Perceptie

alfred birney Het is voor het eerst dat ik op een stadsfiets door de duinen rijdt, richting Wassenaar. Gewoonlijk neem ik de racefiets. Mijn zoontje heeft zijn eerste mountainbike en ik leer hem hoe hij met de versnellingen moet werken. Het is midden op de dag en warm, de konijnen en vossen laten zich niet zien. Dat komt mooi uit, de jongen moet leren in zijn koers te blijven. Gaat goed, smijt nog teveel met zijn krachten, dat wel. Keerpunt is de waterpomp bij Wassenaar, bouwjaar 1950. Het lijkt dat er meer mensen op een stadsfiets rijden dan op een racefiets, maar ik kijk anders vandaag. Ik zou mezelf bijna op een vorm van saamhorigheid betrappen. Nu ik op een stadsfiets zit, vind ik sommige racefietsers aanstellerig te keer gaan. Anderen gaan weer zo langzaam, dat ze net zo goed een stadsfiets kunnen nemen. Maar ze zijn behendig. Zondagsfietsers kunnen erg schrikken van een racefietser die in hun richting af komt suizen en gaan dan slingeren. Vandaag lijk ik bij het kamp der zondagsfietsers te horen, die soms met drie naast elkaar ruim uit de bochten komen zwieren. Ze zijn gevaarlijker dan racefietsers, blijven ineens midden op het pad stilstaan om er te vergaderen, of wat al niet. Wandelaars en joggers zijn nog erger, vooral die uit de auto komen. Die denken dan dat alles voetpad is, behalve het voetpad zelf. Treffend is, dat mij bekende racefietsers me niet herkennen op mijn ordinaire stadsfiets. Ze groeten me niet. Je herkent elkaar aan de fiets, de kleding, de zit, kortom: de stijl. Tja, het leven is een bal masqué.

Haagsche Courant, maandag 29 juli 2002