Gatenkaas

alfred birney We hebben één beeldend kunstenaar in Nederland. Zijn naam is Jan. Sinds afgelopen week hebben we nu ook één schrijver. Zijn naam is Jan. Leuk hè? Is goed voor de poldercultuur! Zo was ik laatst op een verjaardagspartijtje. Nou, daar loopt dan een beeldend kunstenaar rond en die zegt: ‘Kijk, dan zit je in zo’n commissie en dan moet er ergens een beeld komen en roepen alle commissieleden: we nemen Jan! Zo gaat dat. Al jaren!’ De beeldend kunstenaar in kwestie klaagde niet, veeleer lag er berusting in zijn toon. Zal ik die berusting dan maar met hem delen? We hebben Jan nu eenmaal en straks wordt die man 80. Nou, hebben we dan te veel gezegd? Ik zou niet weten of het prettig is om 80 te worden, maar goed, waarom geen ouwe grijze duif het boekenweekgeschenk voor 2005 laten verzorgen? Hella Haasse hebben we al twee keer gehad, toen ze jong was en toen ze oud was, en Mulisch was toch ook al redelijk op leeftijd. De jonkies kunnen nog wel een halve eeuw wachten, mits het Pentagon het mis heeft met dat zondvloedscenario van ze voor de Lage Landen, maar goed, dan schrijven we allemaal in het Engels en dan doet die hele CPNB er niet meer toe en staat die Henk Kraima, de baas van die club, al lang haring te verkopen op Mallorca. Moet je eens horen, ik heb niks tegen onze Jan hoor, aardige vent, altijd onderhoudend, maar echt in vorm, nee, dat is ie niet meer. In 1982 was ie dat wel. En hoe! Hem was de Constantijn Huygens-prijs toegekend. Die wees hij minachtend van de hand. Voor de televisiecamera’s trok hij het ene na het andere boek van zichzelf uit zijn kast, dat hij stuk voor stuk tot meesterwerk bombardeerde. Ik lag in een deuk. Onze Jan vond dat men rijkelijk laat was met hem die prijs toe te kennen. En gelijk had ie. Maar waarom vindt hij dan nu niet dat men veel te laat is hem het boekenweekgeschenk te laten verzorgen? Nou, onze Jan was al eens eerder door de CPNB uitgenodigd, maar: ‘de afgevaardigde die toen kwam overleggen zat in de kaas. Ik heb hem toen uitgemaakt voor gatenkaas. Maar de huidige directeur van de CPNB, Henk Kraima, is een prima man!’ Dit lijkt mij het allerafschuwelijkste uit Jan Wolkers. Die bandiet van een Henk Kraima heeft in 2001 de Nederlandstalige literatuur afgeserveerd omdat ie zo nodig modieus moest doen door Salman Rushdie het boekenweekgeschenk te laten verzorgen. De man kraaide zelfs dat elk in het Nederlands vertaald boek als Nederlandse literatuur moest worden beschouwd en hij voegde er ook nog de smerige leugen aan toe dat de Nederlandse literatuur al lang en breed multicultureel was. Nou Jan, als je een kaasverkoper uitmaakt voor gatenkaas, waar maak je dan zo’n Kraai-maar-aan-mannetje voor uit? Het thema van de boekenweek staat volgend jaar in het teken van ‘de duizenden boeken waarin de geschiedenis van Nederland wordt beschreven’, is het niet? Dat is toch heel veel gatenkaas.

Alfred Birney / Haagsche Courant, vrijdag 9 april 2004

Gods Prullenbak

alfred birney Weer eentje dood, iedereen gaat maar dood, je wordt er doodziek van, elke week is het prijs, het lijkt wel alsof ze geen zin hebben in alweer zo’n neplente zonder zon en hoop. Niet dat ik een rouwkaart ontving, de dood valt tegenwoordig per e-mail in het postvak, met de virusmeldingen, spam en funny mail. De dood van een Indische jongen is behalve de dood van een individu ook een knaag aan de Indische gemeenschap, die gedoemd is uit te sterven. Of ik dat treurig moet vinden weet ik niet, de Indische geschiedenis is niet bijster vrolijk. Achterlijk van de CPNB om nooit eens een Indische auteur uit te nodigen het boekenweekgeschenk te schrijven. Theodor Holman lijkt me wel geinig. Die schrijft zo’n boekenweekgeschenkje in een weekend in de etalage van de Bijenkorf, als het moet met de camera’s op zich gericht. De literatuur is onderhand wel toe aan een gimmick, als je het reilen en zeilen van de CPNB in ogenschouw neemt. In 1992 stond de boekenweek in het teken van Nederlands-Indië. Kregen we een geschenkje over weerborstels van een Brabander. In 2001 luidde het thema: tussen twee culturen. Kregen we een uit het Engels vertaalde folder van een ex-vogelvrije megasellerauteur, zonder weerborstels maar met baard. Uit protest begon ik een multiculturele internetsite. Wie deden er mee? Indo’s, Molukkers en Surinamers. Geen Irakees, Turk, Marokkaan of Iraniër te bekennen. Wel later schijnheilig e-mailen dat ze de weekreportages prachtig vonden. Maar meedoen? Ho maar! Te druk met pr-geslijm met de CPNB-maffia, die hen eerder zo hard liet vallen, in plaats van die club de vernieling in schrijven. Maar ja, een pen is geen raket, hè? En die lui van de CPNB lezen toch niet, hebben ze geen tijd voor. Ze volgen de toptien en dat is het. Vandaar die afgezaagde boekenweekthemaatjes. Dit jaar dus: de dood. Met een verbluffende diepzinnigheid stoppen ze er ook het leven in. De grote drie thema’s uit de literatuur, dames en heren: liefde, God en de dood. Kan een deur wijder worden opengetrapt? Als ze nou eens voor een ander perspectief hadden gekozen, okay. Maar dan zetten ze er weer zo’n provinciaaltje op. De CPNB en het koor der recensenten, journalisten en overige medialui kraaiden twee jaar terug nog: ‘De Nederlandse literatuur bestaat niet meer, is allang multicultureel geworden!’ Intussen werden tientallen multiculturele Nederlandstalige schrijvers gestraft omdat ze hadden vergeten in het Engels te schrijven. Cult-uitgeverij Vassallucci haalde nog een jochie van de schoolbanken om hem een roman te laten bakken waarmee ook hij een fatwa over zich heen zou krijgen. Kan het dommer? Je moet nu echt voor je kop geschoten worden als je zo nodig die boekentoptien in wilt. Dan ben je beroemd. En dood. Ongevraagd dan, hè? Mocht de CPNB ooit zelf de moord stikken, dan zijn we nog niet verlost van de CPGP: de Collectieve Propaganda van Gods Prullenbak. Wat dát is? Windows heeft er in elk geval een icoontje voor… Click! Weet u zeker dat u de rouwfolder naar de prullenbak wilt verplaatsen? Ja / Nee.

Haagsche Courant, vrijdag 14 maart 2003

Hetzelfde liedje

alfred birney Weet je wat er zo vervelend is aan een jury? Het is een jury. Een commissie van schimmige leken aan wie tijdelijk een zeker gezag wordt toegekend. Waarborg is de vette merknaam die achter zo’n jury prijkt. Interessant is te weten wie die juryleden nou eigenlijk precies zijn. Met een beetje moeite is daar wel achter te komen. Maar dan. Door wie is die jury samengesteld? Wie zitten erachter? Wat zit erachter? Waar lopen de wandelgangen tussen uitgevershuizen, juryleden en media? Welke wind waait er door die gangen? Neem zo’n AKO-Literatuurprijs. De samenstelling van de jury verandert elk jaar, de namen der genomineerden nauwelijks. Er zit altijd wel een Brouwers, Dorrestein, De Moor, Mulisch en nog een Vlaminkje bij. Rond de boekenweek twee jaar geleden blaatten critici, docenten en overige schapen in koor dat de “Nederlandse” literatuur niet meer bestond. Ja, Nederlandstalige multiculturele schrijvers zat, toch moest men zo nodig een zekere Engelstalige megaster het Nederlandse boekenweekgeschenk laten verzorgen. Elk protest werd afgedaan als “nationalistisch”, “kortzichtig”, “racistisch” en wat dies meer zij. Het literaire klimaat moest grenzelozer normen en waarden krijgen. Dat liedje heeft niet lang geduurd. Schrijver Graa Boomsma merkte toen al cynisch op: “De multiculturele schrijvers kunnen nu even de kast uit en mogen er daarna weer in.” Het is inmiddels nog erger dan dat. In het huidige normen-en-waardenzoekend klimaat flikkert men in onmiskenbaar Nederlands de hele multiculturele boekenkast de sloot in.

Haagsche Courant, maandag 23 september 2002

Surinaams lintje

alfred birney In het kader van de bijscholing van de heer Henk Kraima, directeur van de Collectieve Propaganda voor het Nederlandse Boek, laat ondergetekende hierbij per column weten dat het de President van de Republiek Suriname, drs. R.R. Venetiaan, heeft behaagd Franc Knipscheer te benoemen tot Ridder in de Ere Orde van de Gele Ster vanwege zijn verdiensten voor de Surinaamse literatuur. Uitgeverij In de Knipscheer, in 1976 door Franc en zijn broer Jos (1945-1997) opgericht, is betrokken geweest bij de uitgave van zo’n 75 boeken van Surinaamse auteurs uit en buiten Suriname, onder wie Edgar Cairo, Astrid H. Roemer, Albert Helman, Hugo Pos en Bea Vianen. Overigens heeft de multiculturele uitgever van het eerste uur ook een zooi Haagse auteurs in zijn fonds, zoals Pauline van Munster, Mala Kishoendajal en Adriaan Bontebal. Verder was de uitgever de ontdekker van onder anderen Marion Bloem en Leon de Winter, om over zijn prachtige vertaalde fonds nog maar te zwijgen.De versierselen bij de onderscheiding zullen Franc Knipscheer op vrijdag 15 februari in Den Haag worden uitgereikt door Ambassadeur Mr. E.S.R. Amanh. Zal die Kraaimaar vast niet bij aanwezig zijn. Die man leest voor geen ene meter buiten de boekentoptien. Hij die verleden jaar de multiculturalising van de literatuur opeens zo nodig hoog in het vaandel moest schrijven, had toch weleens een auteur uit de stal van Knipscheer het boekenweekgeschenk mogen laten verzorgen. Hardleers als hij is, kan hij maar beter opstappen bij de CPNB. Tomaten verkopen voor Leefbaar Nederland is misschien wel wat voor hem.

Haagsche Courant, woensdag 13 februari 2002
column teruggenomen van een of andere slapende website