Promotour (5) Bandung bij nacht

alfred birney Ik reis van Jakarta naar Bandung per auto, begeleid door boekhandelaar Richard Oh van QB World en Sitok Srengenge, een Javaans dichter en bekende gast op Festival de Winternachten in Den Haag. De Indonesische autowegen zijn overvol, onvergelijkbaar met de drukste uren op de Nederlandse autowegen. De afstand tussen Jakarta en Bandung is niet groot, maar het kost ons vele uren om door de verkeerschaos heen te komen, het is heet, de uitlaatgassen zijn verstikkend. We stoppen ergens onderweg om bij een warung te eten. Ik heb een verschrikkelijke hoest uit Nederland meegenomen, slaap slecht en ben oververmoeid. Ik eet nasi tim, in rijst gekookte kip, het spul dat Indische moeders vroeger hun zieke kinderen te eten gaven.

Zodra we Bandung binnenrijden begint het enorm te hozen. De straten lopen in een mum van tijd onder water, kleine warungs worden bijkans weggespoeld door het snel stromende water. Richard Oh kiest een veel te duur hotel voor mij uit, ik haat vijfsterrenhotels, die worden bevolkt door stijve zakenlui en ook nog een gewild doelwit vormen voor terroristen. De beveiliging is er buitengewoon verscherpt: auto’s worden volledig nageplozen, iedereen die de detectiepoortjes achter zich heeft, wordt ook nog eens gefouilleerd, met excuus voor het ongemak uiteraard.

Een uur later word ik in QB World opgewacht door een batterij fotografen, ik lijk wel een popster hier. De boekpresentatie duurt uren, men houdt hier van eindeloze discussies over literatuur. In Jakarta doen ze alsof ze alles over literatuur weten, maar in Bandung weten ze het echt. Het wordt middernacht, er is geen tijd meer om boeken te signeren en ik word meegenomen naar een warung, gevolgd door een radiojournaliste en een schrijvende journalist van Tempo, het grootste serieuze magazine van geheel Indonesië. Ik geef mijn interviews terwijl ik lekker ordinair patat eet met gegrilde kip. Gut, hadden ze er maar appelmoes bij, hé. De Bandungse lucht bij nacht na de regenbui is heerlijk, zoals een Hollandse zomer aan Scheveningen. Hier zaten veel Hollanders en Indo’s in de oude tijd, want het weer is hier aangenaam, zelfs nu nog met die ongemeen smerige luchtverontreiniging.

Het is lang na middernacht wanneer ik met dichter Sitok Srengenge terugga naar dat bizarre luxe hotel. Sitok valt onmiddellijk in slaap, ik kleef nog een uurtje als een tjitjak tegen het raam om mijn blik te laten dwalen over Bandung bij nacht.

Ik heb nauwelijks geslapen wanneer ik in de vroege ochtend word gewekt. Ik gebruik mijn ontbijt in grote haast en wordt dan in grote vaart naar het station gereden voor de lange treinreis naar Jogja. Er is veel over deze zuidroute gejubeld, maar de slaap wint het toch van het landschap met de palmen, bergen, desa’s en de rijstvelden met de bibitplanters. Ik ben hier niet op vakantie, zo is het.

Haagsche Courant, vrijdag 15 oktober 2004

Gepubliceerd op
Gecategoriseerd als Columns