Promotour (3) Semarang

alfred birney Er gaan geen vliegtuigen van Bandung naar Semarang, er zijn er te veel neergestort langs de bergen rond Bandung. Mijn uitgever en ik nemen de nachtbus, de rit duurt acht uur en voert langs onafzienbare huizenrijen, desolate heuvelpartijen en kilometers lange stroken zand, dat wacht op asfalt. In de vroege ochtend word ik ontvangen in het huis van mijn vertaalster: een naoorlogs Chinees doolhof met te veel vertrekken om in een dag te leren kennen. Ik raak gedesoriënteerd door de vele deuren, men plakt briefjes voor me op de deuren maar ik ben te vermoeid en ziek bovendien. De heer des huizes is arts en stuurt met ter genezing naar een airco hotel, waar ik twee dagen lang handen vol medicijnen slik. De discussie rond mijn boek en de interviews van krantenjournalisten weet ik te doorstaan. Leuk publiek, bijna typisch voor een stad met een minderwaardigheidscomplex. Semarang is de mooiste stad van Java, behalve voor de inwoners zelf. Gaat het om culturele zaken, dan ziet de handelsstad op tegen Jakarta en Jogjakarta, waar men zegt dat ze in Semarang dom zijn en achter lopen. Maar juist hier nemen journalisten urenlang de tijd en zagen je door tot op het bot, zonder overigens onbeleefd te worden, zoals in Nederland. Ziek of niet, Semarang wordt een feest. Men neemt me mee naar de hoge stad, vanwaar je een fantastisch uitzicht hebt over de uitgestrekte lage stad. Aan de beroemde Bodjongweg liggen nog bekende gebouwen uit de koloniale tijd. Armoe huist ‘netjes’ in de kampong. Ze zouden er bijna gordijntjes voor hangen.

Haagsche Courant, vrijdag 15 november 2002

Gepubliceerd op
Gecategoriseerd als Columns