Inburgeringsles

alfred birney Ziezo, beste allo’s, u heeft onderhand het belangrijkste Nederlandse werkwoord wel leren kennen. Aanpassen dus. Het is: aanpassen, paste aan, aangepast. Dus niet aanpaste. Nu u de vervoegingen kent, wordt het tijd voor een beginnerslesje in aanpassen. In deze cursus worden autochtonen auto’s genoemd en allochtonen allo’s. Is u er klaar voor? Daar gaan we!

Loopt u over straat en een auto komt u tegemoet, ga dan opzij. Want het is zíjn straat. Sla bovendien de ogen neer, zodat u duidelijk maakt dat u weet dat de straat van hem is en niet van u. Bevindt u zich in het gezelschap van meerdere allo’s, vorm dan een lint opdat de auto er gemakkelijk langs kan. Staak ook uw gebabbel, want auto’s vinden het niet prettig wanneer ze allo’s niet kunnen verstaan.

Het is overigens geen gebruik onder auto’s dat men op straat voor elkaar opzij gaat. Elkaar half omver lopen in Autochtonië duidt niet direct op onbehoorlijk gedrag. Maar dan: alléén onder auto’s. Doe hier dus niet aan mee. U bent immers een allo. U kunt wel in een straat vol allo’s het botsenderwijs wandelen met elkaar gaan oefenen. Vergeet dan niet na elke botsing te zeggen: ‘O, pardon, neemt u mij vooral niet kwalijk.’ Dat wordt zelfs onder auto’s als zeer fatsoenlijk ervaren.

Praktijkoefening. Wandel rustig door de Spuistraat. Ontwijk elke auto, sla steeds de ogen neer en zwijg. Kijk aan het einde niet om, maar sluit een ogenblik uw ogen. Als u dan goed luistert, kunt u heel zachtjes koeien tevreden horen loeien.

Haagsche Courant, vrijdag 22 februari 2002