik nooit eerder.

Mijn dikste boek tot nu toe was Het verloren lied, een roman van ongeveer 80.000 woorden, goed voor een paperback van 320 bladzijden. Mijn dunste boek is de novelle Rivier de Lossie, in manuscript 21.501 woorden. Afgerond is mijn dunste boek dus 20.000 woorden lang en dit manuscript, dat ik hier op schoot heb, bijna tienmaal dikker met zo’n 200.000 woorden.

In een dun boek moet elke bladzijde goed zijn, je hebt eenvoudig geen tijd om een aantal zwakke bladzijden goed te maken. Met een dik boek heb je meer speling, je kunt jezelf wel wat minder sterk geschreven bladzijden veroorloven. Dat weet elke schrijver. Maar dan moet het wel een boek zijn met een sterk verhaal, anders smijten de lezers het in de hoek. Ik streef ernaar waar mogelijk flink te schrappen.

Ik schrijf mijn boeken meestal in drie versies. Met deze eerste versie op schoot ga ik het proberen te lezen zoals een lezer dat doet, dus zonder potlood erbij. Dat is al een hele kunst: net doen alsof je alles voor het eerst leest. Fouten laat ik staan, ik kijk alleen naar de voortgang van het verhaal. Aantekeningen maak ik niet. De compositie is goed, denk ik. Ik onthoud vanzelf wel waar het boek eventueel inzakt. Dit zijn spannende dagen voor me.

Ik zou niet weten hoelang ik precies aan dit enorme boek heb gewerkt. Er staan herschreven stukken in van twaalf jaar terug, een interview met mijn moeder en informatie uit de memoires van mijn vader gaan zelfs terug tot 1985. Ik ben aan dit manuscript begonnen direct na de publicatie van mijn essay De dubieuzen in 2012. Hier ligt dus het resultaat van twee jaar hard en intensief ’s nachts in afzondering werken. Ik zou die twee jaren niet graag overdoen…

Later meer over de voortgang, en de inhoud, van dit boek.

Hallo

Hallo, ik ben een meerval en zwem rond in een paar boeken van deze geheimzinnige schrijver. Ik weet zelf niet precies welke boektitels dat zijn, want ik kan niet lezen. Eerlijk gezegd vreet ik de boeken van Alfred Birney liever gewoon op, snapt u wel?