Ich bin ein Doitser

alfred birney Sinds de moord op Theo van Gogh heb ik al honderd keer moeten lezen dat ‘de multiculturele samenleving op een mislukking is uitgedraaid.’ Zo lijkt het alsof er ooit plannen zijn gemaakt een multiculturele samenleving te scheppen. Ik kan me niet herinneren dat enig Europees land zich ooit als immigratieland heeft geprofileerd, zoals de USA of Australië dat ooit deden. Zeggen dat ‘de multiculturele samenleving op een mislukking is uitgedraaid’ klinkt als: ‘wij hebben ons best gedaan, maar jullie hebben er een zootje van gemaakt.’

Nou ben ik als columnist maar even niet zo dom om dat tegen te spreken, want straks is mijn brievenbus te klein. Maar ik kan natuurlijk wel voor mezelf spreken, dat schijnt momenteel nog wel te kunnen. Kijk: als de Duitse minister van Binnenlandse Zaken roept dat alle Turken die al lang in Duitsland wonen of er zijn opgegroeid zichzelf voortaan ‘Duitser’ moeten noemen, dan beginnen mijn hersenen te knarsen. En anders doet mijn geheugen mij wel in schateren uitbarsten.

Ik ben zelf een halve eeuw terug in Den Haag geboren. Met een Engelse achternaam en een Aziatisch uiterlijk. Hoe dat allemaal mogelijk was zal ik maar even achterwege laten, want voor die geschiedenis is zelfs de zaterdageditie van de Haagsche Courant nog te klein. Maar goed, mijn naam is Alfred Alexander Birney. Aangenaam.

‘Aangenaam, Mister Beurnie. Waar komt u vandaan?’

‘Uit Nederland.’

‘Ja, nee, ik bedoel waar u vandaan komt.’

‘Uit Ne-der-land. Ich bin ein eh… Holländer, ich meine: Niederländer.’

‘O, maar daar ziet u niet naar uit.’

Volgt een beknopte geschiedenisles van mijn kant, al duizend keer door mij herhaald, waar ook ter wereld. Ik kan nergens maar dan ook nergens zonder meer zeggen dat ik een Nederlander ben. Ik word namelijk beoordeeld op mijn kop. Als ik zeg dat mijn vader uit Nederlands-Indië afkomstig is, dan heb ik het over een kolonie die niet meer bestaat. Nou, daar wordt dan meteen Indonesië van gemaakt. En dan zegt de ander: ‘O, dus u bent Indonesisch.’

Ik kan nog wel een kwart eeuw doorgaan met dat geschiedenislesje van me, maar het blijft toch water naar de zee dragen. Zodra ik over de grens ben, noem ik mezelf ‘Eurasian’. Dan weten ze het ongeveer wel. Daar kom ik tegenwoordig het makkelijkst mee weg. Maar niet met ‘Nederlander’. Dat geloven ze alleen in Den Haag, de ‘weduwe van Indië’, die overigens ook haar beste tijd al heeft gehad.

Nou, ziet u die Turken uit Berlijn al aan de grens van Timbuktu zeggen dat zij ‘Doitser’ zijn? Ja? Nee, hè? Doitser! Die worden toch uitgelachen daar, joh. En in München ook.

Haagsche Courant, vrijdag 26 november 2004