Hindostaanse suiker

alfred birney Meeuwen behoren te vliegen. Er is werkelijk niets lelijkers dan een meeuw die naast je komt staan niksen terwijl jij lekker op je strandmatje ligt te zonnen in Scheveningen Paradise. Vooral de jongere exemplaren zitten afgrijselijk in hun veren. Daarbij zijn ze ook nog eens strontvervelend. Je meisje is amper teruggekeerd van de Egyptische snackcar, of er komt zo’n afzichtelijke, brutale meeuw een patatje uit je bakje wegkapen, en passant ook nog eens een lik mayo dan wel pinda nemend. Maar het moet gezegd: vliegt zo’n meeuw eenmaal weg, dan metamorfoseert zijn lelijkheid allengs in een schoonheid waar de mooiste mannen en vrouwen op het strand bij verbleken. En ze zien al zo bleek, die volgevreten auto’s (autochtonen) en allo’s (allochtonen) die het strand bezoedelen met hun weggeworpen halfgeconsumeerde etenswaren. Ziedaar de reden van de meeuwenplaag, die Scheveningen Paradise teistert. Waar hangen de hindostanen eigenlijk uit? Met 40.000 zijn ze in ’t Haegsche neergestreken, maar je ziet ze nauwelijks op het strand. En al helemaal niet in badkleding. Het lijken wel Scheveningers! Die beperken zich ook tot geflaneer over de boulevard. Het is daar waar je de hindostanen moet zoeken, smetteloos gekleed en all that, wandelend of tuffend over de boulevard. Zouden zij zich zelfs op de boulevard suf snoepen aan zuurstokken, smarties, suikerspinnen, popcorn, spekkies en meer van die levensverkortende goedjes? De krant staat weer vol over de eetgewoonten van onze kampioenen suikerzieken. Opvallend is dat hierbij melding wordt gemaakt van hindostanen en niet van hindoestanen. Hindostanen hebben hun wortels in en rond India en hun omweg naar Nederland via Suriname. Tachtig procent is hindoe en twintig procent moslim. Volgens de GGD heeft veertig procent van de Haagse hindostanen kans op suikerziekte. Nou ben ik benieuwd of er verschillen zijn tussen de hindoes en de moslims onder de hindostanen. Hebben rituele maaltijden invloed op suikerziekte? Hebben moslims onder de hindostanen misschien minder kans op suikerziekte omdat ze wellicht minder snoepen dan hindoes? Interessante vraag, lijkt mij. Enfin, onderzoek en berichtgeving over ‘etnische minderheden’ munten toch al zelden uit in helderheid. Ik hou het er maar even op dat niet hindostanen maar hindoestanen in de rij staan voor een abonnement op insuline. Mijn advies aan hen luidt: eet wat u wilt, maar blijf niet op de boulevard aan die suikerspinnen plakken. Trek eens een zwembroek of badpak aan en meng u op het strand tussen de auto’s, allo’s en meeuwen! Neem eens een verfrissende duik in onze van geneeskrachtige algen vergeven zee. Die is schoner dan de Ganges. Cool! En laat die heilige auto eens staan. Ga fietsen! Een hindoestaan op een fiets is nog altijd zoiets als een eskimo op rolschaatsen. Niet dan? Nee? Waar fietsen jullie dan, hindoe… eh… hindostanen?

Haagsche Courant, vrijdag 18 juli 2003

Broodje meeuw

alfred birney Wil je nagaan hoe verwend een volk is, dan moet je kijken naar hoe ze met hun dieren omgaan. Rijke volken houden dieren als maatje, object of knuffel, arme volken vreten ze gewoon op, tenzij een of ander geloof dat verbiedt, zoals in India, waar de koe heilig is. In China eten ze alles, van sprinkhanen en babymuizen (lekker met ketjap) tot en met slangendarmen. In Vietnam en Cambodja is de wilde rat erg populair.

Men zegt dat je meeuwen niet kunt eten. Taaie beesten, weinig mee te beginnen. Maar wij hier eten sowieso weinig van wat er om ons heen vliegt. Wij eten bij voorkeur vlees van dieren met een levensloop waar we weinig meer van weten dan dat die zich op de vierkante meter afspeelt.

Mocht de anti-bio-industrie-lobby het ooit ver schoppen, dan zal er schaarste aan vlees ontstaan. Die moet dan worden opgevuld met wild, zoals rat, mier, eend én misschien toch nog meeuw. Van mij mag het, want zo’n meeuw wordt met de dag luier. Je wandelt nog niet met je patatje van de snackcar aan de boulevard weg of die vervelende, opdringerige lelijkerds cirkelen al om je heen. Sommige zijn al zo brutaal om in glijvlucht een patatje uit je bakje te jatten. De gevorderden nemen er dan ook nog effe een lik mayo of pinda bij mee.

’t Is wat, hè?

Hopelijk zal die vette patat de meeuw ooit een andere substantie gaan geven: malser, sappiger, eh… eh… in elk geval rijp voor broodje meeuw (eventueel met zeewiergarni).

Het zal de patatboer aan de boulevard worst zijn. Die vraagt je toch niet: ‘En? Heeft het gesmaakt?’

Haagsche Courant, vrijdag 3 mei 2002