Tim

alfred birney Een verlopen Amerikaan met een afgeragde gitaar op de rug klampt me aan op de Prinsengracht en vraagt me naar Het Paard. Ik wijs de reizende muzikant op de loze gevel en vertel hem dat ze het gebouw gaan restaureren. Het is de waarheid niet, zeg ik, want achter de gevel zal een nieuw gebouw komen.

‘Oh boy,’ jammert de Amerikaan, ‘so I could never get on the same stage like Tim Hardin did many years ago here in The Hague. Ever heard of him?’

Ik knik en hij vraagt me of ik toevallig diens optreden hier heb gezien, jaren geleden.

Nee, toevallig niet. Mijn broertje belde me destijds nog op, om me te zeggen dat de grote Tim Hardin in Het Paard zou spelen. Maar het was in een tijd dat ik uitgeluisterd was op de folksinger, of ik was gewoon chagrijnig, ik ben niet gegaan.

‘You feel sorry for that?’

Ik knik. Het scheen een zeldzaam mooi concert, hij had de lage en hoge e-snaren omlaag gedraaid naar d, mijn broertje wist nu eindelijk hoe we Tim Hardin moesten spelen.

Deze gitaristische informatie laat de Amerikaan koud. Het gaat hem hierom: dat Tim Hardin in de voetsporen van de zuiplap Hank Williams trad, aan wie hij een nummer wijdde. En dat hij nu op zijn beurt in de voetsporen van de aan drugs ten onder gegane Tim Hardin wil treden en daarom op zoek is naar plaatsen waar hij heeft gespeeld.

‘Guess I better get back to the USA,’ verzucht hij. ‘Plenty of places to die there.’

Haagsche Courant, vrijdag 19 april 2002