VOC-viering (2)

De VOC dankte haar welvaart voor een groot deel aan de Chinezen. Zij waren betrokken bij de opbouw van Batavia en de ontginning van de zogenoemde Ommelanden en beschikten over de beste handelscontacten. Het Hollandse gezag probeerde immigratie van Chinezen af te remmen door koelies rechteloos voor Chinese ondernemers te laten werken, zoals men hier thans illegalen door tuinders laat gebruiken. Toen rond 1720 de suikermarkt inzakte door concurrentie van Brazilië gingen vele Chinezen failliet en werden talloze koelies werkloos. In 1740 kondigde het Hollandse gezag de deportatie af van alle koelies uit de Ommelanden naar Hollandse vestigingen buiten Java. Geruchten deden de ronde dat de koelies onderweg in zee zouden worden gedumpt en zo kwam het dat de Chinezen in opstand kwamen. Grote bendes trokken moordend en plunderend door de Ommelanden en het kwam zelfs tot een stormloop op Batavia. De Hollanders vreesden dat de Chinezen uit Batavia zouden gaan samenwerken met die uit de Ommelanden. Een massale huiszoeking bij de Chinezen in de stad mondde uit in een ongehoorde slachting, waarbij het Hollandse gezag premies uitloofde voor elk afgehakt Chinees hoofd. In drie dagen tijd werden ‘met Gods hulp’ vijf- tot tienduizend Chinezen afgemaakt. Het Hollandse gezag vond het toen wel genoeg en herstelde de rust. Chinezen mochten voortaan alleen nog in speciale wijken wonen. In Batavia, het huidige Jakarta, werd dat Glodok, waar nog altijd veel Chinezen wonen. Er kleeft bloed aan de wijnglazen op het Binnenhof. Benieuwd hoe ze er vandaag de afwas gaan doen.

Haagsche Courant, woensdag 20 maart 2002