Promotour (4) Jogja

alfred birney De chauffeur is zo dom om onderweg van Semarang naar Jogja een auto te willen inhalen vlak voor een heuveltop. Ik roep hem bruut terug, hij schrikt enorm. Mijn vertaalster leert me op de achterbank hoe ik hetzelfde commando de volgende keer in netjes bahasa Indonesia kan geven. Verderop toeteren automobilisten naar een gekantelde vrachtwagen, alsof dat ding daardoor overeind zal komen. Wat is nou netjes? Jogja is enorm uitgedijd, het centrum net zo’n chaos als in Jakarta. Maar mijn Indonesische uitgever zit rustig. Mijn adempauze is er van korte duur, de radiostudio wacht. Het interview wordt soms onderbroken door een verslaggever uit Jakarta, die de arrestatie van een moslimleider verslaat. In de avond dumpt men me in een hotel met koloniale trekken. Een ober vertelt me dat het gebouw maar 15 jaar oud is, al lijkt het 10 keer ouder. Vooral Hollanders komen hier veel terug. Ja, ik zie er de volgende dag vier voorbijhobbelen, de eerste blanken die ik in een hele week zie. Een belevenis! Hun touringcar stopt zo dicht bij het hotel dat ze geen meter de straat over hoeven, terwijl het op de televisie bloemen regent rond de onheilsplek op Bali. Indonesië mort, piekert en treurt. Men spreekt er niet over tijdens mijn optreden voor een zaal vol studenten. Wonen er Indo’s in Nederland? Nooit geweten! Hoe zijn ze daar terechtgekomen? Eh… tja, dat is een verhaal dat je kunt blijven vertellen, steeds vanuit een ander gezichtspunt, maar duidelijk schijnt het nooit te worden. Uitdagend voor verhalend proza, dat in elk geval.

Haagsche Courant, maandag 18 november 2002

Gepubliceerd op
Gecategoriseerd als Columns