Alfred Birney

Hola, nar!

Gepubliceerd (Geüpdatet: ) in Columns. Tags: , .

alfred birney De koning had al een zootje hofnarren versleten, toen hij zijn oog liet vallen op een exemplaar dat behalve grappen maken ook nog mooi luit kon spelen en zingen. De ja-knikkers rond de koning bekeken de nar met argusogen, het werd lastiger voor de dienaren bij de koning in het gevlei te komen. Bovendien kreeg de nar een extra bevoegdheid, namelijk die van winden laten. De dienaren zagen hun geliefde petomaan niet meer terug en begonnen te morren. Toen op zekere dag een gezantschap arriveerde van een welvarend handelsrijk, vroeg de koning zijn nar extra oplettend te zijn. De koning liet een groot feestmaal aanrukken en ontvluchtte de drukte voor een bezoek aan een meisje dat hij gevangen hield in de oostelijke torenkamer. De gezant werd gaandeweg de avond omgeven door de ja-knikkers van het hof, die hem allerlei zaken omtrent de koning toefluisterden die het daglicht niet verdragen konden. De nar, spelend op zijn luit, bekeek het gesmoes van een afstandje. Maar op het moment dat de gezant kwijlend zijn tanden in de poot van een gestoofd speenvarken zette, liet de nar een keiharde wind! De gezant liet de bout uit zijn handen vallen en er klonk een enorm gekrijs van afkeuring uit de monden van de ja-knikkers en hun paladijnen. Nog voor de koning uit de torenkamer was teruggekeerd, had men de nar op de binnenplaats met handen en hoofd in de schandpaal gezet. Het was nacht en de nar hief een geneurie aan voor de maansikkel, terwijl in het paleis de dienaren en de gezant zich vermaakten met een wedstrijdje winden laten.

Haagsche Courant, vrijdag 19 juli 2002