Toeristen

Onze ‘allochtonen’ buitengaats heten in de pers opeens Nederlanders. Nou ja, heel even. Nederlandse kranten kwamen niet met koppen als Allochtonen gedood in Kasjmir, maar met Nederlanders gedood in Kasjmir. Wat een hypocriete dramatiek. Nu de eerste schok voorbij is, kopt men: Eindhovense Marokkanen. In Nederland schrijft men nogal schutterig over immigranten, uit de weigering zich immigratieland te noemen. Mensen uit Nederlands-Indië werden repatrianten genoemd, ook al kenden velen hun ‘vaderland’ niet en konden ze moeilijk van ‘terugkeren’ spreken. Ze hadden Nederlandse paspoorten, maar die had weinig meer nut dan de grens te mogen passeren. Mediterraanse gastarbeiders hadden geen Nederlandse paspoorten en aangezien gezinshereniging geen immigratie is, zijn zij ook weer iets anders dan immigranten. Sinds de Allochtonenwet wordt iedereen, ook ik, van wie tenminste één ouder uit het buitenland afkomstig is ‘allochtoon’ genoemd. De term is onderhand vrijwel synoniem aan mensen van Turkse of Marokkaanse komaf. Het is nog net geen scheldwoord. In Nederland heerst een bedremmelde omgangscultuur. Men krijgt vooral interesse in je wanneer de visite voorbij is. ‘Alles goed met je?’ vraagt men je vlak voor het uitzwaaien. Eenmaal weg, dan gaan ze je te missen. Ben je vermoord, dan is je paspoort pas écht geldig. Misschien is Nederland wel een toeristenland. Voortaan ‘allochtonen’ maar toeristen noemen? De hele wereld wordt uiteindelijk toch één toeristenoord. En koffie met melk. Dat wordt feesten. Mag ik alvast boeken voor mijn volgende reïncarnatie?

Haagsche Courant, vrijdag 18 januari 2002