Michiel ontdekte Suriname

alfred birney Boekenliefhebbers mogen vandaag de vlag uithangen, want Een geschiedenis van de Surinaamse literatuur wordt gevierd. Twee delen, 1500 pagina’s, geïllustreerd, alstublieft. Band 1 behandelt de orale en geschreven literatuur tot 1923, band 2 de geschreven literatuur van 1923 tot 2000. Auteur: Michiel van Kempen. Of onze doorgaans suffe leraren aan onze middelbare scholen meer dan drie namen uit die geschiedenis kennen zou ik niet weten. Ik vrees van niet. De hedendaagse boekenlijsten staan nog altijd bol van de Oeroegs, Karakters en Dwaallichten. Voor het multiculturele toefje een Marokkaantje erbij, of een Irakees, naar gelang de actualiteit, maar daar blijft het dan wel bij. Toegegeven, die leraren moeten het ook weer doen met examencommissies, die gewoonlijk bij hun geboorte de tijd stilzetten. Dus, beste VWO-er: waar draaien de boeken van W.F. Hermans om? Antwoord: het is een zootje op de wereld, meneer. Score: 10. Dus niet: was het proza van Edgar Cairo Sranantongo of een eigen literaire taal? Die vraag wordt niet gesteld, want de multiculturele samenleving is een leugen, meer nog in de literatuur dan op straat. Apartheid regeert en daarom moet een Michiel van Kempen negen jaar lang in zijn eentje werken aan een op zichzelf staande literatuurgeschiedenis, terwijl elders hele commissies zich vetbetaald buigen over de zoveelste kloon van de Nederlandse literatuurgeschiedenis. Zoals gewoonlijk doet het individu het echte werk. Michiel van Kempen timmert al langer aan de weg, maar om hem te ontdekken moet je niet voor die idiote boekentorens blijven staan waar je bij de moderne boekhandel je schenen steeds weer aan bezeert. Want wat daar allemaal ligt uitgestald is grotendeels sterreclameproza voor op de salontafel bij mensen die niet eens weten dat je een boek van voren naar achteren moet lezen. Michiel van Kempen heeft een slordige 18 bloemlezingen op zijn naam staan, vier vertalingen, 14 essaybundels, vijf prozawerken onder eigen naam, drie prozawerken onder twee pseudoniemen plus drie filmscenario’s. Maar ja, hij zit in de ‘multiculturele’ hoek hè? Dat is toch geen boerenkool met stamppot. Maar gelukkig zijn er nog altijd lezers die avontuurlijk de boekenschappen afstruinen voorbij de namen van Mulisch tot en met A.F.Th. Mensen die eerst de Oost-Indische Spiegel van Rob Nieuwenhuys raadplegen om te zien wat er allemaal voor moois uit ‘ons’ Indië kwam. Thans hebben we er een standaardwerk bij en dat wordt vanavond in Theater aan het Spui ten doop gehouden. En nu maar hopen dat onze neerlandici het in de gaten krijgen. En ook die lui van het CPNB, onze boekenweeksinterklazen met aan het hoofd een man genaamd Henk Kraima, die twee jaar geleden beweerde dat een vertaald boek van Salman Rushdie een Nederlands boek is. Nou, dan zal de Surinaamse literatuur voor hem wel Goudse glorie zijn. Dus wat let hem nog?

Alfred Birney / Haagsche Courant, vrijdag 9 mei 2003