Pinda

Hierbij verzoek ik U, Van Dale, in naam van de Stichting Annexatie Waddengordel ten behoeve van het Bevrijdingsfront Indostan, het woord Pinda uit uw lexicografisch bestand te wissen. Er zijn nog altijd Indische Nederlanders die dit woord als kwetsend ervaren, staande tussen een kudde Belanda’s, ook wel Kaaskoppen genoemd, aan de vette toonbank van Piet Patat en horende of het mét Pinda moet. Dat gaat dan met een scheef oog op de toevallig aanwezige Indische Nederlander, ooit Indo-Europeaan genoemd en thans Euraziaat hetende, nochtans de geuzennaam Indo dragende en niet het abjecte Pinda dat de Belanda hem jarenlang naar het hoofd slingerde, om steeds een lel terug te krijgen, want u weet wij Indo’s verstaan de kunst van het vechten en nog meer de kunst van de zwarte… pardon… magie. Niet de stille kracht volgens Louis Couperus, maarrr… de originele goena-goena van mijn Oom Karel, rondspokende op de eeuwige satéhvelden en in staat om, indien u weigert het zo kwetsende Pinda uit uw woordenboek te schrappen, een lawine van katjangsaus op Neêrland te laten neêrdalen waar de tramtunnelbobo’s geen beton van lusten! Van Dale, verrijk uw dictionaire met het lemma mayo! De zeelui aan boord der VOC-schepen bespuugden reeds de zeilen met oermayo! Zó is het begonnen, mét en dóór die Mayo’s! Oom Karel! Voldoende katjangsaus boven? Niet? Adoeh! Wah, soedah maar ja? Bevrijdingsfront Indostan ook maar in bak prul? Löh, er kleef mayoh en pindah aan deksèl! Patatzakjes verbranden op de Wadden maar? Ajo! Daar vragen we subsidie voor aan!

Haagsche Courant, woensdag 9 januari 2002