Stigma’s waren ooit voor vee

alfred birney Twee, overigens serieuze, brieven uit het Westland naar aanleiding van mijn column getiteld Kutmarokkanen. De eerste brief is van een werkgever. Hij heeft drie Turken in zijn bedrijf en nooit gelazer met ze gehad. ‘Ondanks alle waarschuwingen toch maar Marokkaan geprobeerd.’ Nou, dat werd stelen en bedreiging met de dood bij ontslag. De afzender schrijft dat alle Marokkaanse sollicitanten die bij hem aanklopten een strafblad hadden. ‘Moeten niet zeuren over gebrek aan kansen. Hebben gewoon de verkeerde mentaliteit’.

Ik zal wel weer cynisch klinken, maar als een werkgever na één vervelende ervaring met een Marokkaan in zijn bedrijf al afhaakt, dan moet er bij voorbaat al weinig vertrouwen in hem hebben geleefd. Je probeert er een en daarna niet meer. Dat is denken in soorten: ik probeer dat soort even. Ga jij roepen dat ‘ze gewoon de verkeerde mentaliteit’ hebben, dan hebben zij het recht om te ‘zeuren over gebrek aan kansen.’ Wat kan een kansarme anders dan zeuren als hij of zij regelrecht kansloos dreigt te worden? Ja: stelen. Dan zijn we weer thuis.

De tweede brief is het relaas van iemand die Marokkanen probeerde ‘te helpen én te vriend te maken’. Feitelijk eenzelfde uitgangspunt als in de eerste brief. Ging denkelijk goed, totdat zijn Marokkaanse buren binnen een week driemaal een steen door zijn ruit wierpen. De bedreigde begreep later pas dat zijn Marokkaanse buren zijn zoon ‘een rare hardrocker én dus homo vonden’. De zoon werd geslagen, ‘met z’n vieren tegen één, dat wel. Vandaar die cursus “zelfverdediging” op die sportschool van u natuurlijk.’

Hier doelt de afzender op mijn lidmaatschap bij een sportschool, waar ik twee Marokkaanse jongens ken, van wie er eentje een hogere beroepsopleiding heeft gevolgd maar een hopeloze benzinepompbediende is geworden. Voor de goede orde: ik bezoek een sportschool die een grote reputatie geniet, al ruim 80 jaar bestaat en waar de kunst van het jiu-jitsu wordt onderwezen: een edele Japanse gevechtskunst. De leerlingen daar zijn doorgaans tamelijk deemoedig en in de regel nou juist géén vechtjassen. Er zijn relatief veel vrouwen bij en die zitten daar echt niet om uit eigener beweging een beetje te gaan rossen. Nog altijd vindt 80 procent van verkrachtingen plaats in huis en is de dader een bekende van het slachtoffer.

De briefschrijver heeft zich in vijf jaar laten wegpesten. Treurig. Resteert de kunst om niet in gestigmatiseer te vervallen. Niet met clichés komen van drie Marokkaanse WAO-ers die elke ochtend worden opgehaald door een busje. Als hun werkgever een Hollander is, zit die zeker niet fout? Even stellen: één Hollandse moordenaar maakt nog altijd niet van alle Hollanders een moordenaar. Nou ja, nog niet. In de Tweede Wereldoorlog leek het bijna zo. Hele treinen werden met ‘een zeker soort’ volgestouwd en er was geen hond die het zag.

Haagsche Courant, vrijdag 4 juli 2003

Kutmarokkanen

alfred birney Onze kutmarokkanen (jargon van de een of andere PVDA-lul) hebben het moeilijk. Als een van hen ergens een steen door een ruit gooit, dan hebben alle Marokkanen het hele Westland aan diggelen gesmeten. Mijn buurjongens hebben baantjes waar de eerste de beste Hollandse ex-gedetineerde zijn neus voor zou ophalen en noemen zichzelf lachend kutmarokkanen. Want wie zo de hoek in wordt gedrukt, die zoekt zijn redding in zelfspot. Marokkanen zijn openlijker tegen mij dan tegen een blanke Hollander, omdat ik Indisch ben en zij zich dan wat veiliger voelen. Op de sportschool waar ik de kunst der zelfverdediging beoefen, zitten twee Marokkaanse jongens van even in de twintig bij mij in de groep. Een van hen kreeg op school economieles van een vriend van me, studeert nu informatica en hoopt op een aardige baan later. De ander is afgestudeerd in bedrijfskunde maar werkt nog steeds bij een benzinepomp omdat, zo denkt hij, men hem niet moet als Marokkaan. Hij vraagt me of ik een goed woordje voor hem bij de krant kan doen, want hij denkt dat die dingen hier zo werken. Na de training gaan ze nooit mee naar het café aan de overkant. Ze zeggen dat ze vroeg op moeten, maar het kan ook zijn dat ze zich er niet echt welkom voelen. Marokkanen wordt op grote schaal de toegang tot cafés, discotheken en sauna’s geweigerd, ook wie eerder werd toegelaten, zo meldden de kranten onlangs. Vreemd voor een bevolkingsgroep die zijn best doet zich te mengen in het Nederlandse leven. Marokkanen vinden het bepaald onfatsoenlijk dat Turken gewoon in hun eigen taal verder praten wanneer een Hollander binnenkomt. Marokkanen gaan meteen in het Nederlands verder, zodat de Hollander weet waar ze het over hebben. Chinezen beginnen ook niet met elkaar in het Nederlands te praten wanneer er een Hollander binnenkomt. Laat die Hollander nou juist een stuk minder afgeven op Chinezen en Turken dan op Marokkanen. Ooit luidde het zinnetje over ‘buitenlanders’: ‘Ze leren niet eens fatsoenlijk Nederlands praten.’ Dat cliché ligt dus in de prullenbak. Je zou onderhand bijna gaan denken dat Hollanders buitenlanders liever helemaal níet verstaan. Terug naar Nederlands-Indië dan maar, met voor elke bevolkingsgroep een apart register? In Indonesië vind je daar nog sporen van terug. Indonesische Chinezen dienen speciale persoonsbewijzen te kopen en te overleggen, al zit hun familie al zeven generaties daar en spreken ze geen woord Chinees. Dat gedoe hadden ze al toen de Hollanders er de scepter zwaaien. Als je ook nog bedenkt dat de Hollanders met hun mensen = handel verantwoordelijk zijn voor enorme migratiestromen, dan moet je toch concluderen dat er al eeuwenlang iets fundamenteel mis is onder dat zogenaamde tolerante denken van ze. Maar goed, het woordje tolerantie is meen ik verleden jaar uit het woordenboek geschrapt. Tjonge, wat een zelfbewustheid toch opeens.

Haagsche Courant, vrijdag 20 juni 2003

Opzij opzij opzij

alfred birney Valt mee wat er deze dagen in zo’n Jumbo zit. Dat komt doordat de KLM de internationale competitie overboekingen aanvoert. Voor het instappen krijgen passagiers standaard aangeboden een hotelovernachting plus 300 euro als ze hun ticket afstaan en een dagje later vertrekken. Als je het een beetje goed aanpakt, kun je ervan leven. Het vliegtuig zit dus overvol en je denkt even dat het wel mee zal vallen met de reizigers richting Indonesië. Maar met het naderen van Singapore komt een stewardess de stoelen checken en blijkt driekwart er uit te moeten. Alleen Indonesiërs en wat daarop lijkt gaan door naar Jakarta. Ik hoor de stewardess tegen mijn buren zeggen dat Singapore fantastisch is, maar dat het op straat wel even wennen is, want ‘dat gaat van hup opzij opzij opzij, ze lopen gewoon rechtdoor, nou dus wij lopen ook gewoon rechtdoor.’ Quite some quote, isn’t it? Quite some onzin ook, niet? Nou ben ik nooit in Singapore geweest, maar het lijkt me sterk dat men elkaar daar ondersteboven loopt. Misschien denken ze: ‘Hé een Euronaut, die lopen gewoon door, nou dan lopen wij ook gewoon door.’ Enfin, de kunst van het lopen in overvolle steden is in elk geval niet aan de homo euro voorbehouden. In Jakarta, waar zelfs de ratten voor een plekje moeten vechten, loopt men niet tegen elkaar aan. Wél wordt er flink gebumperd, maar dat is maar blik. Het eerste wat me overkomt wanneer ik terug ben op Schiphol is aangereden worden door een in driedelig pak vermomde boer met bagagekarretje. Die kon dus niet lopen, én niet rijden.

Haagsche Courant, vrijdag 8 november 2002

Gepubliceerd op
Gecategoriseerd als Columns Getagged

Verdacht

alfred birney Bent u toevallig journalist? Of columnist? Hoofdredacteur van een krant, tijdschrift of buurtblad? Is u soms lid van een milieubeweging? Donateur dan? Eet u alles behalve vlees, vis en eieren? Heeft u per ongeluk links gestemd? Draagt u nog een rode stropdas in plaats van een oranje- of goudkleurige? Bent u wel goed fout? Heeft u allochtonen in uw kennissenkring? Heeft u zich ooit minder vleiend uitgesproken over een onlangs ter ziele gegane volksheld? Heeft u uw haar nog op uw hoofd zitten? Draagt u geitenwollensokken? Rijdt u toevallig rond in een Eend? Bent u al eens vanuit een patisserie geschaduwd toen u vertrok met een taartendoos in uw handen? Is uw advocaat heteroseksueel? Bent u wel genoeg pro alles wat leefbaar heet? Bent u óók zo’n voorstander van het enige echte vrije woord? Durft u een mop te vertellen over de balkende meewaaier in de politieke arena? Idem over de man wiens spoor hij volgde maar in de verste verte zelf niet kan trekken? Bent u kapper? Arts? Sigarenboer? IJsverkoper? Praat u weleens tegen onbekenden? Heeft u wel de Nederlandse vlag in huis mocht een op hol geslagen kudde op zoek gaan naar ramen die ze aan diggelen kunnen gooien? Spreekt u weleens voor een zaal vol mensen? Publiceert u? O ja? Wát dan? Draagt u een kogelvrij vest? Heeft u rolluiken voor de ramen laten plaatsen? Videobewaking? Mooi. Oefent u zich in de kunst van de zelfverdediging! Eet patat, altijd goed! En zwíjg verder. Alleen dán kunnen ze je niets maken! Wie? Ja, wie… weet ík veel.

Haagsche Courant, woensdag 22 mei 2002

Jacques

alfred birney Een van de beste Nederlandse persfotografen heet Jacques Zorgman. Tussen de vele foto’s die hij voor de Haagsche Courant maakt, duikt regelmatig iets op dat het bijgaand artikel of bericht een extra dimensie geeft. In de krant van gisteren was het weer prijs. Onder de kop Mierzoete Dogshit City prijkt een foto die je bijna doet vergeten dat er een artikel onder staat. Een enorme roze drol in de etalage van een expositieruimte aan het Westeinde doet een passerend blond meisje de hand voor de mond slaan. Of is het zo dat het meisje de hand in gepeins voor haar mond houdt? Het meisje is dynamisch, ze zet net haar ene been voor het andere. Binnen is het stil. Het kunstwerk van Birke Hesse, de enorme roze drol, wordt door Kunstenaarsinitiatief Keller tentoongesteld als symbool voor het Haagse drollenoverschot dat, zeg, elke bezoeker van de residentie hinderlijk afleidt van de architectuur, waarin ook een overschot zit, maar dit even terzijde. Het Westeinde ligt er kaal bij. Zonder bestrating. En zonder drollen. De Hollandse vensters aan de overkant verspringen in een vrolijke dans. Het kozijn van de galerie zelf is blauw en correspondeert met de spijkerbroek van het passerende meisje. Het opvallendst is haar sjaal. Zo te zien is hij tweekleurig, maar dominant is roze, dat toevallig correspondeert met de tentoongestelde drol. Knip je de drol weg, dan verliest het meisje niets van haar charme. Het maakt weinig uit waarnaar ze kijkt, dat kan en mag van alles zijn. Maar knip je het meisje weg, dan wordt de drol hopeloos dom, de kleur oneindig nietszeggend. Jacques Zorgman maakt kunst van slechte kunst.

Haagsche Courant, woensdag 23 januari 2002

Pinda

alfred birney Hierbij verzoek ik U, Van Dale, in naam van de Stichting Annexatie Waddengordel ten behoeve van het Bevrijdingsfront Indostan, het woord Pinda uit uw lexicografisch bestand te wissen. Er zijn nog altijd Indische Nederlanders die dit woord als kwetsend ervaren, staande tussen een kudde Belanda’s, ook wel Kaaskoppen genoemd, aan de vette toonbank van Piet Patat en horende of het mét Pinda moet. Dat gaat dan met een scheef oog op de toevallig aanwezige Indische Nederlander, ooit Indo-Europeaan genoemd en thans Euraziaat hetende, nochtans de geuzennaam Indo dragende en niet het abjecte Pinda dat de Belanda hem jarenlang naar het hoofd slingerde, om steeds een lel terug te krijgen, want u weet wij Indo’s verstaan de kunst van het vechten en nog meer de kunst van de zwarte… pardon… magie. Niet de stille kracht volgens Louis Couperus, maarrr… de originele goena-goena van mijn Oom Karel, rondspokende op de eeuwige satéhvelden en in staat om, indien u weigert het zo kwetsende Pinda uit uw woordenboek te schrappen, een lawine van katjangsaus op Neêrland te laten neêrdalen waar de tramtunnelbobo’s geen beton van lusten! Van Dale, verrijk uw dictionaire met het lemma mayo! De zeelui aan boord der VOC-schepen bespuugden reeds de zeilen met oermayo! Zó is het begonnen, mét en dóór die Mayo’s! Oom Karel! Voldoende katjangsaus boven? Niet? Adoeh! Wah, soedah maar ja? Bevrijdingsfront Indostan ook maar in bak prul? Löh, er kleef mayoh en pindah aan deksèl! Patatzakjes verbranden op de Wadden maar? Ajo! Daar vragen we subsidie voor aan!

Haagsche Courant, woensdag 9 januari 2002