Leeg = Leeg

alfred birney Vakantietijd. Relatieve rust in Den Haag. Het is toch steeds weer opvallend hoe Den Haag vrijwel leeg lijkt te stromen in de zomervakantie. Recessie of niet: de straten zijn verlaten, er zijn minder verkeersdoden dan anders, ondanks de jongste fatale steekpartij bij het eindpunt van tramlijn 2 worden er minder mensen overhoop gestoken, er worden minder vrouwen mishandeld en verkracht enzovoort. Het kan beter, maar het gaat nogal in de zomer.

Volgens een telling van het CBS telde Den Haag op 1 januari 2003 463.826 inwoners. Als je daar wat illegalen en overige gasten bij optelt, dan kom je op een half miljoen. Nou zou ik wel eens willen weten hoeveel inwoners Den Haag heeft gedurende de hondsdagen, die zoals u weet duren tot aan mijn verjaardag – nou die weet u allemaal wel hè? Volgens mij zitten we momenteel met 200.000 mensen inclusief toeristen in ons dorp, dat bestaat sedert 1248 toen graaf Willem II van Holland een kasteel liet bouwen aan een duinmeer, de huidige Hofvijver, – een dorp dat pas in 1806 onder Frans bewind zijn stadsrechten kreeg.

Maar daar wou ik het niet over hebben. Waar ik het over wilde hebben is die enorme leegloop als het weer een beetje tegen zit (en dat is meestal het geval). Een beetje internetreisbureau krijgt op een regenachtige dag een miljoen bezoekers te verwerken en die willen allemaal naar Turkije, Griekenland, Portugal, Brazilië, Thailand, Cambodja, Mexico, Mauritius of de Zuidpool (waar het veiliger is met die pinguïns dan op de Noordpool met die ijsberen). Het zij ze gegund, maar waar betalen ze het van? Een weekje Turkije last minute kost al gauw een bijstandsuitkering, met zijn tweetjes twee bijstandsuitkeringen. En wat is een gezin kwijt? Okay, je kunt er voor sparen, maar die toeristenkudde pakt dan ook nog in de winter effe een skivakantietje en tussendoor ‘nog effe wat zon in Tel Aviv’ of zo.

Aan het begin van de vakantie vroegen achterblijvers elkaar nog wel naar vakantieplannen, maar nu de boel duidelijk is, hebben achterblijvers iets berustends over zich gekregen. Velen kunnen een vakantie gewoonweg niet betalen en ze hebben er geen idee van hoe die anderen dat voor elkaar krijgen. Achterblijvers klagen niet, zelfs niet over de vervuilde zee, daar laten we onze vette baggerhumor op los, wat moet je anders.

Weet je wíe er klagen? Die straks terugkeren van die vakantieparadijzen, waar ze zich vet hebben liggen vreten en zuipen en vervelen. Klagen over hoe verschrikkelijk de prijzen weer zijn gestegen, hoe ze worden genaaid waar ze bijstaan, en dan roepen ze dat ze blij zijn dat ze weer thuis zijn. Maar moeten wij, trouwe dienaren des vaderlands, daar dan ook blij om zijn? Kunnen we niet even een noodwet in werking stellen waarmee we die klagers linea recta terug kunnen sturen naar waar ze vandaan komen? Leeg = Leeg. Ja toch?

Haagsche Courant, vrijdag 30 juli 2004

Lulverhaal

alfred birney Het is nog geen mode, maar dat kan het natuurlijk worden: de penis van je man afsnijden. Moet gepaard gaan met een dubieus voorspel, want een weekdier laat zich niet zomaar hakken, lijkt mij.

Voor wie het nog niet weet: onlangs heeft een Duitse vrouw de penis van haar ex-man afgesneden. Plaats van handeling: Kassel. Afloop van dit lulverhaal: de man, een Ghanees, rent de vrouw achterna en steekt haar overhoop op straat. De vrouw overlijdt een uur later in het ziekenhuis. Geen bijster plezierig bericht dus.

Dan was dat akkefietje in Amerika in 1993 toch amusanter. Een vrouw snijdt de piemel van haar man af en smijt het geval uit het autoraam. Ambulancepersoneel gaat op zoek naar het gereedschap en in het ziekenhuis wordt dat ding er gewoon weer aangenaaid, om zo te zeggen, want die vrouw zal zich toch ongetwijfeld genaaid hebben gevoeld door die plastische chirurgen, die als het moet een olifantenslurf op de kont van uw buurman planten (onze Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten wil experimenten in die richting gaan doen, maar dit even terzijde). Het slachtoffer, een luldebehanger van de eerste orde (ramt stelselmatig vrouwen in elkaar), maakte van de lulligste dag uit zijn leven een hype: hij liet T-shirts printen met zijn piemel erop, maakte een grand tour langs allerlei televisiestations, accepteerde een rol in een pornofilm om te bewijzen dat zijn dingeling nog operationeel was en zette zo zijn vrouw en haar seksegenoten voor paal. Later zou hij zijn nieuwe vriendin gaan mishandelen en in de gevangenis terechtgekomen, maar wel met zijn jongeheer.

Sommige kranten zaaien in het jongste bericht verwarring met koppen als: ‘Man doodt vrouw na castratie’. Er leeft een enorm misverstand onder mensen, die denken dat het afsnijden van een penis gelijkstaat aan castratie. Waarschijnlijk een erfenis van die frustraat Sigmund Freud uit Wenen, die aan castratie de betekenis van het verwijderen van de penis gaf om zo zijn inmiddels ingeburgerde absurde theorie van penisnijd aan vrouwen toe te kunnen schrijven. Werkelijke castratie is echter het verwijderen van de testikels. Het vond al plaats in religies ouder dan het christendom. Via allerlei omwegen vonden castraten, eunuchen genoemd, de weg naar de christelijke kerk, waar men graag jongetjes met engelenstemmetjes in het koor wilde horen zingen en de ballen maar in de kerstboom hing.

Vier jaar terug beet in Chicago een vrouw de testikels af van een man die haar belaagde en deponeerde ze persoonlijk op het politiebureau. Geen chirurg die later nog met de ballen raad wist. Dat dit verhaal minder bekend is komt misschien door wat de mensen graag willen lezen. Een lulverhaal gaat er lekkerder in.

Haagsche Courant, vrijdag 11 juni 2004

Razzia

alfred birney Het leven. Je komt mensen tegen, je verliest ze weer uit het oog. Niets bijzonders aan. Nou ja, soms, als je de pech hebt van iemand te gaan houden en die persoon komt je op een of andere manier te ontvallen. Dan treur je. Aan dat thema worden hele boekwerken gewijd, dramatiek spreekt mensen aan, althans zo lang het overzichtelijk is. Twee mensen, een derde persoon er bij, het liefst in een historische setting en je krijgt een drama.

Tussen de uitersten van de toevallige passant en de grote liefde zitten vele varianten. Mensen met wie je regelmatig in contact komt maar met wie je geen hechte vriendschapsbanden sluit, kunnen later opeens het huis van je nostalgie komen bewonen. De slager, de schoenmaker, de bakker. Waar zijn ze gebleven?

Bij mij in de buurt stonden een paar Bulgaarse vrouwen te bedienen bij een Turkse bakkerij. Ze kwamen rond de invoering van de euro, spraken nauwelijks Nederlands, Engels of Duits. De oudere had een goede hand van Turkse pizza’s serveren. Perfect mengsel van pizza, sla en sauzen, goed op temperatuur. De jongere, wie weet haar dochter, was goed in het grillen van kippen. Waren ze afwezig dan was het niks met die pizza’s en kippen. De vrouwen maakten deel uit van het straatbeeld, bij mooi weer zaten ze buiten op hun klapstoeltjes.

Verderop was een jaar terug een kapper aan komen waaien. Zoals bij alle goede kappers was zijn haar niet om aan te zien: een oversized matje bewerkt met henna. Als hij geen klanten had, ging hij even buurten bij de Turkse sigarenboer, of hij stond gewoon buiten zijn sigaretje te roken. Hij riep me naar binnen wanneer hij vond dat mijn haar gedaan moest worden. Vond ik wel leuk, uit mezelf ging ik hooguit eenmaal per jaar een kapsalon binnen, bij voorkeur in de lente. Dan ging mijn haarelastiek af en de schaar erin. Maar bij mijn Turkse kapper was ik vaste klant. Hij had veel gevoel voor zijn vak en werkte hard. Vroeg je hem wanneer hij op vakantie ging, dan haalde hij de schouders op en trok de mondhoeken omlaag.

Laatst kwam ik de straat in lopen en voelde direct een merkwaardige leegte. De Turkse sigarenboer vertelde me dat de politie de straat had schoongeveegd. De kapper was opgepakt, met de dames van de bakkerij. Er scheen een nieuwe wet in werking te zijn getreden, iets met stempels die niet langer meer gelden, iets onduidelijks, in elk geval geen wet die een schifting van waardevolle en waardeloze mensen mogelijk maakt. Kwaliteit telt niet bij razzia’s.

Haagsche Courant, vrijdag 4 juni 2004

Hindostaanse suiker

alfred birney Meeuwen behoren te vliegen. Er is werkelijk niets lelijkers dan een meeuw die naast je komt staan niksen terwijl jij lekker op je strandmatje ligt te zonnen in Scheveningen Paradise. Vooral de jongere exemplaren zitten afgrijselijk in hun veren. Daarbij zijn ze ook nog eens strontvervelend. Je meisje is amper teruggekeerd van de Egyptische snackcar, of er komt zo’n afzichtelijke, brutale meeuw een patatje uit je bakje wegkapen, en passant ook nog eens een lik mayo dan wel pinda nemend. Maar het moet gezegd: vliegt zo’n meeuw eenmaal weg, dan metamorfoseert zijn lelijkheid allengs in een schoonheid waar de mooiste mannen en vrouwen op het strand bij verbleken. En ze zien al zo bleek, die volgevreten auto’s (autochtonen) en allo’s (allochtonen) die het strand bezoedelen met hun weggeworpen halfgeconsumeerde etenswaren. Ziedaar de reden van de meeuwenplaag, die Scheveningen Paradise teistert. Waar hangen de hindostanen eigenlijk uit? Met 40.000 zijn ze in ’t Haegsche neergestreken, maar je ziet ze nauwelijks op het strand. En al helemaal niet in badkleding. Het lijken wel Scheveningers! Die beperken zich ook tot geflaneer over de boulevard. Het is daar waar je de hindostanen moet zoeken, smetteloos gekleed en all that, wandelend of tuffend over de boulevard. Zouden zij zich zelfs op de boulevard suf snoepen aan zuurstokken, smarties, suikerspinnen, popcorn, spekkies en meer van die levensverkortende goedjes? De krant staat weer vol over de eetgewoonten van onze kampioenen suikerzieken. Opvallend is dat hierbij melding wordt gemaakt van hindostanen en niet van hindoestanen. Hindostanen hebben hun wortels in en rond India en hun omweg naar Nederland via Suriname. Tachtig procent is hindoe en twintig procent moslim. Volgens de GGD heeft veertig procent van de Haagse hindostanen kans op suikerziekte. Nou ben ik benieuwd of er verschillen zijn tussen de hindoes en de moslims onder de hindostanen. Hebben rituele maaltijden invloed op suikerziekte? Hebben moslims onder de hindostanen misschien minder kans op suikerziekte omdat ze wellicht minder snoepen dan hindoes? Interessante vraag, lijkt mij. Enfin, onderzoek en berichtgeving over ‘etnische minderheden’ munten toch al zelden uit in helderheid. Ik hou het er maar even op dat niet hindostanen maar hindoestanen in de rij staan voor een abonnement op insuline. Mijn advies aan hen luidt: eet wat u wilt, maar blijf niet op de boulevard aan die suikerspinnen plakken. Trek eens een zwembroek of badpak aan en meng u op het strand tussen de auto’s, allo’s en meeuwen! Neem eens een verfrissende duik in onze van geneeskrachtige algen vergeven zee. Die is schoner dan de Ganges. Cool! En laat die heilige auto eens staan. Ga fietsen! Een hindoestaan op een fiets is nog altijd zoiets als een eskimo op rolschaatsen. Niet dan? Nee? Waar fietsen jullie dan, hindoe… eh… hindostanen?

Haagsche Courant, vrijdag 18 juli 2003

Stigma’s waren ooit voor vee

alfred birney Twee, overigens serieuze, brieven uit het Westland naar aanleiding van mijn column getiteld Kutmarokkanen. De eerste brief is van een werkgever. Hij heeft drie Turken in zijn bedrijf en nooit gelazer met ze gehad. ‘Ondanks alle waarschuwingen toch maar Marokkaan geprobeerd.’ Nou, dat werd stelen en bedreiging met de dood bij ontslag. De afzender schrijft dat alle Marokkaanse sollicitanten die bij hem aanklopten een strafblad hadden. ‘Moeten niet zeuren over gebrek aan kansen. Hebben gewoon de verkeerde mentaliteit’.

Ik zal wel weer cynisch klinken, maar als een werkgever na één vervelende ervaring met een Marokkaan in zijn bedrijf al afhaakt, dan moet er bij voorbaat al weinig vertrouwen in hem hebben geleefd. Je probeert er een en daarna niet meer. Dat is denken in soorten: ik probeer dat soort even. Ga jij roepen dat ‘ze gewoon de verkeerde mentaliteit’ hebben, dan hebben zij het recht om te ‘zeuren over gebrek aan kansen.’ Wat kan een kansarme anders dan zeuren als hij of zij regelrecht kansloos dreigt te worden? Ja: stelen. Dan zijn we weer thuis.

De tweede brief is het relaas van iemand die Marokkanen probeerde ‘te helpen én te vriend te maken’. Feitelijk eenzelfde uitgangspunt als in de eerste brief. Ging denkelijk goed, totdat zijn Marokkaanse buren binnen een week driemaal een steen door zijn ruit wierpen. De bedreigde begreep later pas dat zijn Marokkaanse buren zijn zoon ‘een rare hardrocker én dus homo vonden’. De zoon werd geslagen, ‘met z’n vieren tegen één, dat wel. Vandaar die cursus “zelfverdediging” op die sportschool van u natuurlijk.’

Hier doelt de afzender op mijn lidmaatschap bij een sportschool, waar ik twee Marokkaanse jongens ken, van wie er eentje een hogere beroepsopleiding heeft gevolgd maar een hopeloze benzinepompbediende is geworden. Voor de goede orde: ik bezoek een sportschool die een grote reputatie geniet, al ruim 80 jaar bestaat en waar de kunst van het jiu-jitsu wordt onderwezen: een edele Japanse gevechtskunst. De leerlingen daar zijn doorgaans tamelijk deemoedig en in de regel nou juist géén vechtjassen. Er zijn relatief veel vrouwen bij en die zitten daar echt niet om uit eigener beweging een beetje te gaan rossen. Nog altijd vindt 80 procent van verkrachtingen plaats in huis en is de dader een bekende van het slachtoffer.

De briefschrijver heeft zich in vijf jaar laten wegpesten. Treurig. Resteert de kunst om niet in gestigmatiseer te vervallen. Niet met clichés komen van drie Marokkaanse WAO-ers die elke ochtend worden opgehaald door een busje. Als hun werkgever een Hollander is, zit die zeker niet fout? Even stellen: één Hollandse moordenaar maakt nog altijd niet van alle Hollanders een moordenaar. Nou ja, nog niet. In de Tweede Wereldoorlog leek het bijna zo. Hele treinen werden met ‘een zeker soort’ volgestouwd en er was geen hond die het zag.

Haagsche Courant, vrijdag 4 juli 2003

SARS en de Marathon

alfred birney Terwijl neokoloniale High-Tech-cowboys naar biologische wapens zoeken in Irak, vinden ze per ongeluk olie. Gut, hadden ze toevallig net nodig in Amerika, dat in zijn eentje een kwart van de grondstoffen op aarde verbruikt om de hamburgerdemocratie te kunnen vetmesten. En terwijl de oud-koloniale Low-Tech-boeren hier te lande naar besmette kippen zoeken, dekt men zich te Rotterdam in tegen een aanval van Chinese biologische zelfmoordcommando’s.

Hebben die organisatoren van de marathon van Rotterdam hun opleiding in New York gekregen of zo? New war, new paranoia! De uitnodigingen voor de vrouwen Ying-Jie Sun en Jin Li worden bruusk ingetrokken. Deze serieuze kandidates voor de eindzege mogen thuisblijven in dat SARS-land van ze. En anders moeten ze maar in Noord-Korea gaan lopen over de terreinen van verdachte kernreactoren.

‘De overige atleten zouden erg gestresst kunnen raken van Chinezen in het hotel,’ wauwelde de woordvoerder van het organisatiecomité. Wie weet lispelde hij nog off the record dat álle Chinezen thans dubieuze wezens zijn in de straten van Rotterdam. Geef meneer een ministerspost vreemdelingenzaken in een leefbaar kabinet en er komt geen Chinees ons vreedzame SARS-loze landje meer binnen. Het organisatiecomité zou desgevraagd ongetwijfeld de koorzang hebben aangeheven dat ‘onze Chinezen’ zelf ook bang zijn SARS op te lopen. SARS is immers het gesprek van de dag in hun Chinatowns, niet de oorlog in Irak. Chinezen vliegen veel in die Yankee Boeings, begrijpt u, met die ziekmakende airconditioning van niks boven die kleffe hoofdsteunen. Mensen uit Afrikaanse landen doen dat weliswaar ook, maar AIDS is Amerikaans, dus dat zit wel goed, dat is friendly fire.

Wat een kansen we al niet missen. Welke marathonatleet blijft er nou achter een SARS-loper hangen? Weg kans op toptijden van atletes die zich het vuur uit de sloffen lopen om de SARS-lopers voor te blijven en geen bacillen te hoeven snuiven. Weg vrachtvluchten met onze zieke kippen tegen een vriendenprijsje voor die toch al zieke SARS-lijders in China.

Boze tongen fluisteren dat het Severe Acute Respiratory Syndrome is ontstaan door het vrijkomen van chemicaliën bij de fabricage van biologische wapens waarmee de Chinese oorlogsmachine zou experimenteren. Is dat waar, dan kunnen Bush en zijn trawanten China als vijfde poot aan de as van het kwaad toevoegen. Pentagonischer kan niet. Kan nog gezellig worden op aarde.

Alfred Birney / Haagsche Courant, vrijdag 11 april 2003

De B.-dimensie

alfred birney De minister-president spreekt! Een verademing na de polariserende graffiti van die LPF-novicen op de muren van het Binnenhof. Je valt bijna in slaap van zijn tekst in de krant van gisteren, maar goed, het is tenminste een betoog. Gewoonlijk spreekt hij zonder iets te zeggen. Nu is het nog net niet zo dat hij zijn heimwee bezingt naar een tijd waarin Hollandse vrouwen getooid met hoofddoekjes bij de grutter een onsje suiker gingen halen en ’s avonds de pantoffels voor hun Hollandse echtgenoten klaarlegden, maar dat lied staat wel op zijn diskman. De premier ziet namelijk een bijzondere dimensie: een morele. Einstein zou zich achter het hoofd hebben gekrabd, maar die schijnt inmiddels ook al achterhaald met zijn god-dobbelt-niet-theorie. Balkenende dobbelt wel, al is zijn inzet hooguit een versleten fiche uit het casino van vijftig jaar terug. Hij bepleit de terugkeer van de morele dimensie in de politiek, zegt dat de overheid niet moet voorschrijven maar wel grenzen moet stellen, enzovoort. Zijn geroep is netter dan dat gekraai van dat LPF-ongeregeld, maar vaag is het wel. Citaat: “in de relatie tot God komt de mens pas volledig tot zijn recht”. Was die God niet zoiets als Allah? Gedoe met die profeten, hè? Er zijn wijze lieden die menen dat de ellende niet begint bij raciale verschillen maar bij godsdienstige. Aardig thema voor de door Balkenende gewenste Nederlandse variant op de Noorse Commission on Human Values. Christelijke morele grenzen zijn bijvoorbeeld zo mooi, dat ze eeuwenlang zijn overschreden.

Haagsche Courant, woensdag 4 september 2002

Vrije seks

alfred birney Het feminisme rukt op in het grootste moslimland ter wereld, met als kruidvat Djokjakarta op Centraal Java. Volgens de Indonesian Expat Newsletter is in de culturele hoofdstad van Java de afgelopen drie jaar een onderzoek uitgevoerd onder 1660 studentes in de leeftijd van 17 tot 23 jaar. Slechts 46 van hen zeiden nooit seks te hebben gehad, en drie waren nog nooit tot zoenen gekomen. Liefst 97 procent is geen maagd mee en een kwart van de ondervraagden had seks met meer dan één partner. Het matras ligt overwegend in de huizen van het manvolk, gevolgd door goedkope hotelletjes en de pensions en kosthuizen die studentes uit heel Indonesië herbergen. De grasmat in het park is er voor de dappersten: twee procent. Het is niet meer zo dat hospita’s de huursters als de eigen dochter behandelen, ze laten de meisjes min of meer hun gang gaan. Conservatieve moslims smeken bijkans de drie kilometer dikke gifwolk die boven Zuidoost-Azië hangt (ten gevolge van bosbranden en een enorme toename van het autoverkeer) richting poel der losbandigheid. Pragmatischer moslims willen af van de wet die vrouwen verbiedt te huwen zonder toestemming van de ouders, zodat de studentes legaal de liefde kunnen bedrijven. Er is een koude oorlog aan de gang tussen feministen en fundamentalisten, een seksuele revolutie die men wil gaan stoppen met strikte regels in de pensions en politie-invallen in de nacht. Gaat dat gebeuren, dan lezen we over drie jaar dat vijftig procent van de politieagenten regelmatig vreemd gaat op het Djokjase matras.

Haagsche Courant, woensdag 14 augustus 2002

Strandbeeld

alfred birney Lijn 11 heeft de eer het gekkengetal te dragen, u weet wel: het 11e huis dat wordt geregeerd door Uranus, die elke Waterman een tik van de molen geeft. Voor wie geen gevoel heeft voor astrologie, niet getreurd: ooit kreeg lijn 11 langs de ‘Woeste Hoogte’ regelmatig een tik van straatstenen die hangjongeren wierpen. Die Scheveningse wijk is nu met de grond gelijk gemaakt, de mensen zijn verdreven. Hier en daar weigeren mensen te vertrekken. Gelijk hebben ze, die asociale woningcorporatie had de boel heus wel kunnen opknappen. Maar ja, men wil zakenmannetje spelen sinds de overheid geen miljarden meer in die schimmige corporaties pompt. Enfin, het strand krijgen ze er niet weg, tenzij het B-kabinet besluit een snelweg langs de vloedlijn aan te leggen, platforms voor woningen boven zee, een vliegveld aan de kim en zo meer. Eer het zo ver is en de asteroïde 2002 NT7 kosmische stenen over de zeevilla’s strooit, stappen we nog lekker de gekkentram uit (wordt thans bestenigd langs de Schilderswijk door kids die daar rondhangen) en dansen we de zebra over naar een kleurrijk stuk strand. De tijden zijn voorbij dat alleen Hollanders zich in zee waagden. Nu poedelen ook Surinamers, Marokkanen, Turken, Antillianen, Latino’s, Chinezen en wat al niet meer in het lekkere koele water rond. Als dat zich gaat vermengen, wordt Nederland een klein Brazilië. Sex-appeal en topvoetbal. Jammer dat op Turkse vrouwen een embargo rust, om even een groep te noemen. Maar dat gaat wel over. Geen heilig boek die de liefde klein krijgt.

Haagsche Courant, woensdag 31 juli 2002

De val

alfred birney Het kabinet is nog niet gevallen of die uitgerangeerde maar nog immer machtsgeile Hans Wiegel begint al te speculeren over een nieuwe club, uiteraard niet zonder een voorzichtige flirt met Pimmetje. Geen woord over de slachtoffers van Srebrenica uit die volgevreten buik van hem, noch uit het brein van Neêrlands beroemdste nicht. De aanstaande verkiezingen zijn spannender dan dat geouwehoer over een zootje dooie, ongetwijfeld homohatende moslims, hè Pim? Enfin, het kruitvat van Srebrenica heeft nu toch het Binnenhof bereikt, zeg maar via koerier Jan Pronk. Het lispelende geweten van de natie heeft in het zicht van de haven de ultieme handgranaat naar Papa Kok geworpen, uit wraak voor de talloze malen dat de minister-president zijn gevoeligste ministertje tot de orde riep wanneer die weer eens zijn bek voorbij had gepraat, zoals over de volkerenmoord die de Serviërs aan het plegen waren. Ziezo, Jantjes ziel is op de valreep gered en Papa Kok mag de vuile afwas gaan doen. Intussen hebben de vrouwen van Srebrenica laten weten de val van het kabinet ‘niet genoeg’ te vinden. Zij willen overste Karremans zien hangen, dat laf stuk vreten dat tegen die beul van Mladic zei: ‘Don’t shoot the piano player!’ en vervolgens met hem het glas hief, blij dat-ie niet voor zijn kop werd geschoten door iemand die nog nooit een VN-er ook maar iets had aangedaan. Wat hier in Den Haag op het hoogste niveau gebeurt, is transparant vergeleken met het gekonkel binnen de legertop, dat de smoelen bedekt met modder en zich ingraaft tegen een mogelijk nieuw bombardement van vragen.

Haagsche Courant, woensdag 17 april 2002