Lunsigheden

alfred birney Een ouder Nederlands echtpaar stopt even bij de lectuurladder voor de toeristenminimarket en werpt een blik op een Nederlandse krant, die het heengaan van onze arrogantste politicus van de vorige eeuw meldt: Joseph Luns. Ze staan versteld, alsof de leeftijd van 90 niet mooi genoeg is. Ik trek de krant uit het rek en reik het het echtpaar aan. Ze slaan de krant af met een zuinig mondje en wat gebarentaal, want ik zie er op een Grieks eiland nog minder Nederlands uit dan ik thuis al doe. Wanneer ik herinneringen begin op te halen aan Luns, in het bijzonder de ‘kwestie Nieuw-Guinea’, hoort het echtpaar me met open mond aan, alsof ze in de snikhete zon een opfriscursusje vaderlandse geschiedenis krijgen van een Vietnamese bootvluchteling. Ik vertrek met het krantje onder mijn arm naar mijn appartement en bekijk er meewarig de kiekjes van Luns met generaal De Gaulle, Luns met Paus de zoveelste en Luns met J.F. Kennedy. Politici stonden indertijd minder openlijk ter discussie dan nu en de pers slijmde er geweldig op los. De ‘kwestie Nieuw-Guinea’ was een kwestie aangezien Luns een kwestie was. Met het idee dat Nederland nog in de Gouden Eeuw leefde, weigerde Luns de Nederlandse souvereiniteit over Nieuw-Guinea af te staan. Totdat, naar verluid, Kennedy hem op de man af vroeg: ‘Wil je dat land soms behouden om er die paar honderdduizend Indische Nederlanders van jullie te kunnen dumpen?’ ‘Eh, de kwestie, prezzident, de kwestie is dat ik bang ben dat die mensen het bij ons erg koud zullen krijgen.’ En verdomd: hij kreeg gelijk.

Haagsche Courant, maandag 22 juli 2002

Gezellig land

alfred birney Het groepje vrouwen uit Srebrenica werd ontvangen door mensen van een organisatie waarvan ze nog nooit hadden gehoord. Een van de vrouwen had zich voorgenomen gedurende haar hele verblijf in Nederland te zwijgen. De vrouwen uit haar dorp zeiden dat de organisatie iets met de christelijke kerk te maken had. Er bestond zoiets als de dag des oordeels, wist een van hen, en voor de zwijgende vrouw moest hun bezoek aan Den Haag iets als de dag des oordeels krijgen. In het uur voor de presentatie van het NIOD-rapport over de rol van Dutchbat in Srebrenica nodigde de organisatie van het IKV de vrouwen uit in grand café Dudok, dichtbij het Binnenhof. Ze dronken koffie en aten gebak, omgeven door een leger van cameraploegen van Nederlandse televisiestations.

Iemand duwde priemde een microfoon over dat vreemde gebak heen en vroeg wat zij vonden van het rapport dat zou gaan verschijnen. Ze zouden op liefst vijfduizend bladzijden worden getrakteerd! De zwijgende vrouw bedacht: dat is tweeduizend minder dan wie wij hebben verloren. En het gekletter van bestek en het geroezemoes om haar heen verstomden bij de herinnering aan het ogenblik waarop ze haar man en zonen over de heuvel weggevoerd zag worden.

Ze kwam terug in de werkelijkheid toen ze het café verlieten voor de presentatie in het Binnenhof. Ze las die vreemde tekst nog eens op de schoudertas die een haar begeleiders al dagen bij zich droeg: BRABANT GEZELLIG LAND. Voor eens verbrak ze haar zwijgen en vroeg de man wat die tekst op zijn schoudertas nou eigenlijk betekende.

‘Wélke tekst?’ vroeg hij.

Haagsche Courant, vrijdag 12 april 2002