Is de bal wel goed van dessin?

alfred birney Ik heb nog nooit zo’n fascinatie voor een bal gevoeld als tijdens dit EK in Portugal. Bij eerdere edities waren het de spelers, de combinaties, techniek en tactiek en wat al niet meer die mijn aandacht trokken. Nu is dat helemaal anders, al is het maar omdat het vertoonde spel van geen der landen mij ook maar vijf minuten kon boeien. Zelfs tijdens editie numero zoveel van Nederland tegen Duitsland interesseerde het me hoegenaamd niets of Oranje nog zou tegenscoren. Mijn fascinatie voor de bal was al wel gewekt, vooral toen onze spits in de eerste minuten net niet de punt van zijn schoen tegen de bal kon zetten ben ik dat ding met nog grotere ogen gaan volgen. Want deze bal, dames en heren, heeft iets hinderlijks, met een eigen wil, om niet te zeggen een onwil. Hij beschikt over de zeldzame gave de ene na de andere speler net even te snel af te zijn. Dat onze voetbalcommentatoren daar geen oog voor hebben, zegt veel over hun volslagen ondeskundigheid. Ze zaniken aldoor over 4-3-3 of 4-5-1 maar ik hoor geen enkele verwondering over die rare bal waarmee men thans in Portugal speelt.

Wat is er dan met die bal aan de hand, of aan de voet? Nou, ten eerste heeft ie de kleur van een racefiets of mountainbike. Hij is zilverkleurig, je zou bijna denken dat dat speeltuig van aluminium is. Ten tweede zit er een rare zwarte strik omheen, zonder lussen, het is een cadeautje dat je liever niet krijgt, een soort kanonskogel direct uit de konstabelkamer van een VOC-schip, waarop Hollanders en Zeeuwen zich gereed maken om de zich in luiheid wentelende Portugezen van hun lekkere stekkies langs de kusten van het vroege zeventiende eeuwse Indië te gaan verjagen. Maar wat zou zo’n Bush nou van die bal denken? Dat Al-Quida er een bom in heeft verstopt of zo? Portugal ligt niet ver van Spanje, hoor.

Wat ik jammer vind van de spelers van nu is dat ze niet zeuren over de bal. Toen Nederland onder veel protest van dominee Freek de Jonge naar Argentinië was afgereisd voor het WK van 1978 begon al direct het geklaag over de zogenoemde Tango-bal. Die was veel te licht voor onze jongens, had een enorme afwijking bij passes over de volle breedte van het veld, en die smiechten van Argentino’s hadden er al lekker mee geoefend en konden er beter mee overweg met hun korte combinatie-spel. Dit is slechts één voorbeeld in de bonte geschiedenis van de bal.

En dan zijn uiterlijk. Voor het televisietijdperk was de bal gewoon bruin. Toen kreeg je de televisiebal, zwart en wit geblokt, de eerste bal met allure. Onder druk van kleurentelevisiekijkers werd een oranje bal gebruikt voor partijtjes op besneeuwde velden in Alkmaar of achter het IJzeren Gordijn. De televisiebal en de oranje bal hadden dus een functie. Maar wat is nou de functie van deze merkwaardige zwartgestrikte bal? Waarom konden tot aan dit schrijven alleen de Zweden er goed mee overweg? Is het een IKEA-bal misschien? Dat zou wel passen bij die dertien in een dozijn-partijtjes die we voorgeschoteld krijgen.

Haagsche Courant, vrijdag 18 juni 2004