Promotour (5) Surabayase zee

alfred birney Het regent onderweg van Jogjakarta naar Surabaya. Mijn uitgever geniet achter betraande wagonramen. Ik dood de tijd met sms-en naar aardige mensen van wie ik in de voorgaande vier steden afscheid heb moeten nemen. Laat in de avond rijdt de trein Gubeng Station binnen. Schaduwen op het perron. Surabayase pantomime is donker, ook bij daglicht, de hitte slaat de mensen met ernst. De boekendistributeur voor Oost-Java, die ons heeft opgewacht, sjeest lange, verlaten lanen af op zoek naar een restaurant. Aan de Jalan Sumatera gaat hij op zijn rem staan bij een lichtbord Sea Food. Het personeel achter de glazen deur gebaart dat de zaak gesloten is… Kan wel zijn, maar hier hebben we een schrijver die helemaal uit Nederland is gekomen om speciaal bij jullie te komen eten!… Wah, echt waar?… Ja, betoel!

Er wordt een tafel gedekt en een vis voor me gevangen. Of het echt zeevis is, wil ik graag weten (want die zoetwatervis bij jullie smaakt naar modder, denk ik)… Jazeker, zeevis!… Maar waar is de zee dan? vraagt deze verwende schrijver helemaal uit Nederland. Men wenkt me en wijst me de zee naast het restaurant: een blikken ton waarin vis rondzwemt. Ik knik tevreden en zeg: dat is een mooie zee.

Een serveerster loopt aldoor langs de tafel en peilt me met een diepe blik. We wisselen wat woorden. Bij het vertrek zegt ze dat ze hoopt dat ik terug zal komen. Ik zeg niets, want het zal niet gebeuren. De nacht is oud, ik moet nog door naar Malang. Op tournee maak je hooguit fans, geen vrienden. Is nog niet zo vaak bezongen.

Haagsche Courant, woensdag 20 november 2002

Gepubliceerd op
Gecategoriseerd als Columns