Ons Indisch erfgoed

De invloed van de Indische cultuur op de Nederlandse blijkt zo groot te zijn, dat je beter kunt spreken van een innige vervlechting tussen beide culturen. Althans, volgens Lizzy van Leeuwen, antropologe, die in haar nieuwe boek Ons Indisch erfgoed talloze opvattingen over de Indische geschiedenis van Nederland volkomen op zijn kop zet. Dat doet ze zo overtuigend dat het weleens het belangrijkste boek over de Indische geschiedenis kan worden sinds J.J.P. de Jongs De waaier van het fortuin (1998). Daarin werd de Indische geschiedenis van 1595 tot 1950 beschreven.

Lizzy van Leeuwen neemt de afgelopen zestig jaar voor haar rekening. Voor degenen zonder voorkennis: geen zorgen, ze neemt het complete verhaal vanaf de VOC-tijd in vogelvlucht nog even door. Actueel spilpunt in haar boek is de opkomst en ondergang van het Indisch Huis. Het is een verhaal dat vooral de Haagse gemoederen zeer heeft beziggehouden maar dat gezien de diepe historische achtergronden in heel Nederland bekend zou moeten zijn. Wat ging er aan de bouw van het Indisch Huis vooraf, wat kwam erna en hoe liep het uiteindelijk af? Belangrijker nog is de vraag waarom dat Indisch Huis er zo nodig had moeten komen. Het is hier vanwaar de sporen leiden naar talloze personen, instellingen en ondernemingen.

Lizzy van Leeuwen toont zich een uitstekend gedocumenteerd auteur met oog voor detail én het grote geheel, een intelligente gedachtegang en een meeslepende schrijfstijl, die zoveel van haar wetenschappelijke collega’s ontberen. Heel Indisch Nederland, met al zijn bekende en op de achtergrond opererende figuren, komt ter sprake. Ook de vaderlandse politiek blijkt innig verweven met de Indische cultuur en het is smullen geblazen voor wie van roddels en weetjes houdt. Speels knoopt Lizzy van Leeuwen bekende en onbekende, soms ronduit hilarische feiten aan elkaar. Ze biedt de lezer een bonte kijk op het Indische leven, dat, zo blijkt, eigenlijk nooit een kwestie is geweest van onderonsjes onder Indo’s. Wat dat aangaat is haar invalshoek bijna revolutionair te noemen. Zelfs de opvatting, dat ‘Indo’s een probleem hebben’, weet ze met flair terug te kaatsten naar de bedenkers ervan. De worsteling met de naoorlogse overkomst van scheepsladingen vol Indische mensen met Nederlandse achternamen is niet aan boord van die schepen ontstaan, maar achter onze dijken en duinen. Vanzelfsprekend is de conclusie dat het niet alleen een boek is voor Indische mensen maar ook, of misschien wel juist voor Hollanders, ofwel autochtonen. Welke Hollanders dan? Wat te denken van geschiedenisleraren, ambtenaren, schrijvers, journalisten en webloggers. Als die de Nederlandse geschiedenis in een groter kader leren zien en niet angstvallig in een hoekje blijven zitten, dan kan Nederland zich, bevrijd van allerlei taboes, met al zijn ervaring eens met flair in het internationale culturele debat mengen.

© 2008 Alfred Birney. Verscheen eerder in de boekenbijlage van het Algemeen Dagblad op zaterdag 11 oktober 2008 onder de titel: De Indische literatuur achter de dijken. Antropologe Lizzy van Leeuwen zet in “Ons Indisch erfgoed” de Indische geschiedenis van Nederland op zijn kop.

VOC-viering (3)

alfred birney Radio 1 wenste afgelopen woensdag een kritische stem in verband met de VOC-viering. Zit ik in het afgesproken café mijn zoveelste cappuccino naar binnen te werken, belt die journalist van Radio 1 om me te zeggen dat een zeker heerschap hetende Hessing, zijnde voorzitter van het Nationale Comité VOC, gaarne zijn wervende stem wil laten horen rond zijn VOC-feestje. Waarmee hij effe mijn zendtijd rond 3 uur in de middag jat. Ik laat de journalist knarsetandend weten dat-ie mij alleen nog telefonisch kan interviewen, aangezien ik vandaag de omgeving van het Binnenhof boycot. Wat blijkt? Komt die Hessing niet opdagen en moet de journalist uit armoe er een anonieme voorbijganger interviewen. Voor ik mijn stem per telefoon over de radio laat eh… schallen, zit ik verplicht televisie te kijken naar het openingsritueeltje van dat VOC-feessie. Een Batavier achter de gamelan! Wah! En dan dat onbenullig heerschap van Hessing die mijn zendtijd heeft gesaboteerd en zijn jokers een act laat opvoeren rond kruidnagelen, mout, bespuugde zeilen en zo meer. Maar ik word beloond met een schitterende toespraak van de Indonesische minister van Economische Zaken, die op persoonlijke titel met kritische noten rond de VOC de mondhoeken der aanwezige hoogwaardigheidsbekleders eventjes omlaag lult. Waarna Hessing de boel schaamteloos afsluit met de oproep aan de aanwezigen om nu maar flink achter de coulissen te gaan netwerken! Ook zonder Indonesië leidt neokoloniaal denken wel tot de gewenste mondialisering, bedoelt meneer te zeggen met dat reusachtig VOC-bord voor zijn kop.

Haagsche Courant, vrijdag 22 maart 2002

VOC-viering (2)

alfred birney De VOC dankte haar welvaart voor een groot deel aan de Chinezen. Zij waren betrokken bij de opbouw van Batavia en de ontginning van de zogenoemde Ommelanden en beschikten over de beste handelscontacten. Het Hollandse gezag probeerde immigratie van Chinezen af te remmen door koelies rechteloos voor Chinese ondernemers te laten werken, zoals men hier thans illegalen door tuinders laat gebruiken. Toen rond 1720 de suikermarkt inzakte door concurrentie van Brazilië gingen vele Chinezen failliet en werden talloze koelies werkloos. In 1740 kondigde het Hollandse gezag de deportatie af van alle koelies uit de Ommelanden naar Hollandse vestigingen buiten Java. Geruchten deden de ronde dat de koelies onderweg in zee zouden worden gedumpt en zo kwam het dat de Chinezen in opstand kwamen. Grote bendes trokken moordend en plunderend door de Ommelanden en het kwam zelfs tot een stormloop op Batavia. De Hollanders vreesden dat de Chinezen uit Batavia zouden gaan samenwerken met die uit de Ommelanden. Een massale huiszoeking bij de Chinezen in de stad mondde uit in een ongehoorde slachting, waarbij het Hollandse gezag premies uitloofde voor elk afgehakt Chinees hoofd. In drie dagen tijd werden ‘met Gods hulp’ vijf- tot tienduizend Chinezen afgemaakt. Het Hollandse gezag vond het toen wel genoeg en herstelde de rust. Chinezen mochten voortaan alleen nog in speciale wijken wonen. In Batavia, het huidige Jakarta, werd dat Glodok, waar nog altijd veel Chinezen wonen. Er kleeft bloed aan de wijnglazen op het Binnenhof. Benieuwd hoe ze er vandaag de afwas gaan doen.

Haagsche Courant, woensdag 20 maart 2002

VOC-viering (1)

alfred birney Nog twee nachtjes slapen en dan barst het VOC-feest los. Op 20 maart is het 400 jaar geleden dat die boevenclub werd opgericht. De reden van de viering moet gezocht worden in de ijdele wens van Nederland om mondiaal als de eerste multinational te worden beschouwd. Indonesië is niet blij met het feest, want de Hollanders en Zeeuwen hebben er indertijd flink huisgehouden. Overbekend is het uitmoorden en ontvolken van de Banda-eilanden op gezag van Jan Pieterszoon Coen, die het niet kon verkroppen dat de Bandanezen zich niet aan de handelswetten van de ‘Kompenie’ wilden houden. Terwijl men hier in de Ridderzaal de oprichting van de VOC zal ‘herdenken’, zal in Jakarta worden gedemonstreerd tegen de ‘glorifikasi’ van de VOC door een uit vele organisaties samengesteld comité. Bij de Nederlandse ambassade zullen drie eisen worden gedeponeerd: 1. Excuses aan het Indonesische volk wegens schending van de mensenrechten; 2. Kwijtschelding van alle schuld van de Republiek Indonesia aan Nederland; 3. Compensatie voor de rijkdommen die Nederland eeuwenlang ten koste van Indonesië heeft verworven. Tja, noem het een symbolische eis. Helemaal achterlijk zijn ze hier ook weer niet, gezien het feit dat na herhaaldelijke protesten uit Indische en Molukse hoek het woordje ‘viering’ is veranderd in ‘herdenking’. Te laat voor de Indonesische ambassadeur. Hij heeft ervoor bedankt bij een kranslegging aanwezig te zijn. Een stelliger afwijzing is nauwelijks denkbaar. Nederlanders zijn daar toevallig ongevoelig voor. Smakeloze rijsttafels worden ook wel genuttigd.

Haagsche Courant, maandag 18 maart 2002

Update 14 maart 2012:

Tien jaar na deze column komt NOS Nieuws met het bericht: De gemeenteraad van Hoorn heeft na maanden van discussie een nieuwe tekst opgesteld voor op de sokkel van Jan Pieterszoon Coen. Burgers van Hoorn hadden daarom gevraagd omdat ze het fout vonden dat Coen als een held werd vereerd, ondanks de slachtingen die hij aanrichtte in Oost-Indië.

Begint Nederland begint zijn geschiedenis nou een beetje te leren, of zijn het alleen de mensen die in Hoorn wonen? Nou ja, die maanden van discussie hadden ook wel in vijf minuten gekund. Bovendien wil het gekruidenier dat de term volkerenmoord wordt vermeden. Waarom zetten ze dat standbeeld niet gewoon in een museum? Daar hoort het thuis.

Hoezo viering?

alfred birney De ophanden zijnde viering van 400 jaar Verenigde Oostindische Compagnie is vooral bij Molukkers niet juichend ontvangen. Hoezo? Eén historisch voorbeeld spreekt al boekdelen. De VOC was een club die handel dreef in de Oost en daar te maken kreeg met concurrerende Portugezen, Spanjaarden, Chinezen, allerlei Oosterlingen en Engelsen. De beroemdste gezagdrager van de club was Jan Pieterszoon Coen, een rigide persoon die de alleenheerschappij wenste over de Molukken. Zijn voorganger Laurens Reael sprak wijs dat een exclusief monopolie uit den boze was ‘want daermede neemt men die mensen het broot uyt den mont’. Coen vond Reael maar een softie. De Bandanezen waren immers zo ‘onbetrouwbaar’ om hun waren, meest kruidnagelen, aan de hoogst biedende te verkopen. Coen zou die ‘vijanden van de christenen’ eens een lesje leren en liet 15.000 mensen vermoorden dan wel verhongeren of van de eilanden verdrijven. Gezellige jongen, die J.P. Coen. Wordt nog altijd geëerd met een zooi straatnamen in gans Nederland. Heeft-ie ook wel verdiend door 44 plaatselijke hoofden in een schijnproces ter dood te laten veroordelen en onthoofden. Door Japanse huursoldaten, voor schone handen. Ziehier het begin van een lange en bloedige oorlog die de Nederlanders op de Molukken zouden gaan voeren. Het is onder meer daarom dat de Molukkers zich afvragen of een viering wel zo gepast is. Je kunt ook kiezen voor zoiets als herdenken of gedenken. Nederlanders hebben hun geschiedenis. Molukkers ook. Ze hebben sámen een geschiedenis. Maar ja, de camera staat zoals gewoonlijk weer op een Hollands schip te snorren.

Haagsche Courant, vrijdag 1 februari 2002