Munitie

munitiekistjeIemand herkende een bestaand persoon achter een romanpersonage in een boek van mij en stuurde me foto’s van een geheimzinnig kistje, begeleid door een brief. Ik maakte een afspraak en werd onthaald op nasi rames. Na het eten werd het kistje van zolder gehaald. Het was marineblauw. Op de klep stond in witte letters: AAN CTD. AFD MARNS ROTTERDAM. Daaronder de naam van mijn vader en zijn bestemmingsadres in Den Haag. Op de zijkant: RUIMBAGAGE. Het kistje had mijn vader vergezeld bij zijn overtocht van Indonesië naar Nederland, toen de Indische Nederlanders het land uit werden geschopt. Mijn gastvrouw vertelde dat het kistje bij haar inmiddels overleden Indische schoonmoeder was blijven staan, bij wie mijn vader ooit regelmatig langsging. Een muffe vergeelde krant uit 1951 bedekte de bodem. Wat had er verder in gelegen? Mijn vader schreef me uit Spanje dat het oorspronkelijk zijn munitiekistje was op de patrouilles met de Nederlandse mariniers om in naam van Oranje tegen de Indonesische vrijheidsstrijders te vechten. Ik schreef terug dat ik het kistje wilde houden. Waarvoor? Voor de literaire munitie die ik heb verschoten over een Indische vader die ooit vocht aan de kant van Nederland maar er later niet de verlangde erkenning voor kreeg. Kijk, een generatie voert oorlog en een volgende generatie schrijft erover. Boeken houden geen handgraten tegen, maar zwijgen doodt de herinnering niet. Wie geen controle heeft over de dingen, zoekt zijn toevlucht in rituelen. Zoals het vullen van een munitiekistje met boeken die er uiteindelijk uit voortkwamen.

Alfred Birney
Haagsche Courant, maandag 25 maart 2002

 

Gepubliceerd op
Gecategoriseerd als Columns