Alfred Birney

USZeehond

Gepubliceerd (Geüpdatet: ) in Columns. Tags: .

alfred birneyTwee meeuwen van de eerste golfbrekerkolonie rechts van het havenhoofd scharrelen wat nadat de badgasten voor de regen zijn gevlucht en stuiten op een uitgeputte zeehond.
‘Zo, wat doet u hier? Moet u niet naar zee?’
‘Joh,’ zegt de zeehond, ‘tetter niet zo in mijn oren, ik ben al zo moe. Haal liever wat te eten voor me.’
‘Nogal brutaal, niet?’ zeggen de meeuwen tot elkaar. ‘Zeg, waar bent u vandaan?’
‘I am an American citizen,’ zegt de zeehond. ‘Please, haal even een hamburger voor me, ik ben doodop.’
‘U heeft zeker geen legitimatiebewijs bij u, hè meneer de zeehond? Is zeker naar de haaien!’ krijsen de meeuwen. ‘Dat zeggen ze allemaal, die hier asiel komen aanvragen!’
‘Ik kom helemaal geen asiel aanvragen! Ik ben aangespoeld!’
Twee kraaien, die het tafereel hebben gadegeslagen, komen zich met de ongewenste vreemdeling bemoeien: ‘Americano, hè? Nogal link, zouden we zeggen. Uw president meneer Bosch wenst zich niet aan de verdragen van het Internationale Strafhof in het Vredespaleis alhier te houden. Stel u bent een VIP en uw regering komt erachter dat u hier zit, dan krijgen we meteen een invasie hier op Scheveningen.’
‘Ik ben helemaal geen VIP, ik ben een doodgewone zeehond! Geef me een hamburger en ik ben weer helemaal opgeknapt!’
‘Kraa! Een haring kun je krijgen, verder niets! En géén nieuwe!’
‘Kek!’ roepen de meeuwen instemmend. ‘En bent u uitgegeten, zwem dan wat verder naar het zuiden. Het is maar een stukje naar Duinkerken. Daar hebben ze meer ervaring met invasies.’

Haagsche Courant, maandag 10 juni 2002