Promotour (6) Circus Malang

alfred birney Ik ontwaak in een klein paradijs. Palmen en bloeiende bloemen rond mijn balkon, in de diepte ruist een riviertje. Weinig tijd voor verpozing, de boekendistributeur sjeest het complex af en baant zich een weg door de stad naar een van de universiteiten. Op de campus word ik verwelkomd met spandoeken, mijn kop hangt tegen bomen geplakt, de zaal is stampvol, het publiek duidelijk anders dan in het westen en midden van Java. Ook de sprekers tonen een heel andere invalshoek: ze gaan diep in op de Chinese motieven in mijn boek. Dat deden ze in Jakarta, Bandung, Jogja en zelfs het ‘Chinese’ Semarang niet. Hier in het oosten worden Chinezen dus minder doodgezwegen, misschien omdat er veel Madurezen wonen, ook een soort ‘immigranten’. Er zit een Nederlands sprekende Indische vrouw naast me op het podium, ze voelt zich gediscrimineerd als blanke Indo door de Indonesiërs. Op dit podium wordt de boel al net zo complex als op een podium in Nederland waar over Indische kwesties gesproken wordt. Eigenlijk wil ik over dit soort dingen helemaal niet praten, erover schrijven is al meer dan genoeg. Ik lees een verborgen gedicht voor uit mijn boek, men klapt tevreden. Na een rijsttafel word ik meegesleurd naar de grootste boekhandel, om er mijn opwachting te maken. Daarna is alles opeens voorbij: de tour, de mensen, het hele circus. In de avond kruipt een grote hagedis langs mijn balkon omhoog. De een zegt dat het een bunglon is, de ander zegt een kadal. In elk geval geen krokodil, je kunt heelhuids terugvliegen naar Negri Belanda.

Haagsche Courant, vrijdag 22 november 2002

Gepubliceerd op
Gecategoriseerd als Columns