Heerlijke zaken

alfred birney 1. Een stofzuiger waarvan de stofzak en filters zojuist vervangen zijn door nieuwe. 2. Je belt het waterleidingbedrijf om te melden dat de hoofdkraan is vastgeroest. De telefoniste verbindt je al door terwijl je je zin nog niet af hebt en je krijgt direct de monteur die vervolgens een kwartier later al op je stoep staat en het karweitje in een oogwenk fikst. 3. Je belt de bank en er is maar één wachtende voor u. De jongen van de helpdesk klinkt fris en heeft er zin in. Je klacht wordt onmiddellijk in behandeling genomen en je wordt uitgebreid bedankt voor je telefoontje. 4. Je moet ergens over nadenken en je besluit de galerij aan te vegen. Er is niemand die ziet hoe schoon alles wordt onder je bezem, maar de zon schijnt weldadig op je nek. Bovendien weet je na de schoonmaakpartij wat de oplossing van het probleem is dat jou ertoe deed besluiten de bezem te pakken. 5. Het is tijd om je conditie wat op te poetsen maar je hebt geen zin om je wielerkleding aan te trekken, de banden van je fiets op te pompen en in je eentje door het hectische verkeer naar de duinen te fietsen. Dan belt er iemand op en houdt je een uur aan de praat over zijn computer, zodat je je later niet schuldig voelt dat je alweer niet op de fiets bent geklommen. 6. Je hebt geen zin om te koken. Je favoriete toko is gesloten maar je ontdekt een nieuwe, waar de rijst geurig is, de vis vers en het groentegerecht lekker knapperig. 7. Een configuratie van sterren die je een dag bezorgen waarop er helemaal niets ter wereld is om je druk over te maken.

Haagsche Courant, vrijdag 6 september 2002

Perceptie

alfred birney Het is voor het eerst dat ik op een stadsfiets door de duinen rijdt, richting Wassenaar. Gewoonlijk neem ik de racefiets. Mijn zoontje heeft zijn eerste mountainbike en ik leer hem hoe hij met de versnellingen moet werken. Het is midden op de dag en warm, de konijnen en vossen laten zich niet zien. Dat komt mooi uit, de jongen moet leren in zijn koers te blijven. Gaat goed, smijt nog teveel met zijn krachten, dat wel. Keerpunt is de waterpomp bij Wassenaar, bouwjaar 1950. Het lijkt dat er meer mensen op een stadsfiets rijden dan op een racefiets, maar ik kijk anders vandaag. Ik zou mezelf bijna op een vorm van saamhorigheid betrappen. Nu ik op een stadsfiets zit, vind ik sommige racefietsers aanstellerig te keer gaan. Anderen gaan weer zo langzaam, dat ze net zo goed een stadsfiets kunnen nemen. Maar ze zijn behendig. Zondagsfietsers kunnen erg schrikken van een racefietser die in hun richting af komt suizen en gaan dan slingeren. Vandaag lijk ik bij het kamp der zondagsfietsers te horen, die soms met drie naast elkaar ruim uit de bochten komen zwieren. Ze zijn gevaarlijker dan racefietsers, blijven ineens midden op het pad stilstaan om er te vergaderen, of wat al niet. Wandelaars en joggers zijn nog erger, vooral die uit de auto komen. Die denken dan dat alles voetpad is, behalve het voetpad zelf. Treffend is, dat mij bekende racefietsers me niet herkennen op mijn ordinaire stadsfiets. Ze groeten me niet. Je herkent elkaar aan de fiets, de kleding, de zit, kortom: de stijl. Tja, het leven is een bal masqué.

Haagsche Courant, maandag 29 juli 2002