Het zwevende paard

alfred birney Ik was al vertrouwd met die kale sokkel op het Koningsplein, zo’n antieke Oost-Europese kolos waaronder je voortdurend het graf vermoedt van een of andere dictator. Prikkelend voor de fantasie, zo’n leeg wit voetstuk. Maar ons buurtbewoners was een standbeeld beloofd. Op de laatste dag van de hete zomer was het feest op het Koningsplein, heel aardig, al was het maar omdat je dan eens de gezichten ziet van je buren. Het stadsleven: je woont jarenlang tussen mensen die je nauwelijks ziet of spreekt, je weet niet eens wanneer ze doodgaan, enfin, dat weten we nu wel. En opeens wandel je tussen ze op een stoffig vernieuwd onverhard Koningsplein. Je kijkt wat naar elkaar. Eh… hallo… toerist hier?
Tijdens de matinee beklimt een actrice de sokkel voor een standbeeldact. Mooi, zo’n levend standbeeld. Maar dat wordt verkracht ’s nachts, niet? Of eigentijds van de sokkel geschoten.
Er is weinig treuriger dan de aanblik van een verlaten plein, dat kort geleden bevolkt werd door honderden mensen. Waar zijn ze heen, die mensen? Verdoen ze hun tijd met het stompzinnigste dat een mens in Nederland kan doen sinds 1951, namelijk televisie kijken? De kale sokkel is in elk geval mooi, vooral in de spotlights.
Dan, opeens staat er een doorschijnend paard op. Het schittert, nee het spookt in de middagzon. Hoe is het erop geklommen? Ik kijk onwillekeurig omhoog om te zien of er soms gieren boven het Koningsplein vliegen. Het dier ziet er uit als een kaalgevreten skelet. Het is zo plat als de tekening die als voorbeeld moet hebben gediend, zelfs de cryptische verwijstekens zijn door de artiest meegelast.
Maak een ommetje en nader het paard en front. Je ziet dan één lijn, zoals de zijkant van een muntstuk. Het paard als hellebaard, zoiets. Er zit niemand op zijn rug, niks geen Willem III, die zet je niet op een skelet, en al helemaal niet in Den Haag. Toch heeft het dier wel wat, het heeft heel veel eigenlijk, al is het maar omdat het er steeds anders uitziet in de vele schakeringen tussen licht en donker onder de Hollandse lucht. Spoken doet het van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat. Wedden dat het wakker is bij nacht?
Ik verlaat mijn huis bij volle maan en wandel naar het slapende Koningsplein.
‘Hé paard…’
‘Hé schrijver…’
‘Waarom vlieg je niet weg, paard? Dat kan makkelijk! Je zweeft immers al!’
‘Doe niet zo mal, man. Het zijn de spotlights beneden me. Mijn benen worden niet beschenen en daardoor lijk ik te zweven. Maar zie je dan niet dat ik het eeuwige leven heb? Dat moet jij nog maar zien te bereiken, sukkel.’

Haagsche Courant, vrijdag 12 september 2003

Naschrift: enkele weken na deze column verdween het paard met een herststorm.

Gekras van niks

alfred birney De boekenweek komt eraan, dus de Kraai kan zijn kooi weer even uit. Verleden jaar predikte de bedoelde directeur van de CPNB de mondialisering door met een universeel gebaar een Engelstalige megaster per UFO van Jupiter te laten overkomen. Tussen de tientallen auteurs van de Nederlandstalige etnische literatuur kon hij even niemand vinden. Dit jaar speelt-ie kleinschalig pingpong met de boekhandel. Die klaagt dat steeds meer Nederlanders dezelfde boeken lezen. De Kraai roept dat boekhandels naast hun bestsellertorens heus wel een kastje met minder populaire titels kunnen neerzetten. En krast dat ‘maar één op de zes boeken’ een bestseller is. Ik zou zingen: bij een gezond boekenaanbod één op de honderd titels. De Kraai haalde verleden jaar een stunt uit met scheepsladingen vol boeken van Salman Rushdie. Nu trillen zijn veren bij de kwellende gedachte aan speciale Harry Potterwinkels. Ja, Van Dis en Connie Palmen hebban effe gene vogala nestas, wat unbidan we nu, krast hij vertwijfeld. Mij dunkt is voor het referentiekader van deze meneer geen vogelnestje klein genoeg. Het Fonds voor de Letteren kan zonder problemen 200 schrijvers leveren die VD & P naar de maan schrijven. Maar ja, brengt geen poen in het laatje. Wat is literatuur tegenwoordig nog zonder televisie, hè? De rekenmeester had niet verwacht dat na Salman Rushdie alleen nog een tovenaarsleerling de mensen naar de boekhandel kon trekken. Anders had hij stellig J.K. Rowling voor dit jaar gepaaid en alsnog de N uit het banier van de CPNB geschrapt. Tenslotte is een boek maar een boek voor een kraai.

Haagsche Courant, woensdag 6 februari 2002