Spelen met deadlines

Ooit was een deadline een deadline: een tijdslimiet, de laatste datum waarop iets afgewerkt of ingeleverd moest zijn. De uiterste deadline bestond niet, alleen als pleonasme. Bij mijn debuut in 1987 werd al met de deadline gesjoemeld. De uitgever liet je je manuscript gewoon een maand eerder inleveren. Voor de zekerheid. Nu is het geloof ik twee maanden eerder. Een boek kan in no time gefabriceerd worden, dus wat stelt zo’n deadline nou helemaal voor? Je braaf aan de deadline van een uitgever houden is hem wat lucht geven in zijn stressleven, waarin voor alles plaats is behalve het lezen van manuscripten.

Dagbladen kennen nog wel deadlines, daar is weinig voorstellingsvermogen voor nodig. Ik bevind me in de gelukkige omstandigheid dat ik niet meer dagelijks met kranten te maken heb. En als ik eens iets moet schrijven dan is dat voor een cultuurbijlage die pas twee weken later moet verschijnen en in werkelijkheid vier weken later verschijnt.

Met een magazine ligt het anders. Nou heb je week-, maand- en kwartaalbladen. Ik heb morgen, dat is woensdag de vierde februari 2009, als deadline staan voor een bijdrage in een kwartaalblad. Ik kreeg de deadline te horen op de achttiende december van het afgelopen jaar. Ik heb nog geen woord geschreven. Niet omdat ik de redacteur wil plagen, de tijd vloog en ik ben nog maar net bekomen van de griep (ondanks de griepprik, die ik braaf elk jaar haal en die op zijn beurt te braaf is voor de griep).

Misschien heb ik nog wel iets in mijn lade liggen. Er lag altijd nog wel ergens een tekst die ik right away kan opsturen. Dat waren mijn deadline killers. Ik hoefde er alleen maar naar te zoeken. Helaas heeft een crash van mijn pc negentig procent van mijn deadline killers te grazen genomen, maar dat moet ik nu, na een jaar of drie, maar eens gaan vergeten. Trouwens, als ik nu niets instuur, dan krijg ik over vier weken toch wel een mailtje met een, ja daar komt ie: uiterste deadline.

Problem solved. Next one.

Gepubliceerd op
Gecategoriseerd als Blog