Ik wil slaan!

alfred birney Mijn grootvader had een Odeon grammofoon met zo’n pontificale hoorn waaruit geluid kwam dat op muziek leek. Voor het beluisteren van een concert waren nodig een stapel bakelieten grammofoonplaten en een doos vol naalden, die nogal snel sleten. Ik geloof dat je dat ding ook nog met een slinger moest opwinden. Het beluisteren van een opera gaf dus een hoop soesa, reden waarom mijn grootvader de rotanstok naast de grammofoon had liggen. Waagde iemand het om door de krakende muziek heen te babbelen, dan kreeg ie een tik op de vingers en moest het hele ritueel van voren af aan beginnen. Soerabaja 1930, zoiets.

Dertig jaar later kruipt mijn vader met zijn Indische kornuiten rond een koffergrammofoon bij de kachel ergens in een Haagse portiekwoning. Ze draaien 45-toerenplaten van Los Indios Tabajaros and all that. De techniek schrijdt voort, er komt een platenwisselaar die met een onooglijk mechaniek de ene na de andere grammofoonplaat omlaag laat kwakken. Zelfs langspeelplaten kunnen een dergelijke behandeling ondergaan, zodat je heel lang door kunt gaan met dansen of kaarten.

In de jaren zeventig cultiveer ik met mijn vrienden het afspelen van grammofoonplaten. Vereist zijn een draaitafel met een los gekochte arm, een versterker en peperdure speakerboxen. Veel tijd gaat zitten in het afstoffen van de grammofoonplaten, het afregelen van het geluid en het urenlange gezanik over wat nou eigenlijk het allerbeste is voor je grammofoonplatenverzameling. Maar het beluisteren van muziek is tenminste nog een echte sociale aangelegenheid.

Dan gaat het mis. De muziekcassette doet zijn intrede. We zetten onze muziekcollecties over op gammele bandjes, zien onze tapedecks vastlopen, de muziek jankt als je de koppen niet vaak genoeg schoonmaakt en ga zo maar door. Ik blijf zo veel mogelijk grammofoonplaten draaien, maar met de intrede van de cd wordt het allemaal nog veel erger. De muziek doet pijn aan je oren, niets klinkt meer gezellig vals en grammofoonplaten verdwijnen uit de schappen van de muziekhandel. Iedereen koopt op cd wat ze al jaren op vinyl hebben staan, ik snap er helemaal niets van.

We zijn intussen weer enkele decennia verder. Mensen spenderen uren aan het overzetten van muziek-cd’s op pc’s. Lekker makkelijk, met afspeellijsten en zo. Mijn platenspeler, cassettedeck en versterkers lopen op hun laatste benen, dus ik doe maar mee. Maar wat een gedoe zeg. Voor het overzetten van je grammofoonplaten op je pc heb je extra apparatuur en software nodig plus tijd voor snelcursussen. Met muziekcassettes gaan het nog wel, maar je komt dan wel in een softwareoorlog terecht tussen allerlei bestandsformaten die het op de ene mediaplayer wel doen maar op de andere weer niet. MP3 is de hype, maar klinkt volgens mij net zo slecht als die toetergrammofoon uit mijn grootvaders tijd. Waar is de rotanstok? Ik wil slaan!

Haagsche Courant, vrijdag 18 maart 2005