De onbekende moeder

Papier is het veiligst. Het enige gevaar is een flinke brand, dan ben je alles kwijt. Maar je hebt geen last van computervirussen, vergissingen met het opslaan van je gegevens en diefstal als je online werkt, zoals in the cloud. Als ik er niet meer ben, zal alles in the cloud plaatsvinden en de roman zal deels door robots vervaardigd worden.

Gisteren vond ik een klein manuscript terug van 49 bladzijden. Het is uitgetypt op een Olympia Traveller de Luxe en gedateerd 8/9 maart 1986. De tekst is dus nog van voor mijn debuut Tamara’s lunapark. Het is het verhaal van mijn moeder tijdens de oorlogsjaren in Brabant, hoe ze met mijn vader op Java is gaan corresponderen, hoe ze hem in 1950 ontmoette en wat er allemaal plaatsvond tijdens de maanden voor mijn geboorte in Den Haag.

Ik herinner me dat ik op een weekend met een cassetterecorder naar Helmond afreisde om haar een interview af te nemen. De cassettebandjes zal ik ook nog wel ergens hebben liggen. Maar het belangrijkste zal ik er toen wel al hebben uitgehaald. Bovendien wordt de boel gefictionaliseerd, want wat heeft de lezer nou aan droge feiten.

De vondst komt me goed uit. Mijn moeder speelt zelden een rol in mijn werk tot nu toe, maar als kindvrouw kan ze een aardig tegenwicht bieden tegen de vaderfiguur, aan wie ik voor het laatst aandacht zal schenken in een roman (waar ik net aan ben begonnen) en daarna nooit meer.

Ik ben begonnen met schrijven na een periode van enorme verveling. Ik ruimde mijn pc op, gooide kladjes weg, foto’s, muziekbestanden, films, overbodige programma’s – ik overwoog zelfs om weer terug te gaan naar pen en papier. Misschien dat ik dat alsnog doe.

Geen idee wanneer dit boek klaar zal zijn. Met de enorme berg aantekeningen van mijn vader en fragmenten van eigen hand zou het best een dikke pil kunnen worden. Toen ik de Rivieren-novellen schreef, dacht ik dat ik met dat genre nog wel een poosje uit de voeten kon. Alsmaar schrappen van overbodige tekst is me gaan vervelen, zoals alles gaat vervelen. Schrappen begon bijna een neurose te worden. Spreektaal begint nu mijn aandacht te krijgen. Ik gebruikte het al eens in verhalen uit de bundel Fantasia.

Auteur: admin

Alfred Birney is een schrijver met Nederlandse, Oost-Javaanse, Chinese en Schotse wortels, vandaar de Angelsaksische achternaam. Hij publiceerde romans, novellen, verhalen, columns, essays, kritieken, toneelteksten, journalistiek werk en didactisch materiaal over gitaarmuziek. Zijn roman De tolk van Java was de literaire sensatie van 2017. Het boek won zowel de Henriëtte Roland Holst-prijs als de Libris Literatuur Prijs.