Hoezo viering?

De ophanden zijnde viering van 400 jaar Verenigde Oostindische Compagnie is vooral bij Molukkers niet juichend ontvangen. Hoezo? Eén historisch voorbeeld spreekt al boekdelen. De VOC was een club die handel dreef in de Oost en daar te maken kreeg met concurrerende Portugezen, Spanjaarden, Chinezen, allerlei Oosterlingen en Engelsen. De beroemdste gezagdrager van de club was Jan Pieterszoon Coen, een rigide persoon die de alleenheerschappij wenste over de Molukken. Zijn voorganger Laurens Reael sprak wijs dat een exclusief monopolie uit den boze was ‘want daermede neemt men die mensen het broot uyt den mont’. Coen vond Reael maar een softie. De Bandanezen waren immers zo ‘onbetrouwbaar’ om hun waren, meest kruidnagelen, aan de hoogst biedende te verkopen. Coen zou die ‘vijanden van de christenen’ eens een lesje leren en liet 15.000 mensen vermoorden dan wel verhongeren of van de eilanden verdrijven. Gezellige jongen, die J.P. Coen. Wordt nog altijd geëerd met een zooi straatnamen in gans Nederland. Heeft-ie ook wel verdiend door 44 plaatselijke hoofden in een schijnproces ter dood te laten veroordelen en onthoofden. Door Japanse huursoldaten, voor schone handen. Ziehier het begin van een lange en bloedige oorlog die de Nederlanders op de Molukken zouden gaan voeren. Het is onder meer daarom dat de Molukkers zich afvragen of een viering wel zo gepast is. Je kunt ook kiezen voor zoiets als herdenken of gedenken. Nederlanders hebben hun geschiedenis. Molukkers ook. Ze hebben sámen een geschiedenis. Maar ja, de camera staat zoals gewoonlijk weer op een Hollands schip te snorren.

Haagsche Courant, vrijdag 1 februari 2002