Straks nóg sneller slikken!

alfred birney Een klein miljoen Nederlanders haalde verleden jaar kalmeringsmiddelen bij de apotheek en driekwart miljoen Nederlanders scoorde er slaappillen. Valt nogal mee in een tijd waarin steekpartijen niet van de lucht zijn. Als de onderzoekers mij om een schatting hadden gevraagd zou ik met de natte vinger toch op de helft van onze bevolking zijn gekomen. Wat een rare zin trouwens, ha ha, het lijkt wel alsof ik onder de valium zit! Ja hey, je kunt erg nerveus worden van een deadline, hoor. Ja echt! Deadline… Het woord al. Alsof ze je kop eraf komen hakken wanneer je niet op tijd je column inlevert. Is niet zo hoor, mijn redacteur is errug lief. En ja: deadlines zijn duidelijk. Zoveel anders dan de sluipmoorden die plaatsvinden binnen, zeg, een concern dat in het kader van de zogeheten mondialisering er de gewoonte van maakt om bij meer winst meer personeel te ontslaan in plaats van aan te trekken. Met angst en beven zie je de nieuwe jaarcijfers tegemoet, je telt de collega’s die voor jouw tijd de laan uit werden gestuurd en dan neem je maar weer wat librium, wat net effe lekkerder voelt dan valium. Of je rookt een lekkere joint zodra je thuis komt. Werkt ook. Maar niet als je honderdjarige buurvrouw bij de pinautomaat overhoop wordt gestoken, want dan krijg je zo’n zin om te gaan schreeuwen dat je maar meteen een hele strip benzo-zooi tot je neemt, anders komen ze je in no time plat spuiten. In Frankrijk slikken ze overigens viermaal zo veel sufmakers als hier bij ons, waarschijnlijk omdat de directie van de Tour de France gaarne heeft dat er dit jaar in een nog hoger gemiddeld tempo wordt gejakkerd. Het dopingcontrolecircus zet zo de maffia van de farmaceutische industrie aan tot de ontwikkeling van nog betere pepjunk, waar veel aandelen in rondgaan. U gaat nu toch niet roepen dat wij toch niet allemaal wielrenners zijn, hè? Ik dacht eerlijk gezegd namelijk toch toevallig van helaas wel ja. Het moet allemaal maar sneller, sneller en sneller tegenwoordig. Het dagelijkse leven als de Tour. Snelle, schreeuwerige radio- en teevee-reclames. Nu nóg sneller internetten! Zó zet u nóg sneller een maaltijd op tafel! Vandaag besteld, mórgen in al in huis! Het gaat wel goed, maar het kan allemaal nóg sneller! Leer gitaarspelen in twee weken! Als u van Maastricht vertrekt, dan bent u nóg sneller op uw vakantiebestemming! Nóg sneller bruin met onze bruiningscapsules! Met de nieuwe Sprinterformule biedt NS haar klanten een snellere dienstverlening! UMTS is ruim zes keer sneller dan ISDN! Zo kunnen medewerkers elkaar nog sneller bellen! Wilt u snel geld kunnen overboeken naar het buitenland? Wilt u snel dood? Wilt u nog sneller dood? Als u het snelst dood wilt, wandel dan gewoon volgens de verkeersvoorschriften het zebrapad over. Succes verzekerd! Het leven is prachtig jachtig, vindt u niet? Hé lamstraal, schiet een beetje op joh! Is er al een middel in de handel dat zowel kalmerend als oppeppend werkt? Tjonge, wat duurt dat lang zeg.

Haagsche Courant, vrijdag 1 april 2005

De adelaar vliegt weg van hier

alfred birney De echtscheiding tussen Nederland en Indonesië is nu wel zo’n beetje voltooid. Onlangs werd voor ons de visumplicht ingevoerd en nu gaat de Indonesische luchtvaartmaatschappij Garuda haar vluchten op Nederland schrappen. De redenen hiervoor zijn vaag, zelfs de sales manager van Garuda Indonesian Airways weet niet precies wat er speelt. Garuda zou te kampen hebben met financiële problemen. Dat kan. Bali is sinds de bomaanslag niet direct een aantrekkelijk bestemmingsoord meer. Toch meldt de minister van toerisme geen teruggang van toeristen.

Ook zo lekker vaag is dat Garuda zegt ‘tijdelijk’ haar vluchten tussen Nederland en Indonesië te staken. Garuda is nauw verbonden met de staat Indonesia en heeft een flink deel van haar internationale imago te danken aan haar luchtbrug met Nederland. Die werd begin jaren zeventig geslagen toen Indische Nederlanders heimwee- en Tweede Generatie Indo’s roots-reizen begonnen te ondernemen. Wat er sindsdien tussen beide landen is gebeurd is zou in telegramstijl nog niet passen in deze column. De verhouding tussen Nederland en Indonesië is daarvoor veel te complex, met verwijten over en weer, je moet diep de geschiedenis induiken om er iets van te kunnen begrijpen. Nou, wie wil dat? Onze volksvertegenwoordigers in elk geval niet. En zo’n club als het Nationale Comité VOC, dat in maart 2002 de Indonesiërs enorm tegen de schenen schopte met zijn eenzijdige herdenking van de oprichting van de VOC, al helemaal niet.

In Indonesië werd toen flink gedemonstreerd tegen de ‘glorifikasi’ van de VOC. Men eiste excuses aan het Indonesische volk wegens schending van de mensenrechten, kwijtschelding van alle schuld van de Republiek Indonesia aan Nederland en compensatie voor de rijkdommen die Nederland eeuwenlang ten koste van Indonesië heeft verworven. Symbolische eisen waren dat feitelijk. Die neokoloniale organisatoren hadden er beter aan gedaan Indonesische organisaties bij hun feestplannetjes te betrekken. Het Nationale Comité VOC heeft uit goede wil het woordje ‘viering’ nog wel veranderd in ‘herdenking’, maar daarvoor was het al te laat. De term ‘viering’ was al ingeburgerd en de Indonesische ambassadeur bedankte voor de kranslegging.

Een half jaar later de bom op Bali. Ik moest toevallig naar Indonesië om een vertaling van een van mijn boeken te promoten. In toerde langs vijf steden en zag vrijwel geen Europese toerist. Dat er ondanks de ingeklapte toeristenindustrie op Bali – goed voor 10 procent van het nationale inkomen – toch een visumplicht voor allerlei landen werd ingesteld, kan niet anders worden gezien dan in het licht van de spanningen tussen islamieten en christenen. Toch zou Nederland nooit haar speciale status hebben verloren als er door de jaren heen wat meer respect was getoond. Die aanmatigende koloniale en neokoloniale houding van ons is ze aan de overkant gewoon de strot uitgekomen. Daarom vliegt Garuda weg van hier. Nou maar hopen dat ik het mis heb.

Haagsche Courant, vrijdag 13 augustus 2004

Bentheim blues

alfred birney Het is alweer een paar weken terug dat ik per ongeluk televisie keek, maar voor wie vrijwel nooit televisie kijkt is dat natuurlijk een ervaring als de dag van gisteren. Televisie maakt pas indruk als je vrijwel nooit kijkt, anders zijn uitzendingen nauwelijks ervaringen te noemen, eerder geestdodende middelen waaraan nauwelijks te ontsnappen valt, te vergelijken met de junk die een verslaafde dagelijks tot zich neemt: de stakker begint pas een verandering waar te nemen wanneer er niets te snuiven of te spuiten valt. Maar goed, ik dwaal af. Ik keek dus per ongeluk televisie. Ik had dat ding eventjes verplaatst bij mijn jaarlijkse zomeropruiming en toen ik hem terugzette wilde ik hem even testen.

De nieuwslezeres kwam met een item over Nederlanders die van ellende in Duitsland zijn gaan wonen, omdat daar niet om de haverklap wordt ingebroken wanneer je je auto even onbeheerd ergens laat staan, omdat daar de mensen beleefder zijn, omdat men daar nog een praatje met je maakt wanneer je je hond uitlaat, kortom: omdat je voor Leefbaar Nederland nu eenmaal in Duitsland moet zijn. De NOS stuurde een paar vakantiewerkers af op het rustieke plaatsje Bentheim. Een Nederlandse meneer mocht uitleggen waarom Leefbaar Nederland tegenwoordig in Duitsland moet worden gezocht. Een Duitse juf kwam dat volmondig bevestigen. Maar toen kwam een richtige Deutsche in beeld. Die liet van de Hollanders instromers geen spaan heel: ‘Ach, die Hollanders die komen hier maar naar toe, maar ze passen zich niet aan, verstehen Sie? Dass lult maar over die Türken, aber zij zijn zelf ook zo!’

Het werd me even niet duidelijk wat die mevrouw nou erger vond: dat die Hollandse kolonie zich niet fundamenteel tot de braadworst bekeerde en haar Heineken afzwoer of het gewoon verdomde haar kinderen naar Duitse scholen te sturen. Maar goed, de boodschap was duidelijk: vol = vol. Diep onder de indruk van dit televisieavontuur verviel ik in diep gepeins. Niet van die vreemdelingenangst natuurlijk, dat is gewoon dagelijkse kost. Maar waar kende ik die plaatsnaam Bentheim ook weer van? Ik slaapwandelde op mijn boekenkast af, trok een boek tussen de duizend-en-een ruggen vandaan en ja… ik had het teruggevonden.

Mijn bedovergrootvader, genaamd Johan Willem Birnie, was een van de groten die de Koninklijke Fabriek van Smirnasche & Andere Tapijten te Deventer bestierde, zo’n anderhalve eeuw geleden. De man was zo braaf en hardwerkend dat Koning Willem III hem met ridderkruizen overlaadde. Maar toen het even minder ging met de wereldberoemde tapijtfabriek verviel Johan Willem Birnie in somberheid. Op een dag kon hij de neergang van de fabriek niet langer meer aanzien. Hij vertrok naar Bentheim. Niet om een nieuw leven te beginnen, maar om het leven uit te stappen. De man verdronk zich er in een meertje. Zou hij zich met die daad nou hebben aangepast aan de cultuur daar in Bentheim?

Haagsche Courant, vrijdag 23 juli 2004

Morsig

alfred birney Akkefietjes tussen Nederland en Indonesië hebben altijd een link naar het verleden, zoals het besluit van BZ om het bezoek van de koningin in 1995 niet op 17 augustus – de dag van de zelfgeproclameerde autonomie van de Indonesische republiek – te laten beginnen, maar vier dagen later. Deze diplomatieke provocatie werd vet onderstreept met vijf miljoen gulden als Nederlands nationaal geschenk, ter restauratie van een pand van een Hollandse koopman uit de VOC-tijd en bijeengebracht door zakenlui. Zeven jaar later besloten dergelijke lieden met heimwee naar vieze zeilschepen de oprichting van de VOC te herdenken. Als reactie werd in Jakarta gedemonstreerd tegen de ‘glorifikasi’ van de VOC door een comité dat onder meer excuses wenste aan het Indonesische volk wegens schending van de mensenrechten. Intussen bespeelde in de Ridderzaal een Batavier de gamelan, westers gestemd maar geen hond die dat opviel natuurlijk. Een Indonesische minister van justitie die thans roept dat hij Nederlanders haat, hoort men uiteraard wel. Onze minister van justitie, huisdier in het Kabinet bij gratie eens premiers, is verontwaardigd en vindt dat zijn Indonesische ambtscollega geen oude koeien uit de sloot moet halen door over de slachtingen van kapitein Westerling van vijftig jaar geleden te beginnen. Delen wij geen verleden dan? Het Parool drukte ooit de volgende zin af over de schattingen van Westerlings dodelijke slachtoffers (10.000 – 40.000) in Sulawesi: ‘Aan die schattingen willen wij geen al te grote waarde hechten, hoe morsig er ook met de mensenlevens is omgesprongen.’ Morsig! Nou, je zal dat woord maar eens in een bericht over de aanslag op het WTC bezigen. Een ‘Indonesië-kenner’ op de buis zinspeelde erop dat de komende visumplicht voor Nederlanders is ontsproten aan het brein van onze verklaarde Nederlanderhater opdat deze met het oprakelen van ons koloniale verleden een makkelijke sfeer kan scheppen om de islamitische wetgeving er in Indonesië doorheen te kunnen jassen. Nederland zou een van de weinige landen zijn waarvoor nog geen visumplicht geldt. Alsof er geen 36 andere landen zijn die op de nominatie staan. Dat Indonesiërs wél een visum nodig hebben voor Nederland vermeldde hij voor het gemak maar even niet. Als Nederland zo hoog van de toren blaast een ‘speciale relatie’ met Indonesië te hebben, dan is het er wel eentje met een hoog eenrichtingsverkeergehalte. Van vakantie uit Indonesië terugkomen met de tekst ‘dat ze ons vragen of we weer terug willen komen omdat toen wij er nog zaten alles zoveel beter was…’ zal er in elk geval niet meer bij zijn. Er waren er heel wat die die woorden wel erg letterlijk namen. De Indonesische minister van justitie zal ook wel niet bedoelen dat hij Nederlanders echt haat maar dat hij zich dood ergert aan hun domme arrogantie. Maar een beetje morsige journalist gaat daar niet voor. Haat klinkt veel swingender. Is meer soap.

Haagsche Courant, 10 oktober 2003

Pollmans evangelie voor de Indo

alfred birney Tessel Pollman schreef ooit recensies over boeken van Indo’s en Molukkers, voor wie ze een lans brak. Jammer dat ze verdween. Jammer dat ze weer verscheen, namelijk in een gastcolumn op de website van het NIOD. Dat instituut voor oorlogsdocumentatie is een onderzoeksprogramma gestart om de geschiedenis van Indië naar Indonesië in een breder kader te kunnen plaatsen. Kritiek van Indo’s doet TP zich thans opwerpen als de evangeliste van Het Redelijke, opdat haar voormalige doelgroep zich vermag te verzoenen met haar lot. Amen. Allereerst doopt TP Indo’s terug tot Indo-Europeanen, zoals men hen van overheidswege aan het einde van de negentiende eeuw is gaan noemen. TP zit intussen namelijk bij het Ministerie van OC & W en is daar een ander taaltje gaan spreken. Volgens TP zouden nogal wat Indo’s in wrok leven jegens de Indonesiër en de Nederlander, omdat ze zich verbannen voelen van hun geboortegrond. TP schopt een open deur in door te zeggen dat niet alleen Indo’s ellende hebben gehad tijdens de Japanse bezetting. Het centraal stellen van Indo’s in een geschiedschrijving over de dekolonisering vindt zij dus ‘onwerkelijk’. Nou zijn dergelijke boeken, van Nederlandse historici, zeer recent en op één hand te tellen, maar TP vindt het wel weer genoeg. Open deur numero 2: Indo’s vormden geen hechte samenhangende gemeenschap. Maar ze werden wél ooit tot groep gebombardeerd. En door wie ook weer? Is mevrouw TP wakker? Er is geen Indo die beweert dat zijn geschiedenis losstaat van Europa en Azië. TP wekt de indruk dat Indo’s dat wel doen en richt haar Nieuwe Brede Vizier op overige groepen in Indië, waarmee ze toont helemaal niets van perspectief in geschiedschrijving te begrijpen. Geschiedenis is een belichting, het is de complete waarheid niet. Nooit. Nergens. Als je zegt dat Indo’s geen hoofdrol maar een bijrol speelden in de geschiedenis, dan betekent dat niet dat zij geen geschiedenis hebben. Het betekent hooguit dat hun geschiedenis moeilijk valt te begrijpen. Heeft TP ooit geschiedenisboeken van de hand van Indonesiërs gelezen? Die hebben maling aan wat Nederlanders over hen schrijven. Wat Indo’s schrijven, vinden ze intussen wél interessant. Hoe zou dát nou komen? TP doceert dat de ‘inheemsen’ van toen niet meer dan decor waren in de boeken van de Hollanders. Klopt. Maar níet in boeken van Indo’s. Die werden alleen genegeerd in de pers. In de boekenlawine van Hollanders over de kloof tussen hen en ‘de Javaan’ is de laatste behalve decor ook nog een romantisch ideaal. Indo’s sloegen bruggen over die kloof, maar ja, de Hollanders gingen liever zwemmen. En verzuipen deden ze, slecht geïnstrueerd door ambtenaren die dachten Nederlands-Indië vanuit Den Haag te kunnen besturen. Dat is hun geschiedenis, die van de domme arrogantie. Probleem voor de Indo’s is daarmee te moeten leven.

Haagsche Courant, vrijdag 8 augustus 2003

Deugden

alfred birney In de huidige discussie over normen en waarden hoor je nauwelijks iets over de Kardinale Deugden volgens Plato en Thomas van Aquino. Dagblad Trouw laat braaf allerlei bekende Nederlanders hun zegje doen over de Tien Geboden, want sinds de Koran de mondiale toptien is gaan bestormen moet de Bijbel zijn nummer 1-positie veiligstellen. Nou, laten we dan die Grieken er ook maar even bijhalen, dan hoeven we niet helemaal naar China toe. Voor een gelukkige samenleving koesterden de Grieken vier deugden: 1. prudentia (verstandigheid); 2. fortitudo (moed); 3. temperantia (zelfbeheersing) en 4. iustitia (rechtvaardigheid). Thomas van Aquino, katholiek wijsgeer, voegde daar nog aan toe geloof, hoop en liefde en noemde het nieuwe rijtje in zijn Summa Theologiae de zeven deugden van ethiek. Verstandigheid moet niet worden verward met intelligentie; hier leze men wijsheid. Moed betekent niet als een gek met bommen gaan gooien, maar de lijn der wijsheid volgen. Zelfbeheersing duidt op gematigdheid in ons begeren. Rechtvaardigheid is nodig voor het nemen van beslissingen naar ogenblik en omstandigheden. Een slecht maar slim mens kan naar de eerste drie deugden leven. Maar de vierde deugd maakt iemand pas tot een verstandig, moedig, beheerst en rechtschapen mens. Een goed katholiek heeft daarnaast nog geloof, hoop en liefde nodig. De protestant (Balkenende? Bush?) gaat minder uit van de zeven theologische deugden, veeleer van het kwade in de mens, en neemt daarom de Tien Geboden als leidraad. Zou zo iemand nou deugen?

Haagsche Courant, woensdag 16 oktober 2002

De das

alfred birney Een van de bekendste anekdotes over Prins Claus is die van zijn verklaring tegen de stopdas. Toevallig heb ik zelf een hekel aan die dingen, praktisch gezien dienen ze nergens toe. Prins Claus noemde tijdens een prijsuitreiking aan Afrikaanse modeontwerpers de traditionele Westerse das ‘die slang om je nek’ en wierp hem af. Beatrix moest lachen en zag vele aanwezigen schielijk hun dassen in hun binnenzakken verstoppen. Die werden later natuurlijk weer omgeknoopt. Misschien was de prins zijn tijd vooruit en komt er ooit nog een beweging Af Die Das! Als ik wel ben ingelicht zou de stropdas dateren uit de tijd dat de Vikingen Brittannië onveilig maakten. Die lieten de mannen met stroppen om hun nek lopen, zodat die, als ze praatjes kregen, in een handomdraai aan een boom opgehangen konden worden. Waar Prins Claus in zijn act aan refereerde is een kwestie van gissen. Als buitenlander heeft hij de hele route moeten afleggen van ‘slechte Duitser’ via ‘goede Duitser’ naar ‘echte Nederlander’. Een wurgend pad. Prins Claus werd tot ‘echte Nederlander’ gepromoveerd vanwege zijn vermogen tot zelfspot, waar Nederlanders het patent op claimen. Hij mocht niet eens een Duitser zijn. Wel een clown, soms, zoals met die das. Wurgend waren ook zijn depressies, die niet alleen hem maar ook Beatrix eenzaamheid brachten. Het tweetal verstopte zich niet en toonde het publiek dat je je voor depressies niet hoeft te schamen. Hierin lag de droevige ironie van Claus’ vrijheid. Hij was een prins die niet verplicht hoefde te glimlachen.

Haagsche Courant, woensdag 9 oktober 2002

Doodstraf

alfred birney Een Turkse sigarenboer bekijkt peinzend een Griekse euro die je hem hebt overhandigd. Hij vraagt zich af of die Grieken soms bij Europese Unie horen. Je antwoordt bevestigend en zegt dat Turkije ook tot de Unie kan toetreden. Als het de doodstraf afschaft. De sigarenboer zegt dat dat een smoes is van de EU-landen, dat er hele andere dingen achter zitten. Nou, wat dan? Meneer, ze willen ons niet vanwege ons geloof.

Wanneer later het bericht komt dat Turkije de doodstraf wil afschaffen, schudt de sigarenboer het hoofd. Er zullen altijd mensen zijn die beter doodgemaakt kunnen worden. In mime snijdt hij zijn eigen strot door. Een Hollander hoort het aan en valt hem bij. Hij zou de euro willen afschaffen en de doodstraf willen invoeren. De eerste die aan de galg mag bengelen is de verdachte van de moord op Pim Fortuyn. Een tweede kan hij nog niet bedenken.

De Turkse sigarenboer vraagt hem of er meer Nederlanders zijn die voor de doodstraf zijn.

Ja, wat dacht je? Meer dan de helft van de Nederlanders!

Maar waarom bestaat hier dan niet de doodstraf?

Ik meng me in het gesprek en zeg dat dat komt doordat de Nederlanders geen multiculturele samenleving willen. Wilden ze dat wel, dan konden we naast nieuwe feestdagen ook exotische doodstraffen invoeren. Wat dacht u van het voederen van rapaille aan krokodillen als alternatief voor de galg? Locatie: Hofvijver. Tribunes onder het geboomte. Het water moet wel verwarmd. Anders gaan dood ja, dese boeaja’s uit Indonesia!

Ze kijken me na alsof ze me de guillotine zouden toewensen.

Haagsche Courant, vrijdag 20 september 2002

Herdenking

alfred birney Lekker weer, ik spreek af bij de watertoren met de veteranen van het Katjangteam. We zoeken een sponsor trouwens, een ketjapfabrikant of zo. Onze conditie is matig, we zijn niet dol op wielrennen bij temperaturen beneden de 12 graden, maar we hebben stijl. Terug van Noordwijk naar Scheveningen beginnen mijn maten wel te klagen over het benauwde weer. Zelf krijg ik het thuis pas benauwd, wanneer de radio meldt dat bij het Indisch Monument het einde van de Tweede Wereldoorlog is herdacht. Nou ben ik al niet zo’n herdenker, maar op de fiets hadden we het er toch wel even over kunnen hebben, niet? Radio West schenkt er ook aandacht aan in het Gesprek van de Dag, op een hinderlijke wijze met die twee items-formule van ze. De ene beller kwebbelt over een roddelpersschandaaltje, terwijl de andere emotioneel wordt bij het vertellen over de Japanse bezetting, de Bersiap en de dekolonisatie. De presentatrice haalt een paar keer Indië en Indonesië door elkaar, maar dat zijn we onderhand wel gewend. Het kan erger. Zo komt ze met de klassieke stompzinnige vergelijking, die zegt dat je in Indië geen vernietigingskampen had en het er natuurlijk zo erg niet was als in Polen. Om de Indische Nederlanders toch nog enig recht te doen, mogen een paar bellers wijzen op de beroerde, door henzelf terugbetaalde opvang die ze hier destijds kregen en dat asielzoekers vandaag de dag toch maar mooi in een gespreid bedje terechtkomen. Met dit soort vergelijkingen blijft het fietsen over hobbelige wegen, met prikkeldraad en valkuilen.

Haagsche Courant, vrijdag 16 augustus 2002

Zwarte lijst

alfred birney Ziezo, de zwarte lijst is gepubliceerd. Hier heeft de burger lang op gewacht, naar verlangd, naar gesmacht. Het introotje ‘ik ben echt geen racist hoor, maar…’ was toch al aan slijtage onderhevig, nu kan de burger gewoon volstaan met te verwijzen naar de lijst die is opgesteld door het Korps Landelijke Politiediensten in opdracht van het ministerie van binnenlandse zaken. Men wringt zich in vele bochten om het vooral geen ‘etnische lijst’ te noemen. Vergeefs. Zo’n lijst nestelt zich in vereenvoudigde vorm voor jaren in het geheugen van de burger: het grootste tuig zijn de Antillianen (seksueel geweld en drugs), op de voet gevolgd door de Marokkanen (openbare geweldpleging en drugs). Joegoslaven zijn ook geteisem (bankovervallen) en Oost-Europeanen denken dat verkrachten gelijk staat aan een meisje versieren. Met de Turken valt het nog wel mee, al zijn dat proleten in het verkeer. Nederlanders (blanken) doen een beetje aan vernieling, wildplassen en te hard rijden. Mwah, gaat nogal. Eens in de 100 jaar knalt een zot een prins neer, maar daar blijft het verder dan ook bij. Nou, met dit stereotiepe beeld kan de burger weer even vooruit. Interessanter is het de lijst eens om te draaien. Dan zie je dat Indonesiërs bovenaan staan op de lijst der schone handen. Die komen uit het grootste moslimland ter wereld, om maar even wat te noemen. Over Chinezen hoor je helemaal niks. Die houden de criminaliteit binnen de eigen gelederen. Dat telt niet… Kortom: misdraagt zich u naar believen, maar dan wel binnen uw eigen soort.

Haagsche Courant, maandag 12 augustus 2002