Wangedoe

alfred birney Volgens mij kwam het door Al-Qaeda dat mijn column verleden week niet aankwam bij de redactie van de Haagsche Courant. Of waren het de mannen van Bush & Co? Microsoft misschien? Ik heb opperhoofd Bill Gates eens bespot en mijn website is toen een hele poos niet te vinden geweest via de zoekmachine van MSN. Is Microsoft al zo ver dat ze mijn waardevolste e-mails kunnen onderscheppen? Mwah, ik heet toch geen Alfred Bin L.! KPN, die ik ook weleens heb afgekat, kan het niet geweest zijn. Ik verzend mijn e-mail namelijk via de kabel. Die kabel is in handen van Casema en de provider is Wanadoo. Heb je soesa met Casema dan moet je naar Wanadoo en heb je gedoe met Wanadoo dan moet je naar Casema. Zo ongeveer ligt dat. Duidelijk? Okay. Dus ik verzond als gewoonlijk in de nacht van woensdag op donderdag mijn column per e-mail met een Wanadoo-account naar de redactie. Die ontving hem niet. De redactie heeft me nog gebeld, vroeg in de morgen, tegen beter weten eigenlijk, want elke hond weet dat Alfred Birney slaapt tot twaalf uur in de middag. Er lopen dan wel geen honden rond op de redactie en vast ook geen katten bij Wanadoo, nou dan zullen de ratten bij Casema wel in het holst van de nacht aan de computerdraden hebben zitten knagen omdat er behalve computers verder helemaal niks te vreten is. Kan ook zijn dat Wanadoo een policy hanteert die zegt dat elke abonnee net zo lang gejend moet worden totdat ie van ellende voor een eurootje of twee een spamfilter neemt. Brengt weer poen in het laatje. Ik ontvang dagelijks 50 e-mails aan rotzooi, die niet aan mijn adres gericht zijn. De computers daar bij Wanadoo sturen de zooi maar dom door naar wat ongeveer op mijn adres lijkt. Het kan omgekeerd dus best zijn dat mijn e-mail als spam is doorgestuurd naar eh… zeg de Haagsche Studenten Vereeniging of zo, die mijn column dan kaapt en in het clubblad zet, als ze dat tenminste hebben, dat weet ik even niet, ik bemoei me niet met ballen en al helemaal niet als ze op hun website beweren geen ballen te zijn. Nou, wáár vliegt mijn column intussen rond in cyberspace, bestempeld als spam of zelfs als virus? Ik had er nog zó mijn best op gedaan! Zelfs een uitdraai gemaakt en met potlood er nog eens driemaal doorheen gegaan. Doe ik zelden! Prachtcolumn! Een juweel! Subliem! Go ask Al-Qaeda! Ask Bush! Ask Wanadoo met dat wangedoe van ze! Heeft Wanadoo soms huwelijksproblemen met Casema of zo? Casema wil namelijk binnenkort zelfstandig diensten gaan aanbieden. Co-ouderschap van Wanadoo en Casema op de kabel van Casema wordt dat dan. Redenen? Geen touw, geen kabel aan vast te knopen. Internet sucks! Right? Ik schrijf mijn columns voortaan wel met de hand en verstuur ze per postduif bij het ochtendgloren. Terug naar de romantiek! Oh shit, stel eens dat er niemand is die van me houdt… Postduif in de pan, column bij Ome Jan. Wat dan?

Alfred Birney / Haagsche Courant, vrijdag 2 april 2004

Parodie

alfred birney Kerst nadert. Een feest voor de een, een plaag voor de ander. Kom je uit een harmonieuze familie, dan zit je goed. Is je familie een poel van verdriet, dan zit je slecht. Maar vrienden kunnen een hoop goed doen. Het wordt wel stil de laatste dagen. Hele horden trekken naar de sneeuwgebieden om er te gaan skiën. Domme gewoonte. Berghellingen worden leeggekapt voor een beetje recreatie, de natuur raakt uit balans, vliegtuigen staan gereed om mensen met gebroken benen huiswaarts te vliegen. Elders verzamelen duizenden Amerikaanse en Engelse soldaten zich voor een mogelijke nieuwe oorlog tegen Irak. Op het internet is een parodie te vinden op Maria Elena, een oud liedje van Gene Pitney. Maria Elena is een meisje dat tegen wil en dank moet worden achtergelaten door een jonge patriot. Hij is gerekruteerd in zijn dorpje om voor zijn land te vechten. De begeleidingsmuziek klinkt nogal opzwepend wanneer Gene Pitney zingt: Maria Elena I’m going away to war, I’m going to fight I may not be back again. De jongen vraagt zijn meisje of hij zijn laatste nacht bij haar mag doorbrengen. Oorlogsromantiek. Jaren zestig. Voer voor de showbizz. Zo gaat dat: morgen nemen jongens (en tegenwoordig ook meisjes) afscheid van hun geliefden. Overmorgen sneuvelen ze en een dag later worden ze bezongen. En dan, veel later, volgt een parodie op een van die nummers, zoals op Maria Elena, die Osama Bin Laden komt te heten. Ooit snikten we onze jongens naar het front. Nu lachen we ze ernaartoe. Want winnen doen we toch wel. Lijkt wel voetbal.

Haagsche Courant, maandag 23 december 2002

Helderziendheid

alfred birney Helderziendheid vertroebelt het verstand, beide fenomenen bijten elkaar, dus waarom niet even de ring betreden? Feit is dat in de nacht voor de Bijlmerramp tien jaar geleden een vrouw het ongeluk zich voor haar geestesoog zag voltrekken. De volgende dag belde zij Schiphol om het te melden. Complicerend voor Schiphol was dat het volgens haar om een blauwwit vliegtuig ging. De hele KLM-vloot ziet blauwwit, toch is de melding van de helderziende naar de maatschappij El Al doorgestuurd. Nu komt het. De vrouw meldde de oorspronkelijke vertrektijd. Haar helderziendheid miste de vertraging die de vlucht zou oplopen. Hier krijgt het denken een kans helderziendheid in twijfel te trekken. Want waarom krijgt een helderziende het tijdstip van de oorspronkelijke vlucht door en niet dat van de vertraging? Is het misschien zo, dat ongelukken die helderzienden voorspellen nu eenmaal moeten gebeuren? Daarmee zou in feite elke melding van een helderziende zinloos worden. Op Schiphol (en bij alle politie overigens) denkt men daar anders over. Dezelfde helderziende vrouw heeft immers later in april 1994 het ongeluk met de Cityhopper voorspeld. Sindsdien heeft Schiphol tot drie keer toe een toestel aan de grond gehouden na een melding van deze vrouw. Is zo’n vrouw nou in staat om de loop der dingen te beïnvloeden of niet? Je weet het niet. Maar als zij zegt dat mijn vliegtuig van zaterdag over twee weken zal verongelukken, stap ik mooi niet in. Verstand is niet het enige waar wij mensen op moeten vertrouwen, net als zoiets als geld.

Haagsche Courant, vrijdag 4 oktober 2002

Gekkoleven

gekkoDe bogen van het balkon op de hoek van mijn Grieks appartement hadden model kunnen staan voor Eschers Droom, een houtgravure uit 1935: in een koude wereld met bogen onder het nachtelijk firmament ligt iemand voor lijk te dromen met een enorm insect op zich, dat hem niet stoort overigens. Hier op het balkon zit ik met mijn hoofd in mijn nek naar het plafond te kijken. De gekko’s dienen zich aan rond twaalven, wanneer de discotheken verderop het volume temperen en de muziek van de cicaden weer de boventoon voert. Mijn favoriete gekko is te laat langs de bogen naar de gevellantaarn komen kruipen, de ideale plek is al ingenomen door een grote gekko. Vlinders en langpootmuggen strijken neer rond de gevellantaarn. Aanvankelijk sluipt de grote gekko behoedzaam naderbij, met pauzes om zijn prooi niet te alarmeren. Maar als de muur eenmaal vol zit met insecten laat de gekko zijn geduld varen en jaagt gulzig in het rond. De kleine gekko, jong en onervaren, is zo vermetel om het territorium van de grote binnen te dringen. Die bolt zijn rug en ziet de kleine dreigend aan. De kleine zwaait met zijn staart en blaast de aftocht. Nadat de grote, volgevreten, de arena heeft verlaten, komt de kleine terug. Tegelijk doemt een nog groter exemplaar op. Dat jaagt de kleine niet weg met lichaamstaal, maar bijt hem bruut in de flank. Ai! De kleine zal lang moeten wachten eer hij eens aan de beurt is. De volgende morgen zit hij er nog. Hij lijkt wel dood, zoals de dromer op de houtgravure van Escher. Is de kleine gekko vandaag gedoemd van insecten te dromen?


© 2002 Alfred Birney
Haagsche Courant, vrijdag 26 juli 2002

Gepubliceerd op
Gecategoriseerd als Blog Getagged ,

Hola, nar!

alfred birney De koning had al een zootje hofnarren versleten, toen hij zijn oog liet vallen op een exemplaar dat behalve grappen maken ook nog mooi luit kon spelen en zingen. De ja-knikkers rond de koning bekeken de nar met argusogen, het werd lastiger voor de dienaren bij de koning in het gevlei te komen. Bovendien kreeg de nar een extra bevoegdheid, namelijk die van winden laten. De dienaren zagen hun geliefde petomaan niet meer terug en begonnen te morren. Toen op zekere dag een gezantschap arriveerde van een welvarend handelsrijk, vroeg de koning zijn nar extra oplettend te zijn. De koning liet een groot feestmaal aanrukken en ontvluchtte de drukte voor een bezoek aan een meisje dat hij gevangen hield in de oostelijke torenkamer. De gezant werd gaandeweg de avond omgeven door de ja-knikkers van het hof, die hem allerlei zaken omtrent de koning toefluisterden die het daglicht niet verdragen konden. De nar, spelend op zijn luit, bekeek het gesmoes van een afstandje. Maar op het moment dat de gezant kwijlend zijn tanden in de poot van een gestoofd speenvarken zette, liet de nar een keiharde wind! De gezant liet de bout uit zijn handen vallen en er klonk een enorm gekrijs van afkeuring uit de monden van de ja-knikkers en hun paladijnen. Nog voor de koning uit de torenkamer was teruggekeerd, had men de nar op de binnenplaats met handen en hoofd in de schandpaal gezet. Het was nacht en de nar hief een geneurie aan voor de maansikkel, terwijl in het paleis de dienaren en de gezant zich vermaakten met een wedstrijdje winden laten.

Haagsche Courant, vrijdag 19 juli 2002

Indianenverhaal

alfred birney Tram gemist. In mijn kielzog twee sigarettenhijsende meisjes, die een taal spreken die ik niet versta, Servo-Kroatisch of Sloveens. Misschien praten ze over hun nieuwe laarzen, waar ze aldoor hun blik op werpen. Een blonde man met een customized daklozenoutfit sluit aan. Markante kop. Hij rookt twee keer zo snel als die meisjes en spuugt met korte intervallen hoestend de asfaltweg langs de abri onder. We beginnen een weerpraatje. Hij zegt dat hij drie jaar op straat heeft geleefd en toen nooit ziek was. Zijn moeder dook onlangs op en nu heeft hij een studiootje. Hij houdt wél de cv uit, om gehard te blijven. Hij kijkt me opeens onderzoekend aan en vraagt of ik gitaar speel. Ik knik. Hij roept: ‘Ha! Ik wist het! Ik zag het meteen aan je kop gewoon, ja ja!’

Zelf zingt hij. Nee, zong. Hij had ooit een band met Ambonese jongens. Ziet hij mij, een Indische jongen, soms aan voor een Ambonees en verzint hij zomaar wat?

Ik zeg dat Ambonezen vaak zelf goed zingen. Hij grijnst en laat een Engelstalig intro uit zijn geraspte strot komen, iets tussen Van Morrison en Joe Cocker in. Klinkt goed, op straat.

‘Ik ben geen echte Hollander,’ zegt hij. ‘Ik ben een halve Braziliaan. Daar ben ik laatst achtergekomen. Mijn moeder wil het niet toegeven, maar toen zij met mijn vader langs de Amazone trok, is ze op een nacht met een Indiaan de boom ingeklommen, begrijp je wel? Ik ben eigenlijk allochtoon. Echte Batavieren heb je bijna niet. Maar dat willen ze niet weten.’

Haagsche Courant, vrijdag 15 februari 2002