Van oude gewoonten, de verwarring die niet voorbijgaat

alfred birneyDe Stichting Internationale Culturele Activiteiten (SICA) heeft een auto gestuurd om mij van huis te halen en weer terug te brengen. Mijn chauffeuse ziet er goed uit, rijdt swingend en is een onderhoudend gesprekspartner. Ze oriënteert zich als antropologe op de gevolgen voor Nederlandse soldaten buitengaats die een kameraad verliezen. Maakt dat verlies ze terughoudender of juist wraakzuchtig? Interessante vraag. Ik maak haar attent op mijn roman De onschuld van een vis (1995), die de verregaande gevolgen beschrijft van de oorlog die Nederland in Indonesië voerde.

Ik bereid me niet meer voor op lezingen. Ik beklim het podium en zie wel. Mijn leerschool kreeg ik in Indonesië tijdens mijn promotournees, waartussen onverwachte gastcolleges en optredens werden gewurmd. Er is wel een groot verschil tussen de podia daar en hier. Aan de overkant heeft het publiek een helderder beeld van de koloniale geschiedenis dan hier. Dat is niet verwonderlijk, want het waren de Nederlanders die kwamen, zagen, overwonnen, verloren en weer gingen.

Jonge Indonesiërs zeggen graag dat ze niet weten waar Nederland ligt en dat het hun ook helemaal niet interesseert, maar ze kennen wél allemaal de speelfilms waarin de vrijheidsstrijd jegens de ‘belanda’s’ wordt opgerakeld, zoals Nederlanders die kennen met hun wrok jegens de ‘moffen’. Suffe Nederlandse toeristen krijgen soms te horen dat het leven in de koloniale tijd beter was en dat Indonesiërs zelfs zouden wensen dat ze weer terugkwamen. Het is bespottelijk dat er nu nog Nederlanders zijn die deze beleefdheidsuiting serieus nemen. Ik trof er zelfs eentje tijdens de workshop in Felix Merites, Amsterdam, waar de chauffeuse me had afgezet.

Ik moest er een discussie inluiden met voorlezen uit eigen werk. Ik was het podium nog niet af of ik kreeg in de gaten dat er drie partijen waren en ik mijn positie als Indo weer eens moest gaan verdedigen in een zaal waarin het wemelde van mensen die een of andere gesubsidieerde club vertegenwoordigen en dus meer belang dan belangstelling hebben.

Onder het motto dare2connect was een dag georganiseerd die in het teken stond van culturele uitwisselingen tussen Nederland en Indonesië. Nou is dat een hels karwei – je zou er een volle week voor moeten uittrekken -vooral als je zo volledig mogelijk wilt zijn. Literatuur, film, architectuur, godsdienst, de koloniale geschiedenis… bijna alles wat je kunt bedenken kwam in drie simultane workshops aan de orde.

Ikzelf was ingedeeld bij de workshop Nederlandse cultuurmakers met Indonesische roots. Uiteraard mag je dan een flink percentage Indo’s in de zaal verwachten. Hetgeen een Nederlander deed verzuchten waarom de Indo weer zo nodig centraal moest worden gesteld. Ja, dat krijg je als je een Indo de workshop laat openen met een verhaal over Indisch leven in Nederland. De klacht van de man amuseerde me wel, het is immers altijd zo dat Nederlanders en Indonesiërs centraal worden gesteld en de Indo er maar tussen bengelt.

Op een vraag van de gespreksleidster leek het me interessant te melden dat ik als schrijver vóór 9/11 geen scepsis ontmoette in Indonesië. Na die vervloekte datum werd ik argwanender tegemoet getreden, er was een mondiale godsdienstoorlog uitgebarsten en ik werd de kant van de christenen op geduwd.

Een Nederlander ervoer mijn relaas als een aanval op de Indonesiërs en meende voor hen in de bres te moeten springen. Kan het neokolonialer? Hij verklaarde dat de Indonesiërs na de aardbeving verleden jaar heel vriendelijk waren toen hij met een stel collega’s in Yogyakarta, waar ze op tournee waren, als vrijwilliger meehielp een provisorische brug te bouwen. Ik vond die anekdote zo onnozel dat ik hem dat liet voelen. Gelukkig deed hij het verdere uur zijn mond niet meer open. Dat kwam niet alleen door mij. Een Indonesisch kunstenaar verklaarde namelijk ijskoud dat Indonesiërs slechts geïnteresseerd zijn in landen waar ze kunnen studeren, werken of hun kunsten kunnen vertonen. Duitsland, België en Frankrijk stellen zich gastvrijer op dan Nederland.

Ondanks allerlei goedbedoelde pogingen een brug te slaan tussen Nederland en Indonesië, al is het maar cultureel, lijkt de afstand tussen beide landen alleen maar groter te worden. Dat ligt in de eerste plaats aan de beroerde kennis van de gemiddelde Nederlander van zijn koloniale geschiedenis en zijn visie erop. Als een halve eeuw na de dekolonisatie nog altijd de termen Indisch, Indo en Indonesisch door elkaar worden gehaald, weet men dan eigenlijk wel waarover het gaat? In het verslag van dare2connect word ik bijvoorbeeld een Indonesiër met gemengd bloed genoemd. Toegegeven, zo Indonesisch als op de foto van die dag heb ik er inderdaad nooit eerder uitgezien.

© 2007 Alfred Birney
Archipel Magazine, herfstnummer 2007