Lekker woggen

alfred birney Woggen. Infinitief van WOG: werkontwijkend gedrag. Bestaat al zolang er werk bestaat. De druivenplukker gaat soms even lekker in de zon liggen dromen. De douanier neemt eens de tijd voor een tompouce en gunt die automobilisten tevens hún pauze. Op kantoor, in de tijd dat de computer nog iets voor marsmannetjes leek, begon je de dag met de ochtendkrant. Tegen koffietijd trok je je la eens open en erna ging je een kwartiertje zitten pielen met een nieuw lint voor op je schrijfmachine. Thans surf je eens lekker van het intranet naar het internet, je opent ICQ en gaat lekker stiekem zitten chatten met die flirt aan de andere kant van de wereld. De cijfers zeggen dat mensen vijf procent van hun werktijd woggen. Dat is twee uur op een werkweek van 40 uur. Peanuts! Maar een amechtig werkgevertje schrikt zich natuurlijk weer het lazarus en komt met de nogal krasse uitspraak dat dat privésurfen op het internet de werkgevers voor miljarden aan gederfde productiviteit kost! Kan alleen maar uit de mond van een slavendrijver komen, voor wie elke minuut moet worden benut door het personeel, want dat is vee, dat moet uitgemolken en niet lekker gaan lopen grazen op de weilanden van het internet. Kijk, als je dat je mensen al niet gunt, dan begin ik onderhand wel te begrijpen waar al die burnouts vandaan komen. Het wogpercentage ligt hoger in grotere bedrijven. Uiteraard. Als je in zo’n sick building al geen raam kan openzetten, dan open je maar het venster naar het internet. Geeft even lucht, al blijft het behelpen natuurlijk.

Haagsche Courant, vrijdag 27 september 2002