Gewijde aarde

Enkele maanden terug verscheen in een Indonesische krant het bericht dat de avondtrein Jakarta-Semarang een oponthoud had van een uur in Cirebon, waar hij normaal niet stopt. Bommelding! De politie trof een plastic zak aan. De eigenaar, een gewone passagier, maakte heftig bezwaar terwijl de politie de zak opende. Toch zat er niets anders dan aarde in. ‘Gewijde aarde,’ gaf de man als verklaring… Dertig jaar eerder verleende mijn vader een poosje onderdak aan een Indonesische portretschilderes, die hier asiel kwam zoeken. Voor haar overkomst schreef ze hem een brief waarin ze vroeg of hij iets wenste. Mijn vader vroeg haar wat zand mee te nemen van het graf van zijn moeder in Ungaran op Java. De portretschilderes charterde een auto met chauffeur. De weg liep vanuit het zuiden omhoog en de chauffeur kreeg aldoor te maken met een afslaande motor. Dicht bij de plek wilde de auto helemaal niet meer vooruit. De chauffeur heeft hem ten leste in de achteruitversnelling gezet en zo de laatste helling genomen. De kunstschilderes vulde een zakje met zand van het graf van mijn grootmoeder. Ik keek met argusogen naar de urn waarin mijn vader dat spookzand bewaarde. Zou hij het ooit gaan gebruiken voor tovenarij? De kunstschilderes werd alvast gestraft door de goden. Gedesoriënteerd door het rechtse verkeer liep ze op een dag aan de verkeerde kant van de weg en raakte gewond door een student in een Lelijke Eend. Pas veel later is mijn vader er toe gekomen zich van het zand te ontdoen. Bommelding uit de hemel?

Haagsche Courant, vrijdag 21 juni 2002