Post

Praktische voordelen heeft het niet om in het holst van de nacht een brief te posten, de volgende lichting is namelijk pas over 17 uur. In mijn column Postmodernisering staat te lezen dat Rudy Kousbroek ooit berekende dat een brief van Nederland naar Indonesië er tegenwoordig niet sneller over doet dan een eeuw geleden. Binnen Nederland is het misschien nog erger gesteld. Als jongetje moest ik me soms haasten een brief van mijn moeder nog voor de middaglichting te posten, anders was ze veroordeelt tot de avondlichting en dat scheelde dan weer tijd. Het waren van die pontificale rode brievenbussen, de postbode droeg een uniform en een pet. Ik heb geen heimwee naar die tijd en dat mijn post niet sneller gaat dan in de jaren zestig interesseert me niet. Wat voor mij telt, is dat ik van de zooi af ben die de afgelopen week mijn bureaublad heeft ontsierd. Rekeningen, bonnetjes, bankafschriften, ordners met contracten, brieven en al die rotzooi meer waar een rijke schrijver een secretaresse voor heeft. Ik ben arm, dus ik verricht zo veel mogelijk voorwerk eer ik het spul naar mijn accountant stuur. Vanwege ziekte en overige complicaties die iemands leven op zijn kop kunnen zetten, liep ik een jaar achter en moeten mijn aangiften over 2005 én 2006 worden gedaan. Ik vind het hoogst ordinair me met dit soort trivialiteiten te moeten afgeven. Het schijnt dat ook E. du Perron zijn neus ophaalde over zoiets ordinairs als geldzaken. Hoe had hij anders kunnen schrijven?

Gepubliceerd op
Gecategoriseerd als Blog