Follow

Ik ga denk ik maar een auto kopen. Kan ik met de tuffende niet-rokers het milieu verder gaan verzieken. Mijn zoontje mag dan halverwege deze eeuw gezellig met een gasmasker over straat. Maar hemel, die auto’s van tegenwoordig zien er niet uit. Het is allemaal dezelfde fantasieloze blikzooi met veel oog voor zuinigheid in brandstofverbruik (zodat we nóg meer kunnen rijden), veel computergefreak (sprekende wegwijzers, dan hoef je niet te denken), op afstand bestuurde vergrendeling (leuk voor zappers), 100 watt hifi-installaties (zodat je het verkeer om je heen niet hoort) en meer van die ongein. Geef mij maar een ouderwetse VW of Citroën Traction Avant waar mijn Brabo opa met zijn dronken kop eens de vaart mee in reed (hij won tweemaal de staatsloterij en had de volgende dag alweer een nieuwe). Die auto’s hadden een eigenheid, wat zeg ik, een ego! Haal ik me wel een probleem mee op de hals, want die ego’s kenden geen therapeuten indertijd. Dus dat wordt sleutelen en dat kan ik niet met die verwende schrijfvingertjes van me.

Het VW-busje is mijn favoriet, liefst een T1 (1948-1966), want daar reed Ome Willem in. Wie Ome Willem is doet er nu even niet toe, dat komt later wel. Eerst maar onze Craig. Die reed, moderner, in een T2 (1967-1979). Mwah, ging nog wel. Enorme zeikerd van een vent overigens, maar hij reed lekker, smooth you know, yeah!

Craig was een naar het stadshippiedom afgegleden ex-militair en toerde een poosje door Holland in een VW-busje met Duits kenteken. Achterin lag een matras, waarop we blowden, gitaar speelden en zemelden over de zin van het leven. Onze tochten waren doelloos en dus perfect, aangezien wij de doelloosheid als de tao van het leven beschouwden. Maar Craig was een kapotte grammofoonplaat, die bleef hangen bij een alarmknop die Amerika het sein kon geven onmiddellijk haar raketten op Rusland af te vuren. Craig had zwetend van angst achter die knop gezeten. De Derde Wereldoorlog had ooit in Craigs handen gelegen! Gitaarspelen kon hij niet. Wat een handicap voor een traumadier. Hij had wel een cassettespeler aan boord, met maar één bandje, dat eindigde met ‘Follow’ van Richie Havens, die zwarte folkartiest die op Woodstock even niet wist wat ie moest zingen en spontaan ‘Freedom’ begon te schreeuwen. Ik heb zijn eerste elpee nog, bekrast, bevlekt, doorleefd. ‘Follow’ staat erop. Als ik dat draai, dan zit ik weer in Craigs busje. Zonsondergang in 1972. Neonlicht. Kalklijnen spelen op het asfalt. Richie Havens zingt: ‘If all the things you see ain’t what they seem… Then don’t mind me, cos I ain’t nothing but a dream…’

We zwijgen, Craig erbij. Wat kan het leven mooi zijn. Met zo’n lied dan, hè? Laat dat VW-busje eigenlijk maar zitten ook. Muziek, tabak en de Haagsche Courant. Dat is zat, joh.

Haagsche Courant, vrijdag 23 januari 2004