Solliciteren

alfred birney Een Nederlands tuinmeubelbedrijf zoekt voor zijn fabriek in Vietnam een manager operationele zaken. Mijn avontuurlijke tweelingbroer stapt erop af. Het eerste interview verloopt vlekkeloos, het tweede wat stroever en na wat ongemakkelijk gewiebel op de stoelen laat men hen weten dat een blondje, desnoods wat dommer dan hij, gewenster is. ‘Kijk, uw haar is donker, uw ogen bruin en de Nederlandse directie is bang dat de Vietnamezen een Euraziaat – want zo mogen we mensen als u onderhand wel noemen, hè? – niet zullen accepteren als directeur.’ ‘Aha, maar is het niet verstandiger om eerst uw Vietnamese collega’s hierover te peilen?’ Als Euraziaat zou hij wellicht juist een streepje voor hebben, dacht hij zo. Hm, zullen ze meenemen in het volgend intern overleg. Een dag of twee later polsen ze hem telefonisch over zijn bereidheid een website voor het bedrijf te maken. Nogal een stap terug. Over de Vietnamvacature antwoordt men afgemeten dat er meerdere kandidaten zijn. ‘Blondjes zeker?’ ‘Hm, wij mogen geen gegevens verstrekken over andere kandidaten.’ ‘Dat begrijp ik, maar vraagt u elke kandidaat een website te bouwen, hoort dat soms bij de procedure? Of wenst u mij als onzichtbare kracht? Pardon… of de naam Guus Hiddink mij iets zegt? Nooit van gehoord. Heeft die man verstand van bedrijfskunde? Zegt de naam Bruce Lee u iets? Nee? Zal ik nog even langs komen om jullie een demonstratie te geven? O, krijgen jullie al bezoek van een Koreaanse delegatie? Taekwondo, hè? Zeg, is t’ai chi niks voor jullie, stelletje lamstralen?’

Haagsche Courant, maandag 19 augustus 2002