Treinspoor naar het dak van de wereld

het spoor naar tibet China is hot. Tibet is cold, ook wanneer er toeristen worden toegelaten. De grote Chinese leider Mao liet ruim een halve eeuw terug twee wegen aanleggen naar de woeste hoogten van een van de geheimzinnigste gebieden ter wereld. Voor elke kilometer viel een arbeider dood neer, maar een kniesoor die daar op lette. Wat hadden de Chinezen eigenlijk te zoeken in dat hoge, bijkans onherbergzame Tibet met zijn gevreesde hoogteziekte, die alleen Tibetanen kunnen weerstaan?

De Amerikaanse antropoloog Abrahm Lustgarten wijdde er een boek aan. Het is vertaald door Gerrit Jan Zwier en houdt het midden tussen een reisverslag, een antropologisch onderzoek en journalistiek. Centraal staat de aanleg van een spoorlijn in de huidige eeuw over ruim 1100 kilometer naar het dak van de wereld. Alleen Chinezen, met hun traditie van spoorwegen aanleggen, halen zich zoiets in hun hoofd. Er moest veel, heel veel voor het plan wijken. Zesduizend kloosters werden vernietigd, om maar wat te noemen. Toeristen die zich mogen vergapen aan gouden boeddha’s, bekijken replica’s van wat ooit door de Chinezen werd geroofd en omgesmolten. Dat wordt hen natuurlijk niet verteld.

Hoewel Lustgartens sympathie uitgaat naar de onderdrukte groep, komt hij ook met enkele boeiend geschreven portretten van Chinezen die met de bouw van de enorme spoorlijn te maken hadden. Het zijn de prettigst leesbare stukken. De politiek staat immers ver van de gewone mens af en kan dan ook bijna niet anders dan droog worden neergepend. Zoals de vroege bemoeienis van de Engelsen met het gebied en de actieve rol van de Amerikaanse CIA, die de Tibetaanse guerrilla’s trainde maar tegelijk de Chinese heerschappij over Tibet officieel erkende.

De expansiedrift van de Chinezen gaat niet alleen om Tibets ijzererts en overige delfstoffen. De krankzinnige goudkoorts die maandelijks honderdduizend Chinezen naar de trein doet hollen, maakt van de hoofdstad Lhasa een protserig en poenig oord van kitsch en hoererij, waar Tibetaanse kinderen in een wereld van gadgets hun eigen taal niet meer zuiver spreken.

Nog geen twee jaar geleden was de Qinghai-Tibetspoorlijn opeens gevuld met soldaten van het Volksbevrijdingsleger. Die zou buitenposten van het Indiase leger aan de betwiste grens met Arunachal Pradesh hebben vernietigd. Oorlogen zullen in de toekomst om water gaan en beide enorme landen zijn afhankelijk van wat er uit de Himalaya omlaag stroomt.

Lustgarten lijkt al zijn kennis over Tibet in dit ene boek te hebben willen proppen. Gevolg is dat na vele bladzijden over die ene krankzinnige spoorlijn er in hoofdstuk 10 opeens een hypermodern vliegveld in Lhasa uit de hemel komt vallen. Door een overvloed aan details is dit boek niet direct geschikt als vakantielectuur. Maar daar is het ook niet voor bedoeld. Het is maar dat u het weet.

Auteur: Abrahm Lustgarten
Titel: Het spoor naar Tibet.
Paperback, aantal pagina’s 320 (met noten)
Uitgever: Atlas
Prijs: € 24,90

© 2009 Alfred Birney. Deze recensie verscheen eerder verkort en geredigeerd in de boekenbijlage van het Algemeen Dagblad op zaterdag 6 juni 2009 onder de titel Met de trein naar Tibet.