Hunebedden op Scheveningen

alfred birney Gaat het nou goed of slecht met Neerlands grootste grutter Appie Heijn? Een enorm reclamebord bij een abri schreeuwde me onlangs toe dat AH 1000 producten in prijs gaat verlagen. Ik geloof dat dit keer de drogisterijen de pineut zijn van AH’s prijzenslag. Die zullen wel met een antwoord komen, met gratis zuurkool met worst bij een dozijn tubes tandpasta of zo. Kunnen ze wel betalen, want genaaid zijn we toch al ruim sinds de invoering van de euro. In het pre-eurotijdperk gebeurde dat natuurlijk ook, maar wat minder hard, softer, kortom: lekkerder.

Ik zag dat de door mijn zoontje gewenste middelbare school het vak geschiedenis niet op het lesrooster heeft staan. Ik weet niet meer welk bezopen kabinet dat onderdeel ooit heeft geschrapt, maar de gevolgen zijn om van te huilen. Kijk maar eens naar AH’s koffie. In AH’s assortiment zit een koffiesoort genaamd Gunung Blau. Koffie met een peperachtige smaak, afkomstig van Oost-Java.

Toen AH met die koffie aan kwam zetten, bracht onze grootgrutter het genotmiddel in een bruin pak, waarop de afbeelding prijkte van een mistig bergachtig landschap. Dat was namelijk het Idjen Plateau, ooit door mijn oudoom David B. in cultuur gebracht en reeds in 1895 door de koffie-inkopers hier te lande ontdekt. Het hele gebied rond Djember is trouwens door mijn voorouders in cultuur gebracht. Ik lijd niet aan de tempo-doeloe-ziekte hoor, maar u heeft het nu vast wel te doen met zo’n arme schrijver als ik die voor straf columns moet schrijven om zijn huishuur te kunnen betalen en natuurlijk om die heerlijke koffie van Gunung Blau te kunnen kopen.

Maar ach, snik snik. AH gaat mee met de vormgevingswoede van amateurs die onze echte grafische kunstenaars brodeloos maken. Er komt een nieuwe manager met een flashy laptoppie bij AH aangewaaid en hup het moet weer allemaal anders, want de hersenloze ijdeltuit ziet later graag zijn hoefafdrukken terug in de modder waar hij ooit gelopen heeft. Dus de inhoud moet gelijk blijven, maar het uiterlijk moet anders. En zo wordt het vertrouwde bruine pak van Gunung Blau vervangen door een zilverkleurig pak. Okay, kan ik nog wel inkomen, bruin is wel errug hippiedom jaren zeventig. Maar dan… De historische informatie die op het oude pak stond is botweg geschrapt! En wég is de snoet van de bebrilde meneer in het zegel, dat het pak zo’n mooi historisch Indisch tintje gaf. Nu zit er zo’n lullige antidiefstalbutton op.

Het allerergste is het nieuwe etiket. Een plaatje geschoten vanaf de beroemde Boeddhistische tempel de Borobudur! Die ligt op Midden-Java, Appie Heijn! Nogal een eindje tuffen van daar naar Oost-Java! Als jij straks je Noordzeevis in de vriezers van een grootgrutter op Java wilt gaan leggen, doe je dat dan in oranje doosjes met plaatjes van hunebedden langs de kust van Scheveningen? Ja? Dat noem jij dan zeker ‘de geschiedenis in een ander perspectief zetten.’

Haagsche Courant, vrijdag 4 februari 2005

Hartono was here

alfred birney Vandaag speelt Hartono voor het laatst in Toko Oen, dus wie hem nog wil horen en zien, moet rennen. Lekker bordje nasi gudek erbij, die is erg lekker daar, al is Toko Oen in de eerste plaats befaamd om zijn loempia Semarang, die inmiddels overal geïmiteerd wordt.

Morgen is er een afscheidsfeestje ergens in een achterafstraatje in de Schilderswijk, waar Hartono zijn logeerkamertje heeft. Hij vroeg me of ik mijn gitaar mee wilde nemen, maar eh, ik hoor liever hem spelen. Zijn repertoire omvat zo’n 100 jaar populaire muziek, van krontjong via jaren twintig blues naar jazz, bossa nova, rock & roll, pop en allerlei Jawa Pop, want Hartono is van Java.

Zoals veel Indonesiërs is Hartono een etnische mix, eigenlijk zijn het een soort Indo’s. Maar om in Indonesië Indo te zijn moet je blank zijn uitgevallen, liefst met een carrière in de showbizz. Om in Nederland Indo te zijn ligt veel ingewikkelder, laten we daar maar over ophouden, want als Indo’s hier er al zelf niks van begrijpen, hoe kunnen ze dan verwachten dat Hollanders dat wel doen?

Hartono noemt zich Chinees, maar hij heeft ook Javaans bloed en misschien iets Europees, dat is vaag. Wat dat betreft loopt het spoor al dood bij zijn vader, die ooit bij het KNIL werkte (in de garage). Chinese christenen zijn de allochtonen van Java en leiden soms een wat angstig bestaan in Indonesië, ze hebben het zwaarder dan wat hier voor allochtoon doorgaat, Nederland is zo extreem nog niet.

Toch voelt Hartono zich Javaans, diep van binnen. Komt door de muziek. Als hij een gamelan hoort, zwijgt hij ontroerd. Krontjong is voor hem geen muziek van tempo doeloe maar een dynamische muziekvorm, die hij steeds nieuwe gezichten geeft in zijn eigen muziek. Hij is de huismuzikant van Toko Oen in Semarang en soms stuurt de bedrijfsleider hem naar Nederland om de zustertoko alhier ook eens van zijn spel te laten genieten. Je moet hem eigenlijk zien spelen: kretekje in zijn mond als hij in een jazzy improvisatie zijn tanige vingers over de toetsen laat dartelen.

Hartono was ooit scheikundeleraar – zijn vader had hem de technische kant op geduwd – maar in de avond maakte hij altijd muziek, als gitarist, pianist en op zondag als organist in de kerk. Op zekere dag zei hij zijn leraarsbaantje vaarwel. In Indonesië is het allemaal anders dan hier: daar kun je met muziek maken geld verdienen, hier niet. Hier kun je met schrijven geld verdienen, daar niet.

Toch is hij aan een boek bezig. Over de repatriëring van Indo’s uit Indonesië. Dat waren toch vrienden van zijn vader. En zijn muzikale voorouders. Wie weet komt hij hier ooit nog terug om zijn boek te promoten. In het Nederlands, want hij is een van de zeer weinige Indonesiërs die onze taal nog willen leren. Ja, die zijn er nog.

Haagsche Courant, vrijdag 27 augustus 2004

Is de bal wel goed van dessin?

alfred birney Ik heb nog nooit zo’n fascinatie voor een bal gevoeld als tijdens dit EK in Portugal. Bij eerdere edities waren het de spelers, de combinaties, techniek en tactiek en wat al niet meer die mijn aandacht trokken. Nu is dat helemaal anders, al is het maar omdat het vertoonde spel van geen der landen mij ook maar vijf minuten kon boeien. Zelfs tijdens editie numero zoveel van Nederland tegen Duitsland interesseerde het me hoegenaamd niets of Oranje nog zou tegenscoren. Mijn fascinatie voor de bal was al wel gewekt, vooral toen onze spits in de eerste minuten net niet de punt van zijn schoen tegen de bal kon zetten ben ik dat ding met nog grotere ogen gaan volgen. Want deze bal, dames en heren, heeft iets hinderlijks, met een eigen wil, om niet te zeggen een onwil. Hij beschikt over de zeldzame gave de ene na de andere speler net even te snel af te zijn. Dat onze voetbalcommentatoren daar geen oog voor hebben, zegt veel over hun volslagen ondeskundigheid. Ze zaniken aldoor over 4-3-3 of 4-5-1 maar ik hoor geen enkele verwondering over die rare bal waarmee men thans in Portugal speelt.

Wat is er dan met die bal aan de hand, of aan de voet? Nou, ten eerste heeft ie de kleur van een racefiets of mountainbike. Hij is zilverkleurig, je zou bijna denken dat dat speeltuig van aluminium is. Ten tweede zit er een rare zwarte strik omheen, zonder lussen, het is een cadeautje dat je liever niet krijgt, een soort kanonskogel direct uit de konstabelkamer van een VOC-schip, waarop Hollanders en Zeeuwen zich gereed maken om de zich in luiheid wentelende Portugezen van hun lekkere stekkies langs de kusten van het vroege zeventiende eeuwse Indië te gaan verjagen. Maar wat zou zo’n Bush nou van die bal denken? Dat Al-Quida er een bom in heeft verstopt of zo? Portugal ligt niet ver van Spanje, hoor.

Wat ik jammer vind van de spelers van nu is dat ze niet zeuren over de bal. Toen Nederland onder veel protest van dominee Freek de Jonge naar Argentinië was afgereisd voor het WK van 1978 begon al direct het geklaag over de zogenoemde Tango-bal. Die was veel te licht voor onze jongens, had een enorme afwijking bij passes over de volle breedte van het veld, en die smiechten van Argentino’s hadden er al lekker mee geoefend en konden er beter mee overweg met hun korte combinatie-spel. Dit is slechts één voorbeeld in de bonte geschiedenis van de bal.

En dan zijn uiterlijk. Voor het televisietijdperk was de bal gewoon bruin. Toen kreeg je de televisiebal, zwart en wit geblokt, de eerste bal met allure. Onder druk van kleurentelevisiekijkers werd een oranje bal gebruikt voor partijtjes op besneeuwde velden in Alkmaar of achter het IJzeren Gordijn. De televisiebal en de oranje bal hadden dus een functie. Maar wat is nou de functie van deze merkwaardige zwartgestrikte bal? Waarom konden tot aan dit schrijven alleen de Zweden er goed mee overweg? Is het een IKEA-bal misschien? Dat zou wel passen bij die dertien in een dozijn-partijtjes die we voorgeschoteld krijgen.

Haagsche Courant, vrijdag 18 juni 2004

Qutdiktee

alfred birney Als ik ergens een hekel aan heb, dan is het wel aan dictees. Dictees hebben een hoog normgehalte en een laag waardegehalte. Een dictee is een test in na-aperij, anders niet. Met schrijven heeft het weinig te maken. Daarom zie je schrijvers nooit nummer 1 worden bij een dicteewedstrijd. Spellen is niet creatief. Het leert je niet je beter uit te drukken. Zelfs niet beter te luisteren. En dan veranderen ze in Nederland ook nog om de haverklap de spelling, en die blijft hopeloos. Volkomen nutteloze bezigheid. Spellen. Je hebt er gevoel voor of niet. No matter what de regels, als jij tollol in spellen, nou sudah al, maar geef niet, al die soesah, niet noodigh as perhaal maar mooi. Hm! Neem een zin uit een roman van Edgar Caïro: ‘Hij keek weer fo zich uit, na’ die stoel vlak voor ‘em.’ Of uit een verhaal van Tjalie Robinson over een autoliefhebber: ‘Hep je hesien de merk fan mijn caar?’ Nou, laat dit de kids uit groep 8 spellen en ze komen met prachtige varianten! Enorme stimulans je eyge perosa te gaan schreivah! Spélen met spelling, multiculti schrijven, da’s pas vet! Helaas kregen onlangs 900 slaafjes uit groep 8 het Vijfde Haags Multicultureel Dictee door de strot gedauwd. Een 8telijk verhaaltje over een ooievaar die zijn wijf en kroost laat zitten en op het Thomsonplein tot inkeer komt bij de klanken van rapmuziek. Aldus voorgelezen door rapper MohCain. Maar nie eens fuck en shit in het dictee! Treurig, niet? Mahal? Shoarma? Neks van dat! Terwijl het toch gaat om een ooievaar die zijn vrouw Fatima of all names heeft ontmoet tijdens een overwintering in Marokko. Hoe is die ooievaar daar eigenlijk terechtgekomen? Ooievaars maken veel gebruik van thermiek bij het vliegen. Boven de Middellandse Zee is geen thermiek en vaak vliegen ze om de zee heen naar het gebied van de Niger. De Straat van Gibraltar wordt weleens door vermetele troepen overgestoken, dus het kan zijn dat men soms ooievaars ziet vliegen boven Marokko. Maar neerstrijken doen die vogels daar niet. Hier stijgt de norm van de spelling wel heel ver boven de waerde van het verhaal uit. De kids uit groep 8 vonden desgevraagd ‘ooievaar’ over het algemeen een ‘moeilijk woord’. Nou, volgens mij vonden ze het gewoon een qutwoord. Kleine kinderen gaan hier al vroeg in voorop door ooievaar consequent olivaar te noemen. Gespeld: oliefar. Want één a schrijft een klein kind niet met twee a’s. Een a is een a, wah? Wat is er trouwens zo multicultureel aan een olievaer? Dat ie in Nederland broedt en in Afrika gaat liggen zonnebaden? Doen toeristen ook! Is een vogel die in zijn land van herkomst zijn bruid gaat halen niet nogal monocultureel gericht? Dat multicultureel dictee over die oliefaar is gewoon een inburgeringsdictee, geen gelul nou hey! Daar horen woorden in als ‘toelatingsbeleid’, ‘aanmeldprocedure’, ‘verblijfsstatus’ en zo meer. Maar dat vonden de stellers zeker te makkelijk voor onze immigrantenkinderen.

Haagsche Courant, vrijdag 16 april 2004

Gatenkaas

alfred birney We hebben één beeldend kunstenaar in Nederland. Zijn naam is Jan. Sinds afgelopen week hebben we nu ook één schrijver. Zijn naam is Jan. Leuk hè? Is goed voor de poldercultuur! Zo was ik laatst op een verjaardagspartijtje. Nou, daar loopt dan een beeldend kunstenaar rond en die zegt: ‘Kijk, dan zit je in zo’n commissie en dan moet er ergens een beeld komen en roepen alle commissieleden: we nemen Jan! Zo gaat dat. Al jaren!’ De beeldend kunstenaar in kwestie klaagde niet, veeleer lag er berusting in zijn toon. Zal ik die berusting dan maar met hem delen? We hebben Jan nu eenmaal en straks wordt die man 80. Nou, hebben we dan te veel gezegd? Ik zou niet weten of het prettig is om 80 te worden, maar goed, waarom geen ouwe grijze duif het boekenweekgeschenk voor 2005 laten verzorgen? Hella Haasse hebben we al twee keer gehad, toen ze jong was en toen ze oud was, en Mulisch was toch ook al redelijk op leeftijd. De jonkies kunnen nog wel een halve eeuw wachten, mits het Pentagon het mis heeft met dat zondvloedscenario van ze voor de Lage Landen, maar goed, dan schrijven we allemaal in het Engels en dan doet die hele CPNB er niet meer toe en staat die Henk Kraima, de baas van die club, al lang haring te verkopen op Mallorca. Moet je eens horen, ik heb niks tegen onze Jan hoor, aardige vent, altijd onderhoudend, maar echt in vorm, nee, dat is ie niet meer. In 1982 was ie dat wel. En hoe! Hem was de Constantijn Huygens-prijs toegekend. Die wees hij minachtend van de hand. Voor de televisiecamera’s trok hij het ene na het andere boek van zichzelf uit zijn kast, dat hij stuk voor stuk tot meesterwerk bombardeerde. Ik lag in een deuk. Onze Jan vond dat men rijkelijk laat was met hem die prijs toe te kennen. En gelijk had ie. Maar waarom vindt hij dan nu niet dat men veel te laat is hem het boekenweekgeschenk te laten verzorgen? Nou, onze Jan was al eens eerder door de CPNB uitgenodigd, maar: ‘de afgevaardigde die toen kwam overleggen zat in de kaas. Ik heb hem toen uitgemaakt voor gatenkaas. Maar de huidige directeur van de CPNB, Henk Kraima, is een prima man!’ Dit lijkt mij het allerafschuwelijkste uit Jan Wolkers. Die bandiet van een Henk Kraima heeft in 2001 de Nederlandstalige literatuur afgeserveerd omdat ie zo nodig modieus moest doen door Salman Rushdie het boekenweekgeschenk te laten verzorgen. De man kraaide zelfs dat elk in het Nederlands vertaald boek als Nederlandse literatuur moest worden beschouwd en hij voegde er ook nog de smerige leugen aan toe dat de Nederlandse literatuur al lang en breed multicultureel was. Nou Jan, als je een kaasverkoper uitmaakt voor gatenkaas, waar maak je dan zo’n Kraai-maar-aan-mannetje voor uit? Het thema van de boekenweek staat volgend jaar in het teken van ‘de duizenden boeken waarin de geschiedenis van Nederland wordt beschreven’, is het niet? Dat is toch heel veel gatenkaas.

Alfred Birney / Haagsche Courant, vrijdag 9 april 2004

Hoestnorm

alfred birney Nou had ik net het plan opgevat een column te schrijven onder de Q, X of Y, want die letters heb ik nog niet in mijn columnalfabet, en nu krijg ik de hoest! Het enige voordeel van de hoest is dat je het er warm van krijgt en niet kunt roken. Nadelen te over. Helder denken wordt lastig. Het is al middernacht en ik heb nog geen letter op papier, ik bedoel op het scherm. Maar ik zal en moet een column schrijven, een columnist is namelijk nooit ziek, hoest of geen hoest. Hé! Hoe’s’t? Aan de hoest!? Medicijn tegen de hoest? Gewoon niet hoesten! Schreef Atte Jongstra eens ergens, de nar van de Nederlandse letteren, het zou in Groente of hoe-heet-dat-boek kunnen staan maar ik duik nu even niet mijn boekenkast in, die vieze stoffige boeken bezorgen me straks nog meer hoest. Het stofvrije internet biedt veel info tegen de hoest maar zonder een omschrijving van normen en waarden. Ligt hier geen taak voor de overheid? Wat is hoest eigenlijk? Volgens mij zijn er twee soorten hoest: hoest waaraan je niet en hoest waaraan je wel doodgaat. Over geen van deze soorten hoef je je druk te maken, immers beide leiden naar de weg die de goden voor je hebben uitgestippeld. Maar is er geen gedragscode voor het openbaar bedrijven van de hoest in onze samenleving? Ik bedoel kan er geen hoestmelding boven deze column in een verder leeg veld? Dan kan ik mijn nest in! Nu moet ik schrijven terwijl ik over mijn toetsenbord klap van de hoest. Wie weet begint de lezer bij deze woorden wel spontaan te hoesten! Is hoest eigenlijk geen groter taboe dan seks? Wordt het geen tijd voor lekkere hoestprogramma’s op teevee? Dan kan het van de straat, begrijpt u? Mensen hoesten elkaar maar in de smoel onder het motto ‘ik de hoest, jij de hoest’. Moet dat voor saamhorigheid doorgaan of zo? Wat zou zo’n minister Hoogervorst van Volksgezondheid voor bespiegelingen koesteren rond de hoest? Onze premier Balkenende verbluft ons toch steeds maar weer met zijn ethische bezwaren aangaande huwelijken, televisieprogramma’s en zo meer. Als alles klopt is hij nu even niet aanspreekbaar. Zijn naam begint met een B., dus Balkenende, Berlusconi, Birney en Bush zijn aan de hoest. De A’s waren al begonnen, straks komen de C’s erbij enzovoort. Dit volgens de aanname van uw snotterige columnist in alweer een ijdele zoektocht naar wetmatigheid, maar goed, voordat de H’s aan de beurt zijn kan zo’n Hoogervorst, al is hij liberaal, als pleister voor Operatie Afbraak Volksgezondheid toch alvast voorstellen de Japanse gewoonte om bij hoest een mondkapje te dragen te laten onderzoeken? Bestaat die gewoonte nog wel? Is in het kader van de eeuwenoude betrekkingen tussen Nederland en Japan geen mondkapjesconferentie te beleggen? Het idee achter het mondkapje is niet, zoals bij SARS, de angst besmet te worden, maar de wens te voorkomen dat anderen door jou aangestoken worden. Hé, is een ratel niks?

Haagsche Courant, vrijdag 14 november 2003

Privacy

alfred birney Wat is enger, die camera’s in de stationshallen of de servers bij uw internetprovider? De brave burger zal het allemaal worst wezen. Die zegt: ‘Joh, als je geen gekke dingen doet, dan kan je weinig gebeuren.’ Maar ja, wat is een brave burger? Kijkt u wel eens, per ongeluk uiteraard, naar een pornosite? Komt u wel eens terecht op een site die anti CNN is en pro Aljazeera? Laat u wel eens een persoonlijke review achter over een boek die u via een boekensite heeft aangeschaft? Stemt u wel eens mee in polls? Gebruikte u de stemwijzer ooit? Post u berichten op forums? Flirt u wel eens in cyberspace? Bezoekt u wel eens de webdokter? Surft u meer dan toegestaan in de baas zijn tijd? Eenmaal ja als antwoord en u kunt gaan denken aan voorzorgsmaatregelen. Of denkt u dat men nooit te weten zal komen waar u zich zoal in cyberspace begeeft? In Engeland schijnt de regering al zo ver te willen gaan om internetproviders te verplichten alle informatie van hun klanten voor zes jaar te bewaren. Zes jaar! Moet je je eens voorstellen. Je wordt ergens van verdacht en een stelletje ambtenaren gooit je surfgedrag even in de muil van een robot, die luttele ogenblikken later uw cyberprofiel uitspuugt. De laptoppolitie hoeft dan niet eens meer bij u aan de deur te komen om uw computer in beslag te nemen. De ironie is dat de computerspion door uzelf wordt bediend, met uw eigen muis, dames en heren! U weet waarom boulevardbladen zo populair zijn. Omdat die geen abonnees hebben onder de brave burgers. Die vinden het prettig om lekker anoniem te kunnen blijven. Privacy is meer dan de beleving op het toilet, inderdaad. Intussen overweegt dat maffiatuig van Microsoft om in hun toekomstige Longhorn besturingssysteem een automatisch updatemechanisme te bouwen. (Zit ook al in Windows XP, maar dat kun je uitzetten.) Dat betekent: pc on line en u ligt direct te lurken aan de zeug van Microsoft, of u dat nu wilt of niet. Intussen wordt de inhoud van uw pc gecodeerd opgeslagen bij Dictator Bill Gates, die dan later als graan in de ambtelijke molen kan worden gestrooid, als de overheid daarom vraagt. In de toekomst hoeft u niet meer van die dwaze formulieren in te vullen, wilt u eens naar dat paranoïde land achter het Vrijheidsbeeld, want men weet met één muisklik wat er met uw persoon binnen komt zeilen. Wordt het nu tijd voor u om zelfcensuur toe te passen of denkt u juist aan verzet? Lekker ouderwets verzet! Als ik zo om me heen kijk, verzet de burger zich nauwelijks, al is het maar uit luiheid. Toch zal er een dag komen waarop u ontwaakt en denkt: dit gaat me echt te ver! Maar dan bent u natuurlijk al te laat. U zal net zo kwetsbaar zijn als een beetje publicist die dingen durft te schrijven die het daglicht moeilijk kunnen verdragen. Kan natuurlijk ook zo zijn dat u in het dossier komt te zitten met het etiket: NIET INTERESSANT. Goed, daar heeft u dan geen weet van. Maar zij wel.

Haagsche Courant, vrijdag 22 augustus 2003

De column

alfred birney1.
De column werd ooit schuin gedrukt en ‘het cursiefje’ genoemd om aan te geven dat de schrijver ervan een andere status en taak heeft dan de journalist.
2.
De serieuze columnist is een eigentijdse hofnar.
3.
De column is een apart genre met eigen regels.
4.
De column als geheel is een vrijplaats die door een hoofdredactie aan een columnist wordt geboden.
5.
Een serieuze columnist kan geen stukken schrijven waarmee iedereen het eens is of waaraan niemand zich stoort.
6.
Een columnist mag gerust gehaat worden door een deel van de lezers. Een hoofdredactie behoort zich niet door enkele woedende lezers te laten knechten.
7.
De columnist geeft de krant een extra gezicht. Het is niet zo, dat de krant dat de columnist geeft. De column wordt altijd ondertekend.
8.
De columnist mag zeggen wat eigenlijk niet gezegd mag worden. Een goede columnist doet dat met eigen stijlmiddelen. Hij moet het wel zeer gortig maken wil een hoofdredactie een tekst weigeren.
9.
Excuses aan de lezer aanbieden voor een eerder geplaatste column, waarbij achteraf de columnist publiekelijk wordt verweten de grenzen van het betamelijke te hebben overschreden, is moeilijker te verklaren dan de gewraakte column zelf.
10.
De positie van de columnist als hofnar, die groeiende is, zowel in de krant als in de hele maatschappij, is in een aantal beroemde vonnissen door de rechter onderstreept.

Alfred Birney,
Haagsche Courant, maandag 22 april 2002