Den Haag heeft geen groot ego

Wanneer CNN het over Nederland heeft, dan wordt de camera op Den Haag gericht. The Hague. Dat is logisch, want Den Haag is, na New York, de tweede VN-stad. Amsterdam en Rotterdam zijn het Sodom en Gomorra van de Lage Landen, men vindt er graag opnieuw het wiel uit in varianten die Den Haag blasé maken. In Den Haag zetelt het juridische geweten van de wereld en aangezien de mensheid naar gewetenloosheid neigt, moeten talloze zaken in de Hofstad worden besproken. Wanneer in de landelijk politiek een schandaal uitbreekt, wijst men met de beschuldigende vinger naar de Residentie en wordt Den Haag een scheldnaam. Dat is geen probleem voor de Hagenaar. Die zet eenvoudig de naam ’s-Gravenhage in de kop van zijn brief en haalt opgelucht adem wanneer ministers en kamerleden de stad weer hebben verlaten in hun bolides, heli’s of pantserwagens.

Nu u al vijf namen voor de stad achter de duinen bent tegengekomen ziet u dat de stad zich lastig laat afficheren. Ooit strekte de beschaafde wereld zich uit van het Scheveningse strand tot aan Huis ten Bosch. Alles wat daar buiten viel heette La Province. Een andere verdeling had letterlijk en figuurlijk meer grond. In de zeventiende eeuw woonden de beter gesitueerden op zandgrond, grofweg van de kust tot aan de Laan van Meerdervoort, overigens de langste laan van West-Europa, terwijl het gewone volk zich op het vochtige veen ophield.

Op het Haagse zand sloeg het de mensen in Benoordenhout flink in de bol: daar moesten halve onsjes vleeswaren onder de deur door worden geschoven en hadden auto’s wel antennes maar geen radio. Mensen met kapsones en verder niks. Schrijvers zaten in Bezuidenhout, een zelfmoordwijk die om schrijven vraagt, en anders wel om schilderen: Vincent van Gogh werkte er, maar stierf er niet. In het centrum ligt, net als in Brussel, een politieke enclave: het zelfbesloten dorp het Binnenhof. Helaas gaat de grootste aandacht van Nederland daarnaar uit. Is dat niet ordinair?

Is het niet belangrijker een televisiewagen naar het Louis Couperus Museum te sturen wanneer de voordeur opnieuw is geschilderd? De Haagse romans van deze schrijver konden alleen bestaan dankzij het kolonialisme, dat honderden Haagse families puissant rijk en de bouw van het Concertgebouw in Amsterdam mogelijk maakte, om maar iets te noemen wat geen sterveling zich meer herinnert. Daarover nadenken geeft een mens inzicht in de geschiedenis.

Goede schrijvers beschikken over historische kennis. Slechte schrijvers niet. Ze zijn slaven van de hype, het snelle geld en kampen al gauw met een writer’s block. Veel schrijvers hebben iets met Den Haag, al is het maar omdat de stad soms wel op een grafzerk lijkt en bijkans schreeuwt om literatuur, kunst en muziek. Elke geboren en getogen Hagenaar heeft een haat-liefdeverhouding met de stad, er woont geen hond die zijn stad met vuur zou verdedigen. Den Haag heeft namelijk geen groot ego. Dat maakt de stad zo transparant, zo invulbaar, zo open voor zelfs zoiets als een tramtunnel, ontsproten aan het brein van een zoon van een schrijver, wat dacht u anders.

Den Haag heeft geen centrum maar kent meerdere centra. Men komt elkaar niet makkelijk tegen, men moet elkaar zoeken. Er zijn geen wandelgangen, de grachten zijn gedempt, er floreren vele subculturen. Kortom, de stad is een anarchie rond een koninklijk paleis dat eigenlijk in Amsterdam had moeten staan. Den Haag is een permanente bouwput, letterlijk en figuurlijk, waar het een komen en gaan is, al heel lang, met aldoor wisselende nationaliteiten, ook al heel lang, terwijl velen denken dat immigratie iets van de laatste tijd is. Daarom wordt onterecht gesproken in termen als de Nederlandse in plaats van de Nederlandstalige literatuur. Den Haag heeft sedert 2005 geen eigen dagblad meer. En ook geen duidelijk literair podium. Inmiddels schrijven alle landelijke dag- en weekbladen over Den Haag, nota bene de derde grootste stad van Nederland. Het is niet chic om je vuile werk door andere steden te laten opknappen, het getuigt veeleer van onverschilligheid. Een trotse stad met de Koninklijke Bibliotheek en het Meermanno Museum maar zonder een literair tijdschrift is al net zo ondenkbaar. Daarvoor kent Den Haag een veel te lange en te rijke literaire traditie. En toch hebben we er geen.

Gepubliceerd op
Gecategoriseerd als Blog