Promotour (6) Jogja Bookfair

alfred birney Mijn trein uit Bandung arriveert een uur te vroeg in Jogja. Hoe is dat mogelijk in Indonesië? Ik ga op een trapje voor het station zitten sms-en naar de organisatie en wacht totdat men mij komt afhalen. Wel een verademing dit lome Jogja, wanneer je uit het westen van Java komt. Het leven is kalmer hier, de temperatuur aangenaam, de mensen zijn hoffelijk en het verkeer is minder hectisch.

Twee jongens van Galang Press komen me halen en brengen me naar Hotel Mercure, voorheen Hotel Phoenix. De inspectie op autobommen vergeleken met Jakarta en Bandung is hier nauwelijks serieus te noemen. Een formaliteit. Twee jaar terug beviel het hotel me niet, maar nu een Fransman er de scepter zwaait, hangt er een prettige mix van Oost en West. In de ochtend klinkt gamelanmuziek, in de avond jazzy pianomuziek. In de middag kun je een duik nemen in het zwembad, een bezoekje brengen aan de massagekamer, internetten of gewoon naar de karpers kijken die langs je tafeltje zwemmen.

Maar ik moet aan het werk. Dat wil zeggen: act de présence geven op de Bookfair die in Jogja gaande is. Het aantal stands met uitgeverijen is duizelingwekkend, het aantal nieuwe boekuitgaven loopt in de duizenden, ik ben de enige aanwezige buitenlandse gast, mijn collega’s zullen hier zo snel niet komen, die gaan liever naar Londen of New York – ordinair hè?

Mijn boekpresentatie verloopt hier helaas ongelooflijk rommelig. Mijn vertaalster en een tweede spreekster komen veel te laat en weten niet wat ik dan allemaal al heb gezegd met een moderator die zijn best doet en een luie recensent die mijn boek niet heeft uitgelezen. Er zit veel publiek, maar spelende kinderen krijsen aldoor boven de geluidsinstallatie uit. Komt niet meer in orde vanavond. Mijn vertaalster is niet in goede doen en laatkomer numero 2 is een oubollige mohammedaanse intellectueel die mijn boek gebruikt om aandacht op de Koran te vestigen. ‘Deze roman bewijst dat de mens niet zonder systeem kan leven,’ zegt zij zonder enig benul van moderne literatuur. Haar motief ontgaat me, maar ze vindt het nodig om op haar hoge Javaanse adellijke afkomst te wijzen. Dat komt haar op een afstraffing van iemand uit het kritische Jogjase publiek te staan: ‘Dit boek beschrijft misschien niet alleen de verwarring van de Indo in Nederland maar wellicht die van alle Indonesiërs hier in Indonesië. Iemand van uw afkomst heeft geen benul van het leven van gewone mensen en kan zo’n boek dus onmogelijk begrijpen.’

Ziezo. Ik hoef alleen nog maar wat handtekeningen uit te delen. Ik kom laat in de avond in mijn hotel terug en neem een Europese maaltijd van lamskoteletjes en aardappelpuree. Als je buik heimwee heeft naar Den Haag, heb je dat dan zelf ook?

Haagsche Courant, vrijdag 22 oktober 2004

Gepubliceerd op
Gecategoriseerd als Columns