Zus Soemini

alfred birney Zus Soemini was jarig, ik bedoel haar warung was jarig. Hollandse restaurants vieren hun zoveeljarig bestaan, maar de warung van Zus was dus jarig. Ze werd vijf. Nogal roerige jeugd, vijf inbraken in drie jaar tijd. Haar warung, op de hoek van de Weimarstraat en de Franklinstraat, had een volglazen deur van een Jamin-zaak geërfd en gemeenteambtenaren wilden dat onding met die pompeuze nepgouden deurknop behouden voor ons armzalige cultuurgoed. Er vliegt een steen doorheen, inbrekers nemen een paar duiten mee en Zus zit met een paar duizend gulden schade. Glazen deur hersteld, weer een steen erdoorheen, inbrekers kapen een doos AA-sportdrank en na een derde inbraak kan de deur niet meer gerepareerd. Maandenlang moet Zus het stellen met een deur van sinaasappelkistjeshout, terwijl gemeenteambtenaren zich buigen over de richtlijnen inzake het straatbeeld. Na veel bureaucratische soesa heeft Zus nu een glazen deur met sponningen, iets tussen Jamin en ABN-AMRO in, met het zegel van onze gemeenteambtenaartjes. Ze kwamen niet eten op de verjaardag van de warung. Ik zou ze stellig hebben herkend. Humorloos type, zuinige lolliemondjes en een historisch besef dat niet verder teruggaat dan de deuren van Jamin: een snoepwinkelketen die ooit hele legers tandartsen wist te mobiliseren. In mobiliseren is Nederland altijd goed geweest, met name in verband met slavernij en ronselarij. In de periode van 1890 – 1939 werden ruim 30.000 Javaanse contractarbeiders van Nederlands-Indië naar Suriname verscheept, waar de slavernij in 1863 was afgeschaft en de ‘vrije slaven’ en masse naar Paramaribo waren getrokken. Het ontstane tekort aan arbeidskrachten had men eerder geprobeerd te dekken met Portugezen uit Madeira en Chinezen uit Java en, onder handjeklap met de Engelse regering, met Hindoestanen uit Brits Guyana. De aanwas van Javanen stopte bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. Een derde van hen keerde na de oorlog terug naar Java. De onafhankelijkheid van Suriname in 1975 dreef groepen Javanen met Hindoestanen, Creolen en Chinezen naar Nederland. De Javanen hebben nog het meest weg van Indo’s, je hoort ze het minst van allemaal. Beetje broertjes en zusjes, zo voelt dat voor mij. Daarom noem ik de eigenaresse van Warung Soemini ‘zus’. Ze werkt van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat. Als ze eens vakantie heeft gaat ze naar Jakarta, waar ze nog familie heeft wonen. Misschien zit er nog een oudje bij die zich destijds niet door de Hollanders in de maling heeft laten nemen met een armzalig contractje voor ontberingen op zee en harde arbeid op de plantages, allemaal onder het toeziende oog van Hollandse gouverneurs van het slag dat nu mag bepalen aan welke eisen een deur van een Javaans-Surinaamse warung moet voldoen. Hogere functies vereisen geen bijzonder talent maar een mentaliteit, begrijpt u?

Haagsche Courant, vrijdag 21 mei 2004