Verdwenen

Onze literaire voorloper van Osama Bin Laden heet Oemar. Hij verschijnt plotseling ten tonele in een vredig stadje op Java en begint met de koran in de hand de Indonesische bevolking op te stoken tegen het Nederlandse gezag. De Javaanse regent ziet het wat calculerend aan. De Indo-Europese controleur waarschuwt de Hollandse assistent-resident, maar die kijkt niet verder dan de papierwinkel op zijn bureau. Intussen versiert Oemar de mooiste jonge dochters van de Javaanse dorpshoofden. De broer van de controleur, een Indische Don Juan, zoekt het wat hoger op en verleidt de minnares van de regent. Vergelijk: een portier van de Tweede Kamer duikt in bed met de minnares van een minister van Binnenlandse Zaken. Oei! In Nederlands-Indië van een eeuw geleden staat daarop de doodstraf door middel van tovenarij. Ziezo. De minnares wordt door de regent afgedankt en valt in handen van Oemar. Die vrijt lang zo lekker niet als onze Indische Don Juan en krijgt de minnares tegen zich. Ze wordt een dubbelspion. De controleur is nog net op tijd om het stadje te bewapenen tegen Oemar’s legertje. Oemar’s luitenants worden geëxecuteerd. Maar waar hangt Oemar zelf uit? We zagen hem voor het laatst ergens op een berg… Aldus de schrijver J.E. Jasper, een tijdgenoot van Couperus. Jammer dat zijn boek De diepe stroomingen onbekend is gebleven. Anders hadden we die in vertaling kunnen aanbieden aan president Bush jr. Het is afwachten of we Jasper een ziener onder onze schrijvers kunnen gaan noemen. Maar kan ie alvast op de boekenlijst, dames en heren neerlandici?

Haagsche Courant, maandag 21 januari 2002