Vijftig

alfred birney Shockerend bericht gisteren in de HC: ‘Vijftiger heeft gemiddeld nog dertig jaar voor de boeg’. Jemig, nog dertig jaar lang pennen! Als schrijver heb je immers geen pensioen. En we kunnen toch niet allemaal in de krappe boekentoptien bivakkeren voor een extra spaarcentje. Niet dat ik klaag. Als halve-eeuwer kan ik bevestigen dat mijn generatie tot dusver een lekker leventje had. Geen oorlog meegemaakt, wel aan allerlei bevrijdende revoluties meegedaan. Geen tanks, veel muziek, flower power, blowen en zo meer. Zijn we daarom nog zo vitaal, zoals men zegt? Zat generatiegenoten bij wie ik me bijkans doodverveel. Dat zit maar suf te zappen op de bank, terwijl ze zich volvreten aan bitterballen. Als dát tachtig moet worden, nou dan word ik honderd. Ik beoefen tweemaal per week jiu jitsu aan een beroemde Haagse sportschool, ga minstens eenmaal per week wielrennen door de duinen, ik heb mijn auto in de Noordzee gedumpt en beweeg me voort per stadsfiets. Op de sportschool komen mensen van allerlei komaf, van vijftien tot vijfenveertig. Tieners bevallen me zeer, ze zijn aardig, hebben het goed en doen het goed. Twintigers, dertigers, veertigers idem dito. Maar vijftigers in de salon? Mwah, beetje seyckgeneratie toch. Ze beginnen te mopperen op de jeugd, zoals hun ouders ooit op hen mopperden, wier ouders weer… ad infinitum. Men begint het leven zingend en eindigt het doorgaans jammerend. Vijftigers hebben nooit een onleefbaar Nederland gekend. Velen denken dat Nederland thans onleefbaar is. Als ze dat maar niet dertig jaar lang gaan lopen roepen, de softies.

Haagsche Courant, woensdag 6 maart 2002