Gringo’s

alfred birney Op tico.com, een Costaricaans internetjournaal, stond eens een interessant Engelstalig artikel, gepost door een anonieme Gringo. De scribent noemt zichzelf ergens een Gringa en zij begint te stellen dat er een verschil ligt in hoe anderen ons en wij onszelf noemen. In die zin kan het leerzaam zijn om na te gaan waar de oorsprong van een naam of bijnaam ligt. De naam Tico zou zijn ontstaan door het woord ‘gato’ (kat) + suffix ‘ito’ = ‘gatito’ (poesje), omgevormd tot ‘gatico’. Costaricanen gebruikten de laatste vorm op gegeven ogenblik zo vaak, dat men hen ‘tico’s’ ging noemen. Tico is een koosnaam en heeft geen sarcastisch-racistische ondertoon.

Nu de Gringo’s. Die kregen hun bijnaam van de Tico’s. Dat is lang niet altijd zo geweest. Tot zo’n dertig jaar terug noemden Tico’s de blanke Amerikanen nog ‘macho’s’. ‘Macho’ staat voor ‘blond’ of ‘Noord-Amerikaan’. Die naam is in Costa Rica grotendeels vervangen door Gringo. Een etymologische verklaring voor ‘gringo’ is dat tijdens de Mexicaans-Amerikaanse oorlog (1846) Amerikaanse soldaten dikwijls het liedje ‘Green Grow the Lilacs’ zongen (lilacs zijn seringen). De Mexicanen herkenden de soldaten aan ‘Green Grow’ en verhaspelden deze woorden tot ‘gringo’. Er zijn andere verklaringen – sommige gaan terug tot Spanje in de 16e eeuw – maar goed, in elk geval is ‘gringo’ in Mexico nu nog een scheldwoord voor blanke Noord-Amerikaan. In sommige andere Spaanstalige landen in het gebied staat ‘gringo’ voor welke buitenlander of Engelstalige dan ook.

In de mond van de Costaricaan krijgt ‘gringo’ een bijbetekenis afhankelijk van de intonatie. Meestal is het als koosnaam bedoeld. Costaricanen gebruiken liever niet het woord ‘Amerikaan’. En terecht. Hooguit spreken zij van ‘Norteamericanos’. Onze Gringa erkent in haar artikel dat het gedoe rond al die benamingen zijn oorsprong vindt bij de Amerikanen. Zij zijn zichzelf immers ‘Amerikanen’ gaan noemen zonder zich er rekenschap van te geven dat het hele continent van Noord tot Zuid Amerikaans is. De ‘Amerikanen’ zijn thans het meest besproken volk ter wereld, dus wie zou hun nog een andere naam kunnen geven? Onze Gringa gaat de anderen voor door voortaan niet meer te zeggen ‘ik ben Amerikaanse’, maar ‘ik ben van de Verenigde Staten’. Landgenoten noemt zij: Gringo’s. Liefkozend uiteraard.

Of George W. Bush dit voorbeeld zou volgen, lijkt me niet. Hoor hem maar eens verkondigen: ‘We Gringo’s have come to free your nation!’ Dat gelooft natuurlijk geen hond.

Haagsche Courant, vrijdag 27 juni 2003