Een oud liedje

Eind jaren zestig. John Rowles. Eendagsvlieg. Hij zong If I only had time, een liedje dat lang in de hitparade bleef hangen. Ik verbleef een jaar in een jongenstehuis aan de Badhuisweg. In het souterrain stonden de televisie en de piano. Cor was de enige die de piano kon bespelen. Hij was vaak in het souterrain te vinden achter de piano, waaraan hij zong, zolang hij niet werd weggepest door jongens die televisie wilden kijken. Hij zong het liedje net zo goed als John Rowles en verzon een sublieme begeleiding voor de melodie. Ik heb het origineel op een cassettebandje staan en een heel enkele keer komt er zo’n dag waarop ik alleen dat nummer wil horen en het tientallen malen afspeel. Het gaat over iemand die niet genoeg tijd meer heeft zijn liefde te beleven. Is de man ziek en moet hij snel sterven? Is hij oud en zijn geliefde veel te jong voor hem? Of is zijn liefde eenvoudig te groot voor het aardse bestaan? Het versje kabbelt mismoedig, de zanger klinkt bedroefd. Het middenstuk is een emotionele klim omhoog, in het refrein galmt de wanhoop de bergen over, waarachter de dromen liggen, onbereikbaar voor wie de tijd op zijn hielen heeft. Zodra dat stuk inzet, zie ik Cor weer achter de barrel in het souterrain zitten en is hij het die ik hoor zingen. Hij heeft weinig tijd, de jongens zullen gauw komen en de pianoklep dichtslaan voor hun televisie. De avondschemer valt naar binnen, ik zing zachtjes mee, zó dat niemand me kan horen. Zo is het, met een walkman op je kop aan de keukentafel, in een ander huis, een andere buurt, een andere tijd.

Haagsche Courant, woensdag 27 februari 2002