Medicijnen tegen een kameleontische vijand

Een journalist, voormalig presentator en niet-roker, bij wie longkanker is vastgesteld, leest wekelijks een column voor op BNR-nieuwsradio. Hij doet mee aan een onderzoek in een academisch ziekenhuis en moet toegeven dat artsen tegenwoordig heel veel weten en heel veel kunnen. Ik neem die uitspraak maar even voor lief, want, zo zegt hij zelf, longkanker is grillig en onvoorspelbaar. Hij probeert momenteel twee geneesmiddelen tegelijk uit, om te zien in hoeverre ze samengaan dan wel elkaar tegenwerken. Maar nu komt het: iedere deelnemer krijgt zelfde dosis. De journalist vraagt zich af waarom. Waarom krijgt een vrouw van 50 kilo dezelfde dosis als een man van 100 kilo? Ik vroeg mezelf zoiets een poosje terug ook al af. Waarom krijgt iedereen die bij de cardioloog komt standaard drie geneesmiddelen voorgeschreven? Mijn cardioloog wilde de discussie niet met mij aangaan, mompelde wat over ‘wetenschappelijk bewezen’ en wees me beleefd de deur. Ik ben naar mijn huisarts gestapt en stelde hem een test voor. Ik zou van het cholesterolverlagend middel Lipitor drie maanden lang slechts de halve dosering nemen. Dat vond hij een goed idee, want mijn waarden zijn al jarenlang perfect, sterker: ze zijn altijd perfect geweest. Nu komt het: na drie maanden op halve dosering waren de gemeten waarden nóg lager!

Terug naar de journalist die vandaag zijn column voorlas op de radio. Na veel doorvragen treft hij een arts die hem eerlijk zegt dat de onderzoekers het waarschijnlijk eigenlijk ook allemaal niet weten. Het is, kortom, trial and error. Maar het is niet alleen maar treurnis, want die vervelende middelen, met al die bijverschijnselen, werken nog ook. Nou heb je goede, slechte en wispelturige kankercellen. Ze gedragen zich uiteraard niet allemaal hetzelfde. En zo voert de journalist ‘een oorlog tegen een steeds wisselende vijand’. Zoals de wetenschapper strijdt tegen wat hij noemt ‘biochemische terroristen’: de vrije radicalen. Plaats dit eens in levensbeschouwend perspectief. Misschien komen we dan tot een herwaardering van wat men hier in het Westen fatalisme noemt. En vervolgens tot een herformulering van het gezegde: ‘De mens wikt en God beschikt.’

Gepubliceerd op
Gecategoriseerd als Blog