Muziek en letteren

Het was vroeg op de zaterdagavond. Ik deelde het podium met gespreksleidster Esther Wils, pianist en antropoloog Henk Mak van Dijk en neerlandicus en biograaf Frank Okker. Plaats van handeling: Pasar Malam Besar, Bibit Theater. Het tijdstip werkte niet in ons voordeel – 19:00 uur, dan zit de meute nog te eten – maar optreden voor de echte diehards is altijd bevredigend. Henk Mak van Dijk, Frank Okker en ik droegen elk ons steentje bij aan de jongste special van De Gids: Indische schrijfsters. Nogal lollig dat er uitgerekend nu geen vrouw op het podium zat, de gesprekleidster uitgezonderd.

Over mijn bijdrage aan De Gids, de roddelachtige brief over mijn overgrootmoeder van Anne Busken Huet aan Sophie Potgieter, heb ik het eerder gehad in Dood aan de deadline! en De Gids met Indische schrijfsters. Mij werd gevraagd of ik de brief wilde voorlezen. Ik had me daarop voorbereid, maar was mijn leesbril vergeten. Ik gebruik +0,5. Dat is een sterkte die vrijwel geen hond gebruikt. Er zat niemand in het publiek met een leesbril van die sterkte. Ik vroeg het publiek om +1.0. Weer niemand. Turend, spotlights op je gezicht, ook dat nog, ben ik de brief dan maar zonder bril gaan voorlezen. Ging nogal, hoewel niet echt swingend. Frank Okker moest ook een brief voorlezen en ik was aangenaam verrast toen ik hoorde hoe Madelon Székely-Lulofs geen spaan heel liet van die door mij zo verfoeide Augusta de Wit.

Het is jammer dat dit soort ongelooflijke kattige brieven pas 100 jaar later boven water komen, want dat vileine boek Orpheus in de desa uit 1900 heeft toch ruim 80 jaar op de boekenlijsten van de middelbare scholen gestaan, met alle kwalijke gevolgen van dien voor met name de beeldvorming van de Indo, die door die hoogdravende Augusta de Wit als méér dan verdacht wordt opgevoerd. (Ik schreef er ooit een column over voor het tijdschrift Moesson en hoorde dat er lezers waren die naar aanleiding van die column het boek opnieuw gingen lezen.) De ironie wilde zaterdagavond dat de brief die ik voorlas mij nota bene was aangereikt door Olf Praamstra, de biograaf van Busken Huet, die op zijn beurt de echtgenoot was van de brievenschrijfster. Deze meneer Praamstra wilde enkele jaren terug namelijk nog een lans breken voor Augusta de Wits Orpheus in de desa. Ik was wat moe van gepolemiseer en liet hem maar brallen in het tijdschrift Indische letteren. Ze maakte toch geen kans meer, anders dan Hella Haasse met haar Oeroeg, dat ik eens kraakte in mijn Yournael van Cyberney, reden waarom Hella Haasse en Rudy Kousbroek met mij in debat wensten te gaan.

Kousbroek Birney Haasse

Hoewel de foto het niet doet vermoeden is het uiteindelijk toch nog een gezellige avond geworden. Het is al vijf jaar geleden (Indisch Huis, 21 maart 2002). Hella Haasse en Rudy Kousbroek zijn beiden nog in leven, maar je zal ze niet meer zo gauw op de Pasar Malam Besar aantreffen. Jammer dat ze gisteren niet in de zaal zaten, toen Henk Mak van Dijk de gezellige podiumbabbel afrondde met zijn verhaal over Linda Bardara (1881-1960) én een stuk muziek liet horen van deze in Nederlands-Indië geboren, en vergeten, componiste die Europese en Javaanse muziek met elkaar wist te combineren. Dat is dus lang, ja heel lang voordat Peter Schat dat probeerde (hij vertelde mij in 1987 persoonlijk over zijn plannen in die richting). Henk Mak van Dijks biografie over deze componiste, Linda Bardara, mét muziek-cd, zal dit jaar nog verschijnen bij het KITLV. Bij leven en welzijn zullen zowel Hella Haasse als Rudy Kousbroek onder de indruk zijn. Een piano waarin de gamelan doorklinkt. Een sopraan zweeft erboven, met haar hart ergens tussen hemel en aarde in.

Gepubliceerd op
Gecategoriseerd als Blog