We kunnen het maar niet geloven

alfred birney Volgens mij zullen mensen met moslimuiterlijk en zonder jihadneigingen zich deze dagen ongeveer voelen zoals ik me voelde tijdens de Molukse treinkapingen in de jaren zeventig. De eerste treinkaping joeg me naar de spiegel, zodat ik vast kon stellen dat ik inderdaad wel wat weg had van een Molukker. Ik was als Indische jongen van kinds af aan al uitgescholden, dus daar viel nog wel weer mee te leven. Maar tijdens de tweede treinkaping, in 1977, werd het menens. Indische vrienden van me werden het ziekenhuis in geslagen en ik durfde in het weekend de straat niet meer op.

Ik bewoonde een kamer in een huisjesmelkerpand aan de Bazarstraat. Ik zat lekker tussen de Hollanders en die deden boodschappen voor me. Ik had een kantoorbaantje en tijdens de lunchpauze op de Frederik Hendriklaan liepen de mensen in een wijde boog om me heen. Niet bijster prettig. Je besprak de toestand met wildvreemde Indische generatiegenoten op straat en we konden die Molukkers wel vervloeken. Totdat de regering een troep mariniers naar de gekaapte trein stuurde en er zes Molukkers overhoop werden geschoten. Dat geschiedde onder druk van de toenmalige minister van justitie Van Agt, hij die nota bene nu met een bord voor zijn kop vice-premier Zalm ‘oorlogstaal’ verwijt. Voorlopig zijn er onder Zalm en Balkenende nog geen doden gevallen. Dat kon Van Agt toch moeilijk zeggen.

Indertijd had ik het twijfelachtige genoegen in mijn eentje in een lege coupe in een verder stampvolle trein te mogen zitten. Maar op de Frederik Hendriklaan liepen de mensen niet meer in een boog om me heen. Ze bekeken me eerder alsof ze net een voetbalwedstrijd tegen ‘mijn club’ hadden gewonnen. Mijn zusje zat in die dagen in de trein op haar gemak een sjekkie te draaien. Toen ze onnadenkend een aansteker in de vorm van een speelgoedpistooltje tevoorschijn haalde, sprong een oudere vrouw tegenover haar in paniek overeind en riep uit: ‘Help! Help! Een treinkaper!’

Dat Molukkers christenen waren, deed er niet toe. Dat de beoogde vijand van nu moslim is, doet er wel toe, en niet zo’n beetje ook. Amerika en zijn bondgenoten voeren een oorlog in Irak die door vele moslims over de hele wereld als provocatief neokoloniaal gedrag wordt ervaren. Futuristen voorspelden in de jaren zeventig al dat later – nu dus – over de hele wereld kleinere brandhaarden zouden gaan woeden. Er is geen enkele reden voor Nederland te denken dat die sfeer van wederzijdse onverdraagzaamheid aan ons voorbij zal gaan. Onze minister-president wentelt zich met de buitenlandse pers in onnozelheid door over een ‘on-Nederlandse situatie’ te spreken. ‘Nederlands’ is een versleten imago dat zich al lang niet meer als tolerant laat onderstrepen. Het is als met ons superieure Nederlandse voetbalsysteem van decennia her. We verliezen meer dan we winnen en kunnen het maar niet geloven.

Haagsche Courant, vrijdag 12 november 2004